Een voedingsgift met minerale en organische meststoffen draagt bij aan een vitaler aardbeiengewas, zonder dat dit ten koste gaat van de productie. Dat is een belangrijke conclusie van een onderzoek in aardbei waarbij diverse bemestingsstrategieën werden beproefd. Volledig organisch bemesten is nog wel een uitdaging: direct in de afdeling injecteren blijkt een must. En om te komen tot een optimale plantweerbaarheid, is het zaak het bodemleven maximaal te stimuleren.

Net als in veel gewassen wordt ook bij aardbei gezocht naar manieren om het gewas weerbaarder te maken, om daarmee een antwoord te bieden op de verschraling van het pakket aan chemische middelen. Bemesting kan hierin een rol vervullen, geeft Juul Baeten aan. Zij is projectleider bij onderzoeksinstituut Botany in Horst. “In de praktijk worden nog met name minerale meststoffen ingezet. Hierbij is doorgaans sprake van een hoog nitraatgehalte. En hoe meer nitraat, hoe aantrekkelijker een gewas is voor schimmels en insecten.”
Mark van der Werf, die zich vanuit zijn bedrijf Power2Plants bezighoudt met dit thema, haakt hierbij aan: “Een weerbaar gewas begint bij de juiste voeding. Dus daar moeten we sowieso mee aan de slag om de transitie naar een chemievrije teelt te kunnen maken.”

Geen ‘voedingsinfuus’

Vanuit deze achtergrond nam de onderzoeksinstelling vorig jaar het initiatief tot het tweejarige onderzoeksproject ‘Weerbare aardbei – telen naar de toekomst voor gezondheid en weerbaarheid’. Ook Power2Plants en telers Van Enckevort Aardbeien, Penninx-Van Lankveld en Brookberries sloten aan. De financiering kwam vanuit de Europees Innovatie Partnerschap-subsidieregeling van de Provincie Limburg.
Doel van het project, dat drie verschillende teelten omvat, is om het gewas beter bestand te laten zijn tegen ziekten en plagen en tegelijkertijd een goede productie en productkwaliteit te realiseren. “Ook stemmen we, met behulp van plantsapanalyses en drainmonsters, de bemesting meer af op de plantbehoeften in plaats van het gewas continu aan een ‘voedingsinfuus’ te hangen”, vertelt Baeten.
Van der Werf voegt toe dat in de traditionele teelt sprake is van een flinke overmaat aan bemesting, vooral als het gaat om kalium- en nitraatgift. “Deze elementen worden in grote hoeveelheden aangeboden. Hierdoor wordt de plant als het ware ‘opgeblazen’ en gaat diens conditie achteruit. Daarnaast leidt een overmaat aan kalium en nitraat tot concurrentie met andere elementen, die belangrijk zijn voor de plantweerbaarheid. Door meer op maat te bemesten, maak je het gewas vitaler en daarmee weerbaarder.”

Revolutionaire strategie

De eerste teelt onder de vlag van het project startte in mei vorig jaar. Toen werd in een proefkas van 250 m² een zomerteelt van het ras Favori aangeplant op kokossubstraat. De onderzoekers beproefden hier drie verschillende bemestingsschema’s: een conventioneel schema met minerale meststoffen en veel nitraat, een combinatieschema met minerale en organische meststoffen aangevuld met bladmeststoffen en een strategie gebaseerd op volledig organische meststoffen.
“Bij de combistrategie hebben we de inzet van minerale meststoffen fors verlaagd, zodat de nitraatgift werd gehalveerd. Daarnaast mengden we een organische korrel bij”, vertelt Baeten. “In de organische variant werd de minerale nitraatgift nog verder verlaagd. Deze verlaging werd gedeeltelijk gecompenseerd door de input van organische stikstof. Die strategie was behoorlijk revolutionair: in de gangbare praktijk wordt nog geen strategie met een minimum aan mineraal nitraat toegepast. In de eerste teelt wilden we vooral inzicht krijgen in hoe het gewas reageert op een dergelijke aanpak.”

