Op 1 mei nam tomatenteler en ondernemer Ted Duijvestijn afscheid van zijn operationele werkzaamheden bij Duijvestijn Tomaten, maar hij blijft wel aan als mede-eigenaar. Daardoor komt er meer tijd vrij voor andere werkzaamheden, zoals het practoraat Circulaire Tuinbouw en zijn passie: fietsen. Ted vertelt over zijn nieuwe rol en uitdaging binnen de sector, die momenteel kraakt onder de energiecrisis.

Hoe bevalt je nieuwe rol tot nu toe?

Heel goed. Ik heb nu meer tijd om – naast het tomatenvak – andere dingen intensiever beet te pakken. Qua energie en gezondheid vind ik dit wel meer bij mijn leeftijd (57) passen.

Werk je nog wel 50 of 60 uur per week?

Dat wel, maar op een andere manier, meer op afstand. Ik doe best wel veel dingen ernaast, zoals het onderwijs. Ook bestuurlijk ben ik actief. De laatste vijf, zes jaar heb ik al meer een ambassadeursrol gekregen, vroeger had ik veel meer operationeel overleg.

Wat doe je nu anders dan voorheen?

Via de Learning Community ben ik vaak in het World Horti Center, waarin mbo, hbo en universiteiten bij elkaar komen. Dat gaat over innovatievraagstukken in de tuinbouw, in relatie tot het ecosysteem, energietransitie en circulaire economie. Ik kan dat nu meer van een afstand bekijken: hoe zit dat in elkaar, wat is de kracht van het cluster. Vaak gaat dat onbewust bekwaam, hoe kun je dat nou bewust bekwaam maken.

Je komt daardoor in contact met heel veel verschillende soorten mensen.

Ja, Ik denk dat dat komt omdat ik altijd nieuwsgierig ben geweest naar nieuwe ontwikkelingen. Dan zeg ik: kom eens langs, dan laat ik wat zien, vertel ik hoe de sector in elkaar zit op een bevlogen manier. De mensen worden daar vaak enthousiast van.

Van out-of-the-box-denkers of omdenkers, zoals jij?

Ja. Veel ondernemers denken: ik heb een probleem en dat moet opgelost worden. En als dat gelukt is ga je naar het volgende probleem, als een soort brandweerman die brandjes aan het blussen is. Zo ben ik als ondernemer vaak ook bezig. Dat kan je carrière zijn, maar je kan ook zeggen: ik ga er eens op een andere manier over nadenken. Misschien moeten we het probleem niet zelf oplossen maar de omgeving daarvoor inzetten. Of andere mensen opzoeken om het probleem aan te pakken.
Nu zou de focus ook kunnen liggen op rassen die bij vijf graden lagere temperaturen nog steeds goede producten kunnen leveren. Maar is dat in 2030 nog wel relevant? Of moeten we meer investeren in rassen voor vertical farms?

Zie je een andere generatie tuinders opstaan?

Jazeker, het zijn veel minder individualisten en kijken veel meer multidisciplinair in teams. Het werk moet betekenis hebben die verder gaat dan het bedrijf zelf. Je moet als bedrijf iets toevoegen om de wereld beter te maken. Dat zit er echt wel in bij die mensen. Ze zijn dan ook intrinsiek super gemotiveerd. Die hoef je niet te dirigeren, maar zeg: dit zijn onze waarden en doelen, hier heb je gereedschap, en laat me weten wat je nodig hebt. Dat is ook een van de redenen waarom ik die stap terug durfde te zetten in de bedrijfsvoering. Dan kan ik er wel doorheen blijven lopen, maar wil je echt veranderingen doormaken als bedrijf, als sector, durf dan ook op tijd een stap terug te zetten en die ruimte te creëren. Soms is je aanwezigheid al een beperking.

Waarom gaat het zo vaak mis met innovaties?

Een van de belangrijkste vragen voor ondernemers is: kun je jezelf en je bedrijf blijven ontwikkelen. Mensen zeggen vaak: innovatie is belangrijk. Als ondernemer denk je vaak: het moet direct resultaat of euro’s opleveren. Je kunt ook zeggen: ik heb dit en dat gedaan en die ervaring blijft bij je. Daar kun je dan een verhaal van maken of het gebruiken op een ander moment. Dat is veel krachtiger.
Soms is het zinvol om andere mensen aan je bedrijf te koppelen. Ik zie dat vaak bij universiteitsvraagstukken. Kunnen we niet verschillende thema’s met elkaar verbinden en de expertise die daarbij hoort bij elkaar zetten. En dan samen werken aan oplossingsrichtingen.

Even concreet, ben je nog betrokken bij de ontwikkeling van robots op jouw bedrijf?

Daar ben ik nu indirect bij betrokken, dat soort ontwikkelingen komen toch wel. Ook daarvoor geldt: soms moet je een probleem op een andere manier oplossen, met een andere manier van kijken. En veel meer vanuit de mens uitgaan.

De energiecrisis heeft de glastuinbouw na corona overvallen, bedrijven schieten in de overlevingsstand.

