Tropische plantenkwekers Edwin van der Eijk en Marcel van Rijn hebben er hun twijfels over of gasloos telen de toekomst is. De glastuinbouw blijft met zijn WKK’s nodig om bij te dragen aan de energievoorziening en pieken op te vangen, denken ze. De telers zien meer heil in hybride oplossingen. “De vraag is: wat is de juiste weg, welke stappen zet je en welke investeringen doe je daarin?”
Edwin van der Eijk en Marcel van Rijn maken deel uit van het managementteam van VDE plant; Edwin is mede-eigenaar en verantwoordelijk voor de commerciële kant van het bedrijf, Marcel is medeverantwoordelijk voor teelt en energie. Energiebesparing is een belangrijk thema binnen de organisatie, maar niet tegen elke prijs, zeggen ze. “De ambitie van de glastuinbouw is om in 2040 gasloos te opereren. Daar hebben wij onze twijfels over, zeker op onze locatie. In het Westland kunnen bedrijven bijvoorbeeld gebruik maken van aardwarmte. Die mogelijkheid hebben wij hier niet. Dus moeten wij naar alternatieven kijken.”
Stegdoppelkas
VDE plant is een familiebedrijf, gevestigd in het Zuid-Hollandse Woubrugge. De kwekerij werd in 1948 opgericht, inmiddels zit de derde generatie Van der Eijk aan het roer. Het bedrijf bestaat in totaal uit 12 ha glas, er worden zo’n veertig verschillende soorten tropische en luchtzuiverende planten geteeld.
Duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen staan hoog in het vaandel, door onder andere geïntegreerd te telen. Ze gaan zuinig om met water, werken met gerecyclede teeltpotten, telen veenvrij, werken met footprinting en maken gebruik van een WKK van 2,2 MW. De 8 ha grote huislocatie bestaat uit een stegdoppelkas, een kas met isolerende dakplaten om warmteverlies te verminderen.
Warmtepomp op de WKK
De glastuinbouw levert met z’n WKK’s een aanzienlijke bijdrage aan de energievoorziening, aldus Van Rijn. “We produceren stroom die we voor een deel terugleveren aan het net en we gebruiken de warmte en CO₂ die bij het opwekken vrijkomen in onze kassen. Netbeheerders roepen dat ze de stroomvoorziening niet voor 100 procent uit zonne- en windenergie kunnen halen, er zijn back-upsystemen nodig. TenneT heeft al aangegeven dat telers met WKK’s hard nodig blijven. Dat staat haaks op de discussie dat de sector in 2040 gasloos moet zijn.”
Bovendien is het lastig om een zwaardere stroomaansluiting te krijgen om te elektrificeren, vanwege netcongestie. “We hebben daar drie jaar geleden een aanvraag voor gedaan, maar nog steeds geen toezegging gekregen.”
Dat betekent niet dat de groene plantenkwekerij achterover leunt wat verduurzaming betreft. Er zijn de afgelopen jaren wel degelijk stappen naar gasloos telen gezet, vervolgt Van der Eijk. “We zoeken daarbij naar hybride oplossingen.” Het bedrijf liet twee jaar geleden een warmtepomp op de WKK installeren. “Voorheen ging er 55 graden aan warmte de uitlaatpijp in. Dat vonden we zonde. Nu wordt de warmte met de warmtepomp uit de schoorsteen teruggewonnen. Dat levert ons een besparing van 15-20 procent aan energie op.”
Elektra inkopen voor e-ketel
Daarnaast heeft het bedrijf in een e-ketel geïnvesteerd. Deze ketel produceert warmte van stroom die over is van het net en als de WKK uitstaat.
Van Rijn: “Wij kopen stroom in als de prijzen laag zijn en zetten die om in warmte. Dat doen we op momenten dat de netbeheerder blij is dat wij stroom van het net afnemen. Het is een continu spel van elektra inkopen als de prijzen op de markt laag zijn. Daarin werken we samen met AgroEnergy, voor meer flexibiliteit en stabiliteit in het energiemanagement.”
In 2022 werden al acht energiezuinige luchtontvochtigers in de kas geplaats: zeven van Agam en een van DryGair. De ontvochtigers leveren in de afdelingen waar ze staan een besparing van 60% aan energie op. In totaal gaat het om een besparing van 10% aan energie, schat van Rijn in. “De combinatie van de stegdoppelkas met de ontvochtigers is goed voor een besparing van 30 procent ten opzichte van een glazen kas. Een ander voordeel van stegdoppelplaten is dat het licht diffuser wordt. Dat is gunstig voor groene planten.”
Klaar voor 2030
Van der Eijk schat voorzichtig in dat met de investeringen van de afgelopen vier jaar een totale reductie van 25% op energie heeft plaatsgevonden. “Daarmee zijn we klaar voor de doelstellingen van 2030”, zegt hij. Maar de kwekerij zit niet stil wat energiebesparing betreft. De telers hebben een eerste gesprek gevoerd over de eventuele aanschaf van een Thermeleon Warmtebatterij, een innovatie voor het verhogen van de energie-efficiëntie in de kas. “De batterij slaat overdag het overschot aan warmte op en geeft dat ’s nachts weer af als de kas kouder wordt”, legt hij uit. “Stel dat we daar 5 procent gas mee besparen. Dan maak je de rekensom of zo’n investering rendabel is.”
Ook wordt gekeken naar de mogelijkheid van de OptiDry’s van Bosman Van Zaal, voor het drogen, koelen en verwarmen van lucht. Die zouden prima in de kasafdelingen zonder luchtontvochtigers passen, vult Van Rijn aan. “We hebben gekeken naar een lucht-water-warmtepomp, om op basis van elektra warmte te maken. Dan praat je over een investering van minimaal een miljoen euro. Die hebben we voorlopig geparkeerd, vanwege de lange terugverdientijd.”
Nuchter blijven kijken
De vraag op weg naar gasloos telen is: wat is de juiste weg en hoe snel kan en moet het. Van Rijn: “De belangrijkste vraag is of je een investering kunt rond rekenen. Er wordt flink geïnvesteerd in energiebesparing, maar je wil wel financiële ruimte hebben om in andere zaken te investeren. Dat bekijken we per jaar en dat valt of staat met welk rendement je uit de markt haalt. Op dit moment staat de markt van groene planten wat onder druk, onder andere door overcapaciteit.”
“Maar”, besluit Van der Eijk, “soms moet je acteren op de eisen en wensen vanuit politiek, retail en maatschappij. Een retailer uit Groot-Brittannië wil veenvrije potplanten in de winkel. Daar hebben we op ingespeeld door veenvrij te gaan telen. Ook kunnen we aan klanten die dat willen een gevalideerde footprint berekening leveren, daar zijn we op productniveau al heel ver mee. Daar hoort het energieverhaal eveneens in thuis. Dat neemt niet weg dat we nuchter en realistisch naar investeringen blijven kijken. Wij zoeken naar duurzame oplossingen die zichzelf kunnen terugverdienen, om als bedrijf ook gezond te kunnen blijven”.
Tekst: Annemarie Gerbrandy, beeld: Arjen Vos

















