Een teler van snijhortensia heeft al jaren moeite om trips op biologische wijze onder controle te houden. Het grootste knelpunt is een goede verdeling en populatieopbouw van de roofmijt montdorensis. In overleg met zijn toeleverancier is hij dit jaar overgestapt van zakjes uithangen naar het verblazen en bijvoeren van de roofmijten. Nu de omstandigheden voor trips verbeteren, zal blijken of de nieuwe aanpak vruchten afwerpt.

“Biologische plaagbeheersing is de enige weg om op duurzame wijze te kunnen telen”, steekt de ondernemer van wal. “Dat is zowel onze eigen wens als die van de maatschappij. Het is ook noodzakelijk, omdat het beschikbare pakket chemische middelen steeds kleiner wordt. De middelen die resteren, dienen we alleen te gebruiken wanneer het niet anders kan. Jammer genoeg is dat tot vorig jaar telkens nodig gebleken in de strijd tegen trips. We hebben dit jaar voor een nieuwe aanpak gekozen en hopen dat die beter werkt dan de aanpak in het verleden.”

Keuze voor montdorensis

In de biologische aanpak vormen roofmijten het fundament. De teler maakt daar al vele jaren gebruik van en kent zowel de mogelijkheden als de beperkingen van natuurlijke vijanden. “Vier jaar geleden zijn we overgestapt van swirski naar montdorensis. Beide soorten houden van trips, maar montdorensis heeft een breder menu, wat een mooie bijvangst oplevert.”
In de drie jaren die volgden, werden er vanaf 1 april eens per drie weken zakjes met montdorensis uitgehangen. Die strategie bracht niet het gewenste langetermijnresultaat, waardoor chemisch bijsturen later in het seizoen noodzakelijk was.

Tekortkomingen

Gevraagd naar de mogelijke oorzaken, antwoordt de ondernemer: “De verdeling was niet homogeen genoeg om een homogene verspreiding van roofmijten te realiseren. Dat moeten we onszelf misschien aanrekenen, het kan zijn dat we de medewerkers, die het uithangen verzorgden, niet goed genoeg hebben geïnstrueerd. We weten echter ook dat het niet gemakkelijk is om een robuuste populatie van montdorensis op te bouwen.”
Al met al concludeerde de teler dat bijstelling van de strategie wenselijk was. In overleg met zijn adviseur van Van Iperen volgt hij dit jaar een andere aanpak, bestaande uit het verblazen van roofmijten over het gewas in combinatie met bijvoeren. Dat zou zowel de verdeling als de populatieopbouw van montdorensis moeten verbeteren.

Verdeling nu beter

“De verdeling is inderdaad stukken beter”, heeft hij inmiddels vastgesteld. “In dat opzicht resulteert verblazen dus in het gewenste effect. Of we, geholpen door bijvoeren, ook een snellere en betere populatieopbouw realiseren, zal de komende weken en maanden moeten blijken. De omstandigheden voor trips worden nu beter. Dat is op zich jammer, want de plaagdruk kan dan snel oplopen. Aan de andere kant kunnen we dan wel goed zien of de nieuwe aanpak voldoende vruchten afwerpt. Dat is echt nodig, want wij willen graag zo duurzaam mogelijk blijven telen.”

Tekst: Jan van Staalduinen