Bij zeven locaties van Intratuin loopt sinds juni een pilot met biologische bestrijding op de winkelvloer. Het project wordt begeleid door vier gewasbeschermingsspecialisten. “We hebben al mooie stappen gezet”, zegt Patrick Smidt. “Maar er is ketenbreed nog veel werk aan de winkel.”
De pilot is bedoeld om te testen hoe biologie op de winkelvloer kan worden ingezet, vertelt technisch specialist Patrick Smidt van leverancier Van Iperen. “We zien dat sommige plagen goed in de winkels zijn te bestrijden, maar anderen weer niet, omdat daar niet altijd genoeg tijd voor is. De planten komen bij veel verschillende leveranciers vandaan: de een werkt met biologie, de ander nog niet. De uitdaging is om eventuele plagen aan de voorkant te inventariseren en die op de locaties direct met biologie aan te pakken. Dan mogen er geen werkzame stoffen op de plant zitten waar de biologie last van heeft.”
Personeel opleiden
Een ander belangrijk punt is dat de medewerkers van de tuincentra op een andere manier naar de planten moeten gaan kijken, aldus Smidt. “Het personeel moeten we opleiden, ze moeten kennis opdoen van biologische bestrijding. Daar hebben wij als specialisten een belangrijke rol in. Wij komen eens in de twee tot vier weken langs om met hen een rondje te lopen. Wat gaat er goed en waar moet de strategie worden aangepast? Zo is het bijvoorbeeld heel belangrijk om goed te scouten, om een plaag in een vroegtijdig stadium te zien en aan te pakken. Nu hangt het scouten nog te vaak van het bezoek van de specialist af. Een goede opleiding van medewerkers is cruciaal wil dit initiatief slagen.”
Pleksgewijs luis bestrijden
In het project wordt onder andere bekeken wat de voornaamste problemen zijn en wat daartegen is te doen, zonder de kosten van biologische bestrijding uit het oog te verliezen. Smidt: “Leveranciers leveren de planten zo schoon mogelijk af. Maar stel dat een probleem steeds in dezelfde partijen zit. Dan kun je met de leverancier in gesprek gaan. We zien bijvoorbeeld dat bladluis één van de hoofdproblemen is. Die plaag kunnen we met natuurlijke vijanden goed onder controle houden, maar volvelds luis bestrijden loopt al snel in de papieren. We proberen luis nu meer pleksgewijs aan te pakken met Adalia en Propylea.”
Trips is een lastiger verhaal, maar ook hierin worden stappen gezet, zegt Smidt. “Vaak heb je met exotische tripsen te maken, de ene trips is makkelijker te bestrijden dan de andere. We werken nu onder andere met vangplaten om trips weg te vangen. Ook kunnen we een middel zonder etiket inzetten om brandhaarden te corrigeren.”
Meerprijs terugverdienen
De technisch specialist benadrukt dat niet alle plagen met natuurlijke vijanden zijn op te lossen. Maar door het steeds schaarsere middelenpakket en de wensen vanuit de retail, maar ook vanuit politiek en maatschappij, gaan we wel steeds meer de kant van de biologische bestrijding op, zegt hij. “Dat kan voor telers die nog niet met biologie werken een drijfveer zijn om die stap toch te gaan maken.”
Maar, zegt hij, aan biologie hangt een meerprijs. “Biologische bestrijders zijn duurder dan gangbare middelen. Het moet wel worden terugverdiend. Dat kan voor een teler een reden zijn om niet over te schakelen. Er zijn teelten die niet meer renderen als een teler daarin niet met meer chemie mag werken. Dat is een uitdaging.”
Rol van consument
En dan is er nog de consument, die wél een plant moet willen kopen waar ‘beestjes’ inzitten. Smidt: “Ook de consument moet worden ‘opgevoed’. Biologie blijft meestal één of twee weken zitten, daarna wordt een plant weer gevoeliger voor een plaag. Als iemand zo’n plant in huis heeft en er zit na een paar weken wolluis in, is de kans groot dat die wordt teruggebracht. Je koopt een plant om daar meerdere jaren plezier van te hebben.”
Intratuin steekt haar nek uit om zo groen mogelijk te werken, maar er is nog veel werk aan de winkel. “De kunst is om de groene werkwijze in de hele keten door te trekken.”
Tekst: Annemarie Gerbrandy