Nu is het energie, volgende week kan het water zijn, dan weer grondstoffen, human capital of afval. Alles komt natuurlijk bij elkaar. Je kunt daarom beter integraal op systeemniveau kijken. In de eerste weken van corona was het ook als nu: de hele markt stortte in elkaar, er was paniek in de tent. Ik weet nog goed: in de eerste week belden we een aantal ondernemers op, dit is een goed moment om bij elkaar te zitten. Toen hebben we elkaar de vraag gesteld, wat gaan we nu doen als corona voorbij is.
Dat moeten we nu ook weer doen: samen een plan smeden. Er is wel een plan, want in 2040 willen we als sector energieneutraal zijn. Een paar jaar geleden zeiden we al: kunnen we dat niet vervroegen naar 2030. Met die attitude krijg je iets anders voor elkaar, dan wanneer je zegt: we wachten wel tot 2040. Het gaat er dan om: wat ben je bereid daarvoor te offeren, heb ik dan nog bestaansrecht en kan ik daarin dealen. Op die lijn moeten we veel meer gaan zitten.

Maar de nood op energiegebied is nu wel heel acuut, als je ziet dat Maurice van der Hoorn met zijn ‘Kas zonder Gas’ vorige maand failliet is verklaard? Is dat geen overmacht?

Dat is gewoon triest, ik ken Maurice goed. Ik heb diep respect voor wat hij gedaan heeft en er zijn natuurlijk nog meer voorbeelden. De slechtste scenario’s komen nu naar ons toe rollen. Wij hebben het ook een paar keer als bedrijf gehad, dat je tegenslag op tegenslag krijgt. Dat is natuurlijk ook het risico van ondernemerschap, maar soms geldt onverbiddelijk de wet van Murphy. Je moet ook als mens een beetje geluk hebben, al kun je dat ook voor een deel afdwingen. Maar de een wordt ziek op zijn dertigste en moet ermee leren leven en de ander fietst overal tussendoor.

D66 beweert dat de hoge energieprijzen goed zouden zijn voor de energietransitie. Maar als bakkers, vissers en tuinders gedwongen moeten stoppen of failliet gaan….  Daar valt toch niet tegenop te innoveren?

De verjongingsslag van bedrijven is daarom superbelangrijk. Dat proberen wij ook. Jongeren kunnen daar veel beter mee omgaan, met die veranderingen. Ik heb weleens gezegd: zorg dat je tot je 50ste de dagelijkse dingen kan blijven doen. Daarna hangt het er vanaf hoeveel zekerheden je als mens nodig hebt om te kunnen blijven functioneren. Ook al ben je best wel flexibel, dat houd je toch niet tegen. Je verandert ook als mens.
Mijn advies: omarm de nieuwe realiteit, welke dat ook is of wordt, dat is gewoon een mindset. Maar reageer niet vanuit angst.

Een crisis hoeft wat jou betreft niet altijd slecht te zijn?

Nee, want als je daarvan uitgaat is het bij voorbaat een verloren zaak. Natuurlijk zullen er ondernemers stoppen en zeggen: het is mooi geweest. Je kunt ook zeggen: ik heb mijn bedrijf verkocht, heb een goede deal gemaakt en ga wat anders doen. Wat mezelf betreft: de beslissing om terug te treden heb ik ruim voor de energiecrisis al genomen.
Het is nu wel anders, maar zeker geen drama. Ik zie vooral uitdagingen. Gelukkig zie ik ook ondernemers die dit jaar een bedrijf gekocht hebben en tegen mij zeggen: ik ga de komende vijf jaar heel veel geld verdienen. Dat maakt mij dan weer nieuwsgierig. Anticyclisch investeren en tegen de stroom inzwemmen is al vaker een basis geweest om ruimte te creëren en succes te hebben.

Gaan we niet ‘back to the future’ als we weer terug moeten naar een seizoensteelt?

Er zullen best ondernemers zijn die denken: we gaan terug naar vroeger. Als je een biologische en een traditionele teler bij elkaar zet: dat werkt ook vaak niet. Daar zit een spanningsveld tussen. Dan zegt een biologische teler: wij telen natuurinclusief en volgens bepaalde principes. Dan zegt die gangbare teler: ja, zo deed mijn opa het ook vroeger, honderd jaar geleden. Einde gesprek. Of je geeft elkaar wat mee, misschien moeten we daar wel een nieuwe mix van maken.

Mensen met elkaar verbinden en in gesprek laten komen, zie je dat als jouw taak?

Ja, maar ik kijk ook naar hele futuristische voedselsystemen. Van vertical farming zegt een traditionele teler: dat kan toch nooit uit. Dat kost bakken energie en is qua investering veel te duur. Hij kan gelijk hebben, daar gaat het niet om. Maar je kunt ook redeneren: welke mogelijkheden biedt vertical farming? Op logistiek, imago, verdienmodellen, langetermijncontracten; op gezondheid, inhoudsstoffen, residu; op investeerders, totaalconcepten.

Dat practoraat Circulaire Tuinbouw, wat houdt dat precies in?

Daarin geef ik richting aan het onderwijs en aan ondernemers, ben eigenlijk bezig met toekomst maken voor 2030. Ik wil de mensen perspectief geven, met nieuwe beelden, banen en vormen van ondernemerschap. De circulaire economie is een mega-uitdaging die nieuwe beroepen kan opleveren die écht betekenis hebben. Wat dat betreft komt er ook een hele mooie tijd aan.

Tekst: Mario Bentvelsen