De eerste zomerse periode hebben we net achter de rug en dan moet het nog zomer worden. Grote kans dus, dat we dit nog wel vaker gaan meemaken dit jaar. In de chrysantenteelt betekent dit kans op teeltvertraging en daarnaast risico op teruglopen van de kleur, bloemlintverbranding of zonnebrand in het blad. Allemaal erg afhankelijk van het sortiment. Dit vraagt specifieke maatregelen in de klimaatregeling.

Teeltvertraging tot wel 5-7 dagen is vaak de meest gehoorde klacht na zomers weer. Dit treedt echter vaak pas weken later op, omdat de plantvakken die dan tussen de 7-14 dagen in de korte dag staan er uiteindelijk het meeste last van hebben. Dit komt omdat in die periode de knopaanleg in volle gang is.
De mate van vertraging is naast rasgevoeligheid afhankelijk van het aantal dagen warm weer, de vochtbalans overdag en de luchtvochtigheid in de nacht. Bij hoge RV’s in de nacht is de kans op vertraging groter. Vakken die een aantal dagen voor de oogst staan kunnen ook vertragen, meestal dan 1-2 dagen, doordat het gewas niet goed afrijpt.

Focus op nachtklimaat

Om vertraging te voorkomen ligt de focus op het klimaat in de nacht, die in de chrysantenteelt om 19.00-19.30u start en zo’n 12,5 tot 13 uur duurt. Veel nachturen liggen dus in een periode dat het buiten nog licht en warm is. Het verduisteringsdoek laat naast geen licht ook weinig temperatuur en vocht door. Een hele uitdaging om dan de temperaratuur omlaag te krijgen.
Om hier toch het optimale uit te halen, moet al worden begonnen in de namiddag, als het doek nog open ligt. Als de vochtbalans van de plant dan goed is, zorgt dit voor de meest optimale verdamping en dus koeling van zowel gewas als kas. Om dit te realiseren is het goed om de maximale raamstanden te verlagen tot zo’n 70-80% aan de luwe zijde en 20-30% aan de windzijde, vanaf zo’n 2 uur voor start donker in een periode van een 20-30 minuten.

Voorverduisteren

Doel is om meer vocht in de kas te houden, zodat het gewas de verdamping beter bij kan houden. Of dit lukt is dan te zien aan de kastemperatuur, die niet mag stijgen en het AV dat wat stijgt. De plant gaat dan met een betere vochtbalans de nacht in, waardoor het beter koelt. Gebeurt dit optimaal, dan is bij buitentemperaturen van 25ºC en hoger de kastemperatuur ongeveer gelijk of zelfs iets lager.
Een andere optie is om het doek drie kwartier voor de start van de donkertijd op 80-85% te zetten, het zogenaamde voorverduisteren. Het doel is dan hetzelfde, alleen dan door de verdampingsvraag te verlagen door het wegnemen van licht.

Mate van vertraging

Ontvochtigingssystemen die buitenlucht of lucht boven het scherm de kas in kunnen brengen, zijn een heel goed hulpmiddel om de temperatuur in de eerste uren van de nacht, als er nog geen kier in het doek getrokken kan worden, te verlagen. De kastemperatuur kan dan dicht op de buitentemperatuur komen. Dit heeft ervoor gezorgd dat de mate van vertraging de laatste jaren duidelijk is afgenomen. Uiteraard staan de ramen in die periode maximaal open, de windsnelheid bepaalt of het minder dan 100% moet.
Zo’n 30-60 minuten na zon onder kan de kier in het doek komen, waardoor temperatuur en vocht echt goed kunnen zakken. De grootte van de kier kan het beste afhankelijk gemaakt worden van de buitentemperatuur en maximaal op zo’n 15% gezet worden. Hierbij is het belangrijk om de kier er rustig in- en ‘s ochtends weer uit te laten lopen om te grote vochtschokken te voorkomen.

Kas- ten opzichte van buitentemperatuur

Een aandachtspunt is de kastemperatuur ten opzichte van de buitentemperatuur. Als deze hier langere tijd op of onder ligt en het AV buiten ook nog redelijk hoog (dus meestal vanaf half juli), dan kan dit juist leiden tot te weinig activiteit, omdat er te weinig natuurlijke uitwisseling is. Dit kan leiden tot zwakkere bloemen met een grotere gevoeligheid voor Erwinia of Itersonilia. In dat geval kan een teler er voor kiezen om de kier te verkleinen of de minimumbuis te verhogen.
In de laatste uren van de nacht, als de kier er weer uit is, dan moeten het maximaal luchten, maximaal ontvochtigen en het uit laten lopen van de minimumbuis op een heel laag stralingstraject, ervoor zorgen dat de temperatuur en vocht niet te ver oplopen.

Goede hulpmiddelen

Voor wat betreft bloemlintverbranding − waar vooral pluizers gevoelig voor zijn − en zonnebrand in het blad, zijn het krijten van het kasdek en/of het gebruik van het witte energiedoek, eventueel in combinatie met het verduisteringsdoek, goede hulpmiddelen. Belangrijk hierbij is dat de kaslucht niet te veel wordt opgesloten en dat de ventilatoren altijd draaien als een doek dicht is.
Rassen die gevoelig zijn voor vermindering van de kleur kunnen in de nacht belicht worden in de laatste week voor de oogst. De komst van LED-licht heeft als positief bijeffect, dat de temperatuur dan minder oploopt dan destijds met SON-T-belichting.

Tekst: Paul de Veld, Delphy