Goede oogst op combimengsel

De onderzoekers monitorden de opbrengsten, houdbaarheid en brixwaarde bij de diverse strategieën. Vooral de combi-behandeling liet goede resultaten zien. Hierbij oogstten ze, van juni tot oktober, 6,2 kg/m². Dat was zo’n 10% meer dan bij de traditionele bemestingsstrategie met 5,8 kg/m². Qua houdbaarheid en brixwaarde scoorden de twee behandelingen hetzelfde”, zegt de onderzoeker.
Van der Werf denkt dat de combinatie van een lagere nitraatgift en het toevoegen van bladmeststoffen, en daarmee van spoorelementen, bijdroeg aan de goede oogst van dit combi-mengsel. “Dit zorgde ervoor dat de plant beter functioneerde en resulteerde uiteindelijk in een hogere productie.”

Organische strategie

De organische strategie scoorde minder goed. De productie lag op slechts 3,8 kg/m², daarnaast was de houdbaarheid van de vruchten slechter en bleef de gewasontwikkeling achter. “De planten hadden het duidelijk zwaar en de stand van het gewas week af. Dit was het gevolg van het feit dat de verschillende organische voedingsstoffen niet in de juiste verhouding bij de plant kwamen”, licht Baeten toe.
Volgens Van der Werf had dit waarschijnlijk te maken met het feit dat zich micro-organismen vestigden in het leidingsysteem. De onderzoekers maakten het voedingswater namelijk aan in een put op zo’n 150 meter van de proefkas. “Omdat we een lange leiding in combinatie met een kleine afdeling hadden, duurde het lang voordat de meststoffen door de leiding waren. Hierdoor kregen bacteriën en andere micro-organismen alle ruimte om zich te ontwikkelen. Deze ‘snoepten’ voeding weg, daarnaast scheiden de micro-organismen stoffen af en gingen de elementen met elkaar reageren. Hierdoor kwam het beoogde voedingsrecept niet op de juiste manier bij de plant.”

In afdeling injecteren

Uiteindelijk pasten de onderzoekers de geschetste constructie aan en gingen zij de voedingsoplossing direct in de afdeling injecteren. Op die manier kregen de planten wel de juiste verhoudingen aan voedingsstoffen. Baeten: “Maar het gewas was al dusdanig verzwakt dat dit zich niet meer herstelde. We weten nu echter wel dat het bij de inzet van louter organische meststoffen, noodzakelijk is om het voedingsrecept direct in de afdeling te injecteren.”
Positief is dat het toedienen van minder nitraat inderdaad lijkt te resulteren in een weerbaarder gewas. “We hadden op een bepaald moment een flink luisaantasting in het gewas met de standaard strategie. Deze aantasting breidde zich echter niet uit naar de naastgelegen gewassen met de andere twee behandelingen.”

Uitdagingen in vervolgteelt

Dit jaar wordt een vervolgteelt opgezet, met zowel een combinatieschema als een nagenoeg volledig organische strategie. “Bij de combi-strategie willen we nog een stap verdergaan in het terugschroeven van de nitraatgift”, zegt Van der Werf. “Een reductie van zestig tot zeventig procent zal waarschijnlijk helpen om verdere winst te boeken op het vlak van weerbaarheid. We gaan in de vervolgteelt ook gericht plagen, bijvoorbeeld luizen, uitzetten om te kijken of en hoe snel deze zich ontwikkelen bij een bepaalde bemestingsstrategie. De organische voedingsoplossing wordt direct in de afdeling geïnjecteerd.”

Volgende stap zetten

Al met al kan worden gesteld dat de combinatiestrategie van minerale en organische meststoffen zich inmiddels heeft bewezen. “Dat levert veel op; qua productie en weerbaarheid”, zegt Van der Werf. “Nu is het de kunst om de volgende stap te zetten, naar nagenoeg volledig organische bemesting. Daar zijn nog wel wat hobbels te nemen. Maar we houden vertrouwen: uiteindelijk moeten we met zijn allen toch die richting uit.”

Tekst: Ank van Lier

 

  • Vooral de combi-behandeling van minerale en organische meststoffen liet goede resultaten zien, qua productie en weerbaarheid.