Als sportliefhebber combineer ik mijn werk graag met een blik op de prestaties van TeamNL op de Olympische Winterspelen. We verschuiven vergaderingen, verzamelen in de ochtend de microbioom analyses en er wordt extra vroeg gekookt om maar op tijd een glimp op te vangen van onze kampioenen of tanige doorzetters als een medaille er wel of niet in zit.

Het starten van een nieuwe teelt in het voorjaar is ook iedere keer een wedstrijd op zich. Als alle maatregelen uit het hygiëneprotocol zijn doorlopen. Als de kas er weer glimmend en strak bij staat, is het tijd voor de echte kampioenen: Dan mogen de planten laten zien tot welke prestaties ze in staat zijn.

Screening van middelen

De teeltbedrijven die ik adviseer nemen de tijd in de voorbereiding om weer eens kritisch te kijken naar mogelijke groene stappen. Als ze voor het eerst stappen zetten in deze richting, dan begint het met een goede screening; welke middelen met een groen profiel zijn toegelaten in mijn teelt? De databank voor toegelaten middelen op de website van de Ctgb vormt hierbij een handig hulpmiddel. Met behulp van de filters is eenvoudig te checken op de verschillende toelatingstypes: regulier, regulier (low risk) en basisstoffen. Laag-risicostoffen hebben een laag risico voor mens, dier of milieu en deze kunnen chemische werkzame stoffen bevatten of gebaseerd zijn op micro-organismen.
De groep van basisstoffen is al op de markt beschikbaar voor andere toepassingen (voedingsmiddelenindustrie of cosmetische industrie) en hiervan is heel specifiek beschreven in welke teelten dit is toegestaan en tegen welke plaag- of ziekte. Bijvoorbeeld producten met de basisstof lecithinen mogen in de (on)bedekte teelt van aardbei ingezet worden tegen Phytophthora of echte meeldauw. Lecithine is een mengsel van verschillende vetzm2uren, zoals glycolipiden, triglyceriden en fosfolipiden. Het kan worden verkregen uit eidooiers, sojabonen of zonnebloempitten.

Inventariseer nieuwe biostimulanten

Voor de groep van biostimulanten is er helaas nog geen eenduidige databank te vinden met een compleet overzicht van alle producten die in Nederland beschikbaar én toegelaten zijn. De website www.bio4safe.eu heeft in 2019 een eerste poging gedaan om alle gepubliceerde artikelen over biostimulanten te bundelen per teelt en met korte samenvattingen van de gevonden effecten. Helaas staan er maar enkele producten in genoemd die in Nederland beschikbaar zijn. Nu, meer dan vijf jaar later, zou het mooi zijn als deze database zou kunnen worden uitgebreid met nieuwe producten.

Blijf experimenteren en optimaliseren

Toch zie ik in de praktijk dat telers de laatste paar jaar steeds meer ervaring opdoen met de inzet van biostimulanten die door toeleveranciers en producenten worden aangeleverd. Het is belangrijk om goede randvoorwaarden te creëren om de effecten ervan optimaal te benutten. Ook is duidelijk dat niet elk ras even sterk reageert. Juist de zwakste, minst groeiende rassen lijken meer profijt te hebben van een goede ondersteuning. Bij sterkere rassen met sterke wortels en een hoge stikstofopname, lijkt de toegevoegde waarde minder te zijn.
Dit is helemaal in lijn met het gedachtegoed van de biostimulanten, waarbij je ze juist inzet om een plant te ondersteunen bij de nutriëntenopname zodat deze minder stress krijgt door groeiomstandigheden.

Een groenere teelt als einddoel

Het is goed om je als teler of adviseur af te vragen welke biostimulanten, laag-risico gewasbeschermingsmiddelen of basisstoffen een goede indruk hebben achtergelaten in het afgelopen seizoen en opnieuw inzetbaar zijn. Wellicht zijn er nieuwe combinaties uit te testen, zodat deze binnen een systeemaanpak tegen een schimmel of plaag nog beter kunnen gaan presteren? Laat je hoe dan ook niet uit het veld slaan door een tegenvallend resultaat, maar blijf het einddoel van een groenere teeltwijze voor ogen houden.

Tekst: Jantineke Hofland-Zijlstra, Weerbare Plant