De rupsen van de Opogona-motten vormen bij veel glastuinbouwbedrijven in de sierteelt een bron van gewasschade. Traditionele verticaal geplaatste vangmiddelen blijken in de praktijk niet altijd effectief genoeg om de mottenpopulatie van de bananenboorder (Opogona sacchari) goed onder controle te houden. Dat moet anders kunnen, dacht strelitzia-teler Barry Duyvesteijn. Hij bedacht een horizontaal vangsysteem.

Barry Duyvesteijn teelt strelitzia in een 1,8 ha grote kas in De Lier. “We gebruiken aaltjes tegen larven, feromoonvallen om de motten van de bananenboorder op te vangen en insectenlampen om ze weg te vangen. Ook hebben we drones gekocht, maar die techniek is nog in ontwikkeling. Omdat al deze maatregelen niet voldoende werken, hebben we verleden jaar geprobeerd de motten met een verticaal lint weg te vangen. Dat lukte niet, we vingen nul motten, terwijl de camera’s van het PATS-C systeem steeds meer motten begonnen te registreren.”

Lint vol motten

De volgende dag probeerde Duyvesteijn één pad met een horizontaal lint uit. “Het hele lint zat vol met motten”, zegt hij. “De insecten kunnen een enorme plaag veroorzaken, zeker in de zomer. Strelitzia is een meerjarig gewas, we verjongen wel, maar met bestaande planten. Je kunt nooit naar een schone teelt toewerken en er zijn geen chemische middelen meer beschikbaar tegen de Opogona-mot. In de tweede helft van de zomer van 2025 hebben we de verticaal geplaatste vangmiddelen omgebogen naar een horizontaal systeem, met nog extra linten erin. We hebben toen duizenden motten gevangen.”
De teler ontwikkelde samen met Bloks Draadvorm een verstelbaar en flexibel systeem, dat eenvoudig is aan te passen aan verschillende kasgroottes en teeltopstellingen. Dit jaar hangen er vier keer zo veel linten boven het gewas, vertelt de teler. “We telen op vier bedden per tralie, de vraag was hoe we de linten moesten ophangen. Ik heb haken laten maken tot net boven het gewas en met beugels aan de haken om de linten horizontaal te spannen. De spullen liggen klaar, we willen het systeem volgende maand in de kas implementeren, als de motten een plaag worden. De druk is nu nog laag.”

Praktische oplossing

De onderdelen worden op maat geproduceerd en maken onderdeel uit van een gepatenteerd systeem. Het is een praktische en direct toepasbare oplossing voor bedrijven die te maken hebben met de Opogona-mot, aldus Duyvesteijn. “We kunnen en mogen geen chemie meer gebruiken, de reductie van het middelenpakket hangt als het zwaard van Damocles boven ons hoofd. Dan moet je zelf dingen gaan bedenken. Dat maakt het ook leuk.”
Een andere manier om de motten in de hand te houden, is om ’s nachts de temperatuur weg te laten zakken, vertelt hij. “De motten gaan ’s nachts om 12 uur vliegen, daar kun je de klok op gelijk zetten. ’s Ochtends vroeg stoken we de kas dan weer op. De strelitzia komt van oorsprong uit Zuid-Afrika, we bootsen als het ware het klimaat na. Dit doen we nu voor het tweede jaar, het gewas kan dat aan.”
Daarnaast stookt Duyvesteijn in één afdeling helemaal niet op. “Die houd ik vorstvrij. Daar kunnen de rupsen niet evolueren. Eigenlijk zou je de teelt het hele jaar koud moeten houden, maar dat kan financieel en qua arbeid niet uit.”

Sluipwespen inzetten

De Zuid-Hollander zit nu aan het einde van de teelt, die ongeveer tot Moederdag duurt. Daarna vinden de gewaