Ze zijn omgevlogen, veertig mooie jaren in het onderwijs, op ‘mijn’ HAS. Al jong besloot ik commerciële plantenteelt en werken met jonge professionals te combineren. Ik heb er geen dag spijt van gehad en heb heel veel kansen gekregen. Veertig jaar is eigenlijk te kort. De sector biedt steeds meer kansen en uitdagingen voor iedereen die dat wil en goed beschouwd is het een voorrecht om daar je bijdrage aan te mogen leveren. Zo’n dynamische sector, toonaangevend in de wereld en nog legio kansen. Uniek in mijn ogen.

Wanneer je, samen met serieus weekend- en vakantiewerk, ruim een halve eeuw glastuinbouw hebt meegemaakt, is het bijzonder om te kijken naar al die innovaties die we altijd hebben gehad en die alleen maar sneller op ons af blijven komen. Je zou bijna vergeten dat we in die tijd de eerste hybriderassen kregen met Extase als legendarisch tomatenvoorbeeld. Steenwol in een recirculatiesysteem is het nieuwe normaal geworden en tomaten trillen: wat was dat ook alweer?

Ongelofelijk dat we in die tijd van ploffers via centrale verwarming aan de kaspoot naar buisrail met behulp van aardwarmte in een semi-gesloten kas konden gaan. Van op-en-neer-systeem naar hogedraad. Van twee keer sla en één keer tomaat naar jaarrond tomaat. Van 25 kg naar >100 kg/m² per jaar. Van Mediterranen naar Oost-Europeanen. Van plassen in de sloot naar gender neutrale toiletten. Van chemie naar biologie en van tuinder naar ondernemer. Dat is niet niks en dan moeten we nog van het gas af, naar robots in de kas en sensoren en AI om het klimaat te regelen. Ik heb alle vertrouwen in onze studenten. Ze kwamen van de week nog met kippen houden in een voedselbos als nieuw businessmodel en zien echt overal kansen.

En wat te denken van het onderwijs? Daarin ging het minstens net zo snel van klassikale kennisoverdracht in jaarvakken naar de student aan zet in geïntegreerde thema’s in blokken en semesters. Van geschreven rapporten naar digitale cijfersystemen. Van in discussie met een student over het cijfer tot confrontatie met de advocaat van de ouders van de student. Van afkijken naar digitaal copy-and-paste werk. Van scriptie naar afstudeerproject. Van strenge toelatings- en afwijzingsprocedures naar studenten met een hulphond. Van roken in de klas naar bezoekerspak in de kas. Van meneer Puylaert als directeur naar Liz in het College van Bestuur. Van tuinbouw naar natuurinclusieve landbouw. Van keiharde technische klimaatregeling naar plant empowerment. Kort samengevat is het tuinbouwonderwijs nu ‘student centraal en de plant ook in zijn kracht’. Dat had echt niemand veertig jaar geleden kunnen bedenken.

Over mijn vak glasgroenteteelt heb ik maar één keer echt een klacht van een tuinder gehad. Hij was het pertinent oneens met mijn voorstel voor een scherm in tomaat. Hij heeft er zelf inmiddels drie, denk ik. En in een recente paprikaproef zag ik er zelfs vijf (er was nog slechts 10 m³ gas nodig)!
Het studententuinbouwcabaret in de jaren ‘80 en ‘90 was fenomenaal. Als je er als docent niet in zat was het foute boel, als het de hele avond over jou ging ook. Je wilt niet weten hoe we tegenwoordig onderwijs evalueren en hoe uitermate efficiënt het studentencabaret was. En voor wie er destijds bij was, hadden we het onvergetelijke preilied: ‘Waarom nou prei, waarom nou prei’?

Ik word dan deze maand weliswaar 65 en dit is mijn laatste blog, maar ik hoop toch nog even wat klussen bij HAS af te maken en ga ook daarna echt niet achter de geraniums zitten. Zoals gezegd zijn er nog uitdagingen genoeg voor de sector, ook voor mij. Kortom: we zien elkaar ongetwijfeld nog. Maar ja, dit is wel mijn laatste blog, dus dank jullie wel, (ex-)studenten, bedrijfsleven en andere lezers, het was geweldig om met jullie te mogen werken, het was alleszins de moeite waard, het was helemaal goud!

Jasper den Besten, Lector Nieuwe Teeltsystemen