De van oorsprong mediterrane wants Nezara viridula vormt een hoofdpijndossier voor paprikatelers in België en Zuid- en West-Nederland. Hoewel de schade dit jaar lijkt mee te vallen, is er nog geen effectieve remedie voorhanden. In een PPS-project verkennen Wageningen University & Reserach en partnerbedrijven de mogelijkheden voor een geïntegreerde aanpak “Een combinatie van biologische bestrijders en verbeterde monitoring zou de oplossing kunnen bieden”, aldus projectleider Gerben Messelink.

Dat het dit jaar wat rustiger was rond Nezara, schrijft beleidsspecialist en programmamanager plantgezondheid Helma Verberkt van Glastuinbouw Nederland toe aan drie factoren: intensief scouten en alert reageren (handmatig verwijderen) door telers, het relatief trage voorjaar met koel weer en de mogelijkheid om de wants chemisch te bestrijden met het enige effectieve middel waarvan de toelating voor dit doel was behouden.

Laatste redmiddel vervalt

“Nu we weten dat de wants in kassen kan overwinteren, zijn telers al vroeg in het seizoen zeer alert met scouten en het handmatig bestrijden van beginnende plagen”, licht zij toe. “Toch is dat niet voldoende, vooral wanneer de temperaturen wat oplopen. Waar het uit de hand dreigde te lopen kon dit jaar nog worden teruggevallen op Admire. Daar is goed gebruik van gemaakt, vaak pleksgewijs. Maar dit laatste redmiddel komt op 1 januari te vervallen. Er zijn dringend alternatieven nodig, bij voorkeur op biologische basis. Daarom is er met steun van de Topsector T&U, de tuinbouwsector via de Stichting Kennis in je Kas (KIJK) en een aantal gewascoöperaties ,een stevig PPS-project opgetuigd dat inmiddels wordt uitgevoerd.”

Ook schade in komkommer en gerbera

Voor het project is op de locatie van WUR in Bleiswijk een afdeling ingericht met paprikaplanten in gaaskooien. Paprika en Spaanse peper zijn bij de zuidelijke groene stinkwants duidelijk favoriet, al is er ook melding gemaakt van waarnemingen en schade in komkommer- en gerberateelten.
De onderzoekers werken ook samen met collega’s en partnerbedrijven in Zuid-Europa (Italië), waar Nezara al jaren zijn sporen nalaat in bedekte en open teelten. De ervaringen daar geven mede richting aan het onderzoek hier, dat in hoofdzaak wordt uitgevoerd door Hessel van der Heide.
Messelink: “We kijken zowel naar Nezara als naar de bruin gemarmerde schildwants Halyomorpha halys, die vanuit het zuiden eveneens oprukt naar onze contreien. Er zijn nu enkele sluipwespen in onderzoek die de eieren van deze wantsen met succes parasiteren. Voor een robuuste bestrijdingsstrategie is echter meer nodig.”

Wegkruipgedrag

Aanvullende bijdragen moeten onder andere komen van generalistische predatoren. Enkele interessante kandidaten zijn al geïdentificeerd en in onderzoek. “We richten ons op de bestrijding van stinkwantsen in alle ontwikkelingsfasen én op de interacties met andere biologische bestrijders die voor geïntegreerde gewasbescherming van belang zijn”, vervolgt de entomoloog en buitengewoon hoogleraar biologische gewasbescherming.
Andere onderzoeksthema’s zijn het wegkruipgedrag van de schadelijke wantsen voor hun winterrust (perspectief: wegvangen via kunstmatige schuilplaatsen) en het monitoren met feromonen. “Die twee laatste sporen hebben nog geen positieve resultaten opgeleverd, maar het onderzoek loopt nog geruime tijd door”, zegt de projectleider tot besluit.

Tekst: Jan van Staalduinen