Veredelaar en jonge planten vermeerderaar Florensis breidt uit. Niet zomaar, maar met een hightech teelt- en verwerkingscomplex dat je rustig een technologisch statement mag noemen. Kort voordat de eerste teeltruimten in gebruik worden genomen, vertelt directeur domestic production Adriaan Vonk wat de locatie in tuinbouwgebied Nieuw Prinsenland bij Dinteloord zo bijzonder maakt.

Apetrots en met een brede glimlach op zijn gezicht geeft Vonk een rondleiding door de nieuwe vestiging van Florensis in Dinteloord. In, achter en naast de imposante, 13 m hoge bedrijfshal van 5.900 m2 werken tientallen uitvoerders en installateurs aan de bouw, afbouw en inrichting van de kantoor- en bedrijfsruimten, 4,5 ha Venlokas en 1,5 ha cabriokas, die samen 17 gescheiden opkweekafdelingen omvatten. Over enkele maanden, vóór aanvang van de voorjaarspiek, moet alles zijn opgeleverd en ingeregeld.
“We werken in fasen van noord naar zuid en de eerste afdelingen zijn al zo goed als klaar”, legt het voor de nieuwbouw verantwoordelijke directielid uit. “Aan de andere kant van het bedrijf wordt nog volop gebouwd en beton gestort, hier zijn alle schermen, vernevelaars en ventilatoren al geïnstalleerd. Over een paar weken kunnen de eerste planten er in.”

Ruimte voor duurzame groei

Het gaat de leverancier van uitgangsmateriaal uit Hendrik Ido Ambacht al geruime tijd voor de wind. Enkele jaren geleden ontstond er behoefte aan extra productiecapaciteit. Bij de hoofdvestiging ontbrak de ruimte voor uitbreiding, dus werd er gezocht naar een geschikte locatie op behapbare afstand. Het moest een ruime locatie worden, en een die voldoende mogelijkheden bood om op duurzame wijze te produceren. Uiteindelijk viel de keuze op Nieuw Prinsenland in Dinteloord, waar nog enkele ruime kavels voorhanden waren.
“Hier kregen we de kans om in alle opzichten iets unieks neer te zetten”, vervolgt Vonk. “Ook in duurzaamheid biedt het veel perspectief. Met de Tuinbouw Ontwikkelings Maatschappij en de telerscoöperatie in het gebied, waarin verder alleen de voedingstuinbouw participeert, werken we nauw samen. De naastgelegen suikerfabriek levert gezuiverd proceswater aan de bedrijven als extra buffer in droge tijden. In perioden met een geringe waterbehoefte wordt dat water ondergronds opgeslagen voor later gebruik.”
In april 2017 hakten de aandeelhouders en de directie de knoop door om in Nieuw Prinsenland grond aan te kopen en een grensverleggend nieuwbouwproject te realiseren. Maurice Kassenbouw uit Horst en Stolze Installatietechniek en Holland Scherming uit Maasdijk, Eekhout bouw uit Kwintsheul en Verkade Beton uit Monster mochten de klus klaren. Vonk begeleidde het kostbare project namens de opdrachtgever.

Innovatieve cabriokas

Een opvallende component van het nieuwe complex is de ultramoderne cabriokas aan de noordzijde van het bedrijf. Niet alleen vanwege de grote oppervlakte van maar liefst 1,5 ha en de pootafstand van 5 meter, waarmee het volgens Vonk de eerste cabriokas ter wereld is die qua dimensionering naadloos aansluit op de naastgelegen, al even modern ingerichte Venlokas. Een tweede noviteit is het feit dat de beide nokhelften onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen.
“Dankzij die speelruimte zijn we minder afhankelijk van windrichting, windkracht en neerslag en kunnen we het voordeel van een dergelijke kas voor het afharden van jonge planten maximaal benutten”, licht het directielid toe. “In een conventionele cabriokas gaan de nokhelften synchroon open en dicht. Wanneer het regent, zul je er doorgaans voor kiezen om de nok te sluiten. Ons flexibele systeem maakt het mogelijk om luwe zijden te creëren, waardoor we bij regen de eenzijdig geopende nok toch buiten kunnen houden.”

Meervoudige installaties

Eén van de wensen was om de 17 verschillende opkweekafdelingen onafhankelijk van elkaar te kunnen sturen. Het bedrijf werkt nauw samen met drie opkweekbedrijven voor groenteplanten, waarvan de productiepieken min of meer tegengesteld zijn. Voor deze partners heeft de bedrijfshygiëne zo mogelijk een nog hogere prioriteit dan voor de sierteeltvermeerderaar zelf.
Vonk: “We gaan werken met drie gescheiden retourwaterstromen en vier technische installaties voor de watergift. Alle afdelingen krijgen een drievoudige scherminstallatie met verschillende doeken en zijn uitgerust met groeilicht, overwegend SON-T.”
De drievoudige scherminstallatie is uniek. De drie schermen boven elkaar zijn samengebracht binnen een spant met een hoogte van slechts 66 cm. Die eis maakte het noodzakelijk om schermmotoren met de kleinst mogelijke behuizing te monteren. Bovendien zorgt het Smart Spring veersysteem van Holland Scherming voor een minimale pakketgrootte.
Enkele afdelingen zijn echter voorzien van een LED-installatie. Deze bijzondere en daardoor ook kostbare installatie krijgt vooralsnog alleen een onderzoeksrol. “LED-licht heeft natuurlijk de toekomst, maar wij werken met zoveel verschillende gewassen en rassen dat één lichtreceptuur niet toereikend zou zijn”, aldus de directeur domestic production. “Bovendien is er in veel gewassen nog nooit onderzoek gedaan naar de effecten van lichtkleuren en valt er dus nog heel veel te leren en te ontdekken. Hiermee kunnen onze onderzoekers in eigen huis naar hartenlust experimenteren.”

Robotstraten

Het dak van de grote, goed geïsoleerde bedrijfsruimte biedt plaats aan 1.400 zonnepanelen, die naar verwachting 5-6% van de totale elektriciteitsvraag zullen dekken. Dat lijkt weinig, maar het sterk geautomatiseerde bedrijf heeft wat dat betreft altijd honger. Niet in de laatste plaats omdat de vele miljoenen stekken die er jaarlijks worden verwerkt, deels door robots worden gestoken. Een aantal operators is bezig met het inregelen van de achttien steksteekrobots die tijdens piekperioden permanent in bedrijf zullen zijn. Twaalf hiervan zijn overgekomen uit Hendrik Ido Ambacht, de overige zes zijn nieuw en schroeven de verwerkingscapaciteit met 50% op.
Het Zuid-Hollandse veredelingsbedrijf investeert al jaren zwaar in state-of-the-art technologie die de productkwaliteit ten goede komt en arbeid bespaart. De robots leveren een zeer consistente kwaliteit en werken als het nodig is moeiteloos klokje rond. Een beperkt aantal specifiek opgeleide operators houdt de lijnen gevuld en in bedrijf.

Een huzarenstuk

De ontwikkeling van de geavanceerde machines en bijbehorende slimme software is een voortdurend proces, dat toegewijde technologiepartners vergt. Ook bij dat aspect van de bedrijfsvoering is hij al lange tijd nauw betrokken. “Het is bijna eng wat die apparaten kunnen”, laat Vonk zich ontvallen.
“Voor zover ik weet zijn we de enige binnen onze branche die zo’n grote diversiteit aan uitgangsmateriaal op een dergelijke schaal geheel automatisch verwerkt. Dat had ik tien jaar geleden niet durven dromen. Ons huidige machinepark is ook niet meer te vergelijken met toen.’’
Het mooie van een project als dit is dat je op alle vlakken gelijktijdig kunt innoveren, vindt Vonk. Veel van die innovaties hangen met elkaar samen en beïnvloeden elkaar direct of indirect, legt hij uit.
“Zo’n uniek project komt maar eens in je leven langs. Het is een buitengewoon voorrecht dat ik dit namens het bedrijf in goede banen mag leiden. Ik ben zeer content met de wijze waarop het tot nu toe verloopt. Qua omvang is het misschien niet eens zo bijzonder, maar de technische complexiteit is enorm. Het verbaast me nog steeds dat onze bouwpartners volledig op schema liggen. Dat mag je gerust een huzarenstuk noemen.”
De komende maanden wordt de nieuwe productielocatie gefaseerd in gebruik genomen. De officiële opening vindt plaats in de loop van het voorjaar.

Tekst en beeld: Jan van Staalduinen en Marcel Otterspeer