De Europese Commissie wil de huidige EU-richtlijnen voor de registratie van rassen en het in de handel brengen van zaden en jonge planten samenvoegen in één wet. In het wetsvoorstel (PRM) worden naast regels voor handel ook regels gesteld voor productie en voor import van zaden en jonge planten. De sierteelt is hiervan uitgesloten. Verder wordt er meer ruimte gemaakt voor ‘instandhoudingsrassen’, de amateurmarkt en uitwisseling van geproduceerd materiaal tussen telers onderling.

Daarbij wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan de duurzaamheidsdoelen van de Green Deal. Glastuinbouw Nederland benadrukt dat dergelijke regelgeving de kwaliteit, identiteit en plantgezondheid van zaden en jonge planten moet borgen. Op 24 april 2024 heeft het Europees Parlement ingestemd met wetsvoorstel van de Commissie. Wel heeft het Parlement een aantal fundamentele wijzigingen gedaan, die de kwaliteit, identiteit en gezondheid van zaden en jonge planten verder op de tocht zetten.

Duurzaamheidstoetsen beperkt soortendiversiteit

Voor landbouwgewassen is het cultuur- en gebruikswaarde onderzoek (CGO) al onderdeel van rassenregistratie. Het is een vergelijkend onderzoek dat de prestatie van rassen onderling vergelijkt onder gelijke omstandigheden. Het geeft telers actueel inzicht in de beste rassen die verkrijgbaar zijn voor hun teelt. De Commissie stelt nu voor om duurzaamheidsaspecten mee te gaan nemen in dit onderzoek en om dit onderzoek (VSCU) ook verplicht te stellen voor groenten en fruit.
Dat heeft een grote impact op groente- en fruitproductie. Zij worden immers grotendeels geteeld in gesloten kassen. Om daar een gestandaardiseerde proef voor te ontwerpen, werkt averechts. Ieder ras heeft namelijk een eigen optimale temperatuur, optimaal bemestingsregime, etc. Een standaardproef kan daar geen rekening mee houden en zal dus nauwelijks waardevolle (duurzaamheids)informatie opleveren. Bovendien is er een groot verschil met landbouwgewassen. Waar bijvoorbeeld tarwe ruwweg twee bestemmingen heeft: veevoer of meel voor bakkerijen, kent een gewas als tomaat juist veel kleine marktsegmenten (cherry-, honing-, Roma-, vleestomaten, etc.). Om op soortniveau een VSCU-duurzaamheidstoets voor groente en fruit in te stellen, zal leiden tot minder soorten.

Proefzaadregeling aan banden gelegd

Het inregelen van deze VSCU per marktsegment leidt tot een overdaad aan proeven, wat de productiekosten voor zaden en jonge planten doet toenemen. Deze kostenstijging voor rassenregistratie zal hoog zijn en leiden tot minder aanmeldingen, zeker voor rassen waarvan niet bij voorbaat heel duidelijk is dat er een (grote) markt voor is. Glastuinbouw Nederland verwelkomt dan ook het voorstel van het Parlement om de VSCU voor groente en fruit vrijwillig te maken en niet verplicht, zoals de Commissie voorstelt.
Momenteel werken telers en groentezaadbedrijven veel saen om nieuwe rassen te testen in praktijkomstandigheden bij de teler. Deze manier om prestaties van rassen te testen, wil de Commissie niet langer toestaan. Eerst moet de volledige rassenregistratie voltooid zijn, voordat rassen de markt op mogen. De Commissie vergeet daarbij dat veredeling voor ziekteresistenties en plantenziekten met elkaar verwikkeld zijn. Ziekteresistenties worden doorbroken en resistente rassen gaan dus in de praktijk maar beperkte tijd mee. Zowel groentezaadbedrijven als telers als consument zijn niet gebaat bij vertraging op de introductie van nieuwe groenterassen. In het fruit komt daar nog bij dat de tijd die nodig is om zo’n toets te doorlopen veel langer is en nog minder betekenis heeft.

Totale vrijheid

Keuringsdiensten zoals Naktuinbouw vinden hun oorsprong in telers die op zoek waren naar kwaliteitsborging voor hun zaaizaad. Het systeem dat daaruit voorkwam met keuringen, certificering voor een aantal gewassen en toezicht op interne kwaliteitsborging van aanbieders van zaden werkt heel goed. Zo goed zelfs dat overheden door heel Europa keuringsdiensten hebben met officiële status. Toch wil de Commissie af van onafhankelijke kwaliteitsborging.
Met als doel om oude en landrassen in stand te houden, stelt het Parlement voor dat aanbieders van dat soortenmateriaal in ‘instandhoudingsnetwerken’ niet belast moeten worden met de administratieve lasten van officiële controle. Dat ondermijnt het systeem van kwaliteitsborging dat ooit door telers zelf in het leven is geroepen. Niet alleen de teler die het materiaal koopt, zal daar last van hebben, maar ook zijn buren en de hele sector als het gaat om ziektes die zich makkelijk verspreiden.

Appels met peren vergelijken

De Raad van EU-landbouwministers buigt zich ook over het wetsvoorstel. Een uitdaging. Nu werken we met tien richtlijnen die per lidstaat een eigen interpretatie krijgen. Die interpretatie is afgestemd op de gewassen die in de betreffende lidstaat veel in de handel zijn en zijn aangepast aan wat er nodig is om registratie en handel daar in goede banen te leiden. Waar de fruit richtlijn in Mediterrane landen over citrus en olijven zal gaan, gaat dezelfde richtlijn in Polen en Duitsland over appels en peren en in Nederland ook over aardbeien en frambozen. Al deze 270 interpretaties (10 richtlijnen over 27 lidstaten) moeten nu worden teruggebracht tot een enkele verordening. Er moeten appels met peren maar ook met olijven en druiven vergeleken worden. Dat geldt ook voor certificering van landbouwzaden en fruitgewassen.

Vervolg

Glastuinbouw Nederland blijft het wetsvoorstel in de Raad nauwgezet volgen. Bij een eventueel akkoord zullen de landbouwministers met het Parlement en de Commissie onderhandelen over een definitieve wettekst. Glastuinbouw Nederland staat daarbij in nauw contact met onze Europarlementariërs, Kamerleden en betrokken ministers om te werken aan werkbaar beleid.

Tekst: Jesse Schevel