Door het herregistratieproces van gewasbeschermingsmiddelen zijn vooral de laatste jaren veel middelen afgevallen. Daardoor neemt het aantal knelpunten snel toe. Nu komen er steeds meer biostimulanten en groene gewasbeschermingsmiddelen (middelen van natuurlijke oorsprong) op de markt. Het naar de markt brengen van deze middelen vergt een compleet ander traject. De verleiding is dan ook groot om producten onder de noemer van een biostimulant op de markt te brengen gezien de veel snellere route en veel lagere kosten.

Biostimulanten bevorderen de plantengroei en weerstand door de opname van voedingsstoffen te verbeteren, de plant te beschermen tegen stress zoals droogte of hitte. Biocontrol-producten zijn gewasbeschermingsmiddelen van natuurlijke oorsprong (vaak groene middelen genoemd).

Verschillende regelgevingen

Biostimulanten en biocontrol-producten vallen in Europa onder twee verschillende regelgevingen. Om een biostimulant op de Nederlandse markt te brengen zijn er (vooralsnog) nauwelijks reguleringen of eisen. De kosten voor het op de markt brengen van biostimulanten liggen in de orde van tienduizenden euro’s en het traject duurt doorgaans enkele maanden tot een jaar.
De groene gewasbescheringsmiddelen vallen onder de strenge ‘Europese Verordening voor gewasbeschermingsmiddelen’. Deze producten ondergaan een intensief registratietraject voordat zij de markt bereiken. De kosten voor biocontrol-producten lopen op tot tientallen miljoenen euro’s en het traject duurt minimaal 7 tot 10 jaar vanaf het moment van indienen van de actieve stof op EU-niveau.

Meststoffen

Wat voor biostimulanten geldt, geldt in zekere zin ook voor meststoffen zoals bijvoorbeeld silicium, zwavel en koper. Meststoffen die de plant nodig heeft voor groei maar als de dosering voldoende hoog is een bestrijdend effect hebben. Silicium en koper zijn micro-elementen. Dat zijn de voedingselementen die de plant in hele kleine hoeveelheden nodig heeft voor groei.
Bij microbiële biostimulanten, zoals Bacillus, Trichoderma- en Pseudomonas soorten speelt iets vergelijkbaars. Bepaalde soorten hebben aan de ene kant inderdaad een biostimulerend effect omdat ze de plant helpen om voedingsstoffen op te nemen. Maar deze micro-organismen kunnen ook een effect hebben tegen onder andere schimmels. Als een biostimulant ook dít effect heeft, zal het als gewasbeschermingsmiddel geregistreerd moeten worden. Het mag dan niet als biostimulant de markt op met een claim als plantversterker tegen schadelijke organismen of andere vage aanduidingen in de sfeer van gewasbescherming.

De markt

In de aanprijzing en marketing van biostimulanten of meststoffen met een ‘gewasbeschermend’ effect, is sprake van een woordenspel. Het woord bestrijding wordt doorgaans gemeden omdat er dan door handhaving ingegrepen kan worden. Daarom wordt er bijvoorbeeld gesproken over het weerbaarder maken van planten waardoor ziekten en plagen geen kans krijgen, de plant ondersteunen door celwanden harder te maken etc. etc.
De markt zit vol met creatieve voorbeelden die voldoende duidelijk maken waarvoor het product eigenlijk is bedoeld: directe of indirecte gewasbescherming. Echter of het een indirect effect of een direct effect is, maakt niet uit. Het gaat erom dat ze de plant beschermen tegen x, y of z, dan wel levensprocessen van planten beïnvloeden en dus onder de gewasbeschermingsmiddelenverordening vallen. Het zogenaamde ‘grijze gebied’ wordt door de markt gecreëerd en gecultiveerd, terwijl de wet- en regelgeving klip en klaar, zwart en wit is. Van een ‘grijs gebied’ is geen sprake.

Gevolgen woordenspel

Het woordenspel is volop gaande om maar niet onder de strenge Europese Verordening (EG) nr. 1107/2009 voor gewasbeschermingsmiddelen te vallen. De behoefte aan gewasbeschermingsoplossingen is groot en snelheid is geboden. Vooral omdat door het herregistratieproces van gewasbeschermingsmiddelen de laatste jaren veel middelen zijn afgevallen en het aantal knelpunten snel toeneemt.
Echter, zoals de markt zich nu ontwikkelt, zou het wel eens nadeliger kunnen uitpakken voor mens en milieu. Er kunnen zo producten op de markt komen onder de paraplu van een biostimulant echter met effecten tegen ziekten, plagen of nematoden waarvan de nadelige effecten voor mens en milieu niet onafhankelijk zijn getoetst maar wel degelijk aanwezig kunnen zijn.

Biostimulanten route

Het meest bekende en overduidelijk voorbeeld is koper. In Nederland al meer dan 20 jaar verboden als gewasbeschermingsmiddel, nu populair als fungicidetoepassing onder de noemer van toediening als meststof. In Europa is koper in een aantal omringende landen zoals België, Frankrijk en Duitsland nog steeds als fungicide toegelaten. Koper mag in Nederland worden gebruikt als meststof. Alhoewel kopergebrek niet of nauwelijks voorkomt, neemt het gebruik sterk toe vanwege de fungicide-effecten.
Een ander voorbeeld is een reeds van de markt verwijderde Bacillus thuringiensis stam die als biostimulant werd aangeboden en werd gebruikt vanwege de effectiviteit van deze stam tegen spint (en dus werd ingezet als gewasbeschermingsmiddel). Dit product was echter niet veilig voor de mens. Bij dit product is handhavend opgetreden. Het is wel een duidelijk voorbeeld van misbruik van de snelle toegang tot de markt via de biostimulanten route en de risico’s die dat met zich mee kan brengen voor mens en milieu.

Conclusie

Het gat tussen de wet- en regelgeving ten aanzien van biostimulanten, gewasbescherming en bemesting is te groot. Dit is niet wenselijk. De huidige situatie dreigt innovatie in groene gewasbeschermingsmiddelen eerder af te remmen dan te stimuleren en daardoor investeringen in dit type producten te ontmoedigen. Het kan leiden tot ongecontroleerde risico’s voor mens en milieu. Het zou goed zijn om in alle openheid hierover met elkaar in discussie te gaan, de echte problemen te benoemen en weg te gaan van het spel met woorden.

Tekst: Jolanda Wijsmuller, Biopesticide Consult; beeld: Rob van der Lans