Diverse middelen zijn door Vertify getest op hun effectiviteit tegen groene perzikluis in peperplanten, vooruitlopend op de Gewasgezondheidsdagen Groenteteelt die medio april werden gehouden. Sergio Harinck stelde vast dat er goede resultaten zijn behaald, vooral door al langer toegelaten groene en chemische middelen. “Nieuwe biologicals scoorden in de proef weliswaar lager, maar het is goed dat producenten ze blijven ontwikkelen”, merkt hij op.

De onderzoeker had de proef zelf geïnitieerd en presenteerde de voorlopige resultaten tijdens de Gewasgezondheidsdagen voor de groenteteelt, die Vertify en Glastuinbouw Nederland ieder jaar organiseren. Hij kwam tot dit initiatief door de structurele druk van groene perzikluis (Myzus persicae) in onder andere paprika- en peperteelten.
Het betreft een relatief nieuwe luisvariant, die zich zeer snel kan vermeerderen en per dag tot wel tien nakomelingen produceert. Natuurlijke vijanden zoals sluipwespen, lieveheersbeestjes, gaas- en zweefvliegen kunnen dat niet altijd bijhouden, waardoor telers het niet zonder chemische en natuurlijke middelen kunnen stellen.

Proefopzet

“Door het wegvallen van vertrouwde synthetisch-chemische middelen worden telers afhankelijker van biologische bestrijders en beschikbare groene middelen”, vertelt Harinck. “Het aanbod van groene middelen wordt geleidelijk ruimer. Daarom leek het me nuttig om een bestrijdingsproef op te zetten die mogelijk nieuwe handvatten kon opleveren voor effectieve bestrijding.”
Voor dat doel plaatste de onderzoeker op 24 februari dit jaar 360 peperplanten van het ras Fresno Chili Red in gescheiden proefveldjes voor negen behandelingen in vier herhalingen (tien planten per veld). Eén behandeling met uitsluitend water diende als onbehandelde referentie. De acht overige behandelingen bestonden uit gewasbespuitingen of het meegeven van middelen aan het voedingswater (meedruppelen). Naast reeds toegelaten middelen zoals Teppeki, Closer, NeemAzal T/S en Naturalis + hulpstof Heliosol, beproefde hij vier nieuwe en experimentele biologische middelen onder code A t/m D (zie figuur 1). Alle producten zijn toegepast volgens de bijbehorende gebruiksvoorschriften.

Introductie montdorensis en luizen

Op 13 maart werd elke plant voorzien van een kweekzakje met de roofmijt Transeius montdorensis, een standaard tripsbestrijder in de teelt van pepers en paprika’s. Op die manier kon een eventuele en ongewenste nevenwerking van de toegepaste middelen tegen deze natuurlijke vijand worden vastgesteld. Eén week later, op 20 maart, werden er in ieder veldje 20 luizen geïntroduceerd.

Behandelingen en waarnemingen

“Het aantal toegestane behandelingen per teelt of per jaar kan variëren en dat geldt ook voor de aangehouden spuitintervallen”, merkt Harinck op. “Dat zie je terug in het behandelschema. Zo zijn Teppeki en Closer slechts twee keer ingezet, terwijl andere middelen in de behandelperiode van 19 maart tot en met 21 april drie, vijf of zes keer zijn toegepast.”
Elke week werden de veldjes beoordeeld op effectiviteit van de behandeling (aantallen luizen en % bladbedekking door honingdauw), nevenwerking (aantallen montdorensis) en selectiviteit (percentages residu en bladschade).

Resultaten en kanttekeningen

Harinck stelde vast dat NeemAzal T/S na drie toepassingsmomenten het meest effectief was. De chemische middelen Teppeki en Closer, die conform hun toelating slechts twee keer zijn ingezet, waren eveneens effectief. Dat gold in mindere mate voor Naturalis met de hechter Heliosol en voor de producten onder code A t/m D.
De onderzoeker: “Code C is als enige preventief ingezet daags voor de luisintroductie. Het is een nog zeer experimenteel middel, dat naarmate de proef vorderde duidelijk achterbleef ten opzichte van de andere middelen. Code B deed het niet veel beter. Dit middel is al wel toegelaten, maar nog niet in de paprikateelt. Code A is meegedruppeld en deed het iets beter, evenals Code D. De behandeling met Naturalis + Heliosol had wel een numeriek effect op de luispopulatie, maar laat tot nu toe geen significant verschil zien ten opzichte van Code A.”

Weinig schade en neveneffecten

Uit de tellingen bleek dat montdorensis weinig nadeel ondervond van de toegepaste middelen (zie figuur 2 neveneffecten). In de behandelingen met Code D werden wat verbrande bladpunten waargenomen, mogelijk als gevolg van afdruipen. “Dat kun je waarschijnlijk voorkomen door minder spuitvloeistof te gebruiken en eventueel een hulpstof toe te voegen die de hechting bevordert”, merkt Harinck op.
“NeemAzal wordt in de praktijk weleens in verband gebracht met gewasschade. Om die reden gebruiken telers het in gevoelige rassen vaak in een lagere concentratie. Wij hebben in dit ras de volle dosering gebruikt en geen schade gezien, dus dat is positief.”
In week 17 vond er met enkele middelen nog een laatste behandeling plaats, één en twee weken later volgen de laatste tellingen.

Conclusie

Vooralsnog stelt de onderzoeker vast dat de nieuwe middelen in deze proef nog geen positief verschil maken in werkzaamheid tegen de groene perzikluis, maar dat er ook geen grote nadelen aan verbonden zijn.
“Luisbestrijding blijft complex; vanwege beperkingen op de etiketten en resistentiemanagement zul je producten sowieso moeten afwisselen om een sluitende strategie te bereiken als aanvulling op biologische bestrijding”, vult hij aan. “Nevenwerking tegen biologische bestrijders, niet bij alleen montdorensis, zal bij de afwegingen meegenomen moeten worden. Het is zonder meer goed dat producenten blijven investeren in nieuwe groene middelen. Ook chemische oplossingen mogen we niet uit het oog verliezen.”
Verimark is in dit onderzoek buiten beschouwing gebleven. “Dit chemische middel is een paar jaar geleden toegelaten en heeft zijn waarde voor luisbestrijding inmiddels bewezen. Ook dat product is echter beperkt inzetbaar, dus het blijft puzzelen om een teelt van begin tot eind afdoende tegen luis te beschermen. Hoe groener dat kan, des te beter.”

Tekst: Jan van Staalduinen

 

  • Vooralsnog stelt Sergio Harinck vast dat de nieuwe middelen in deze proef nog geen positief verschil maken in werkzaamheid tegen de groene perzikluis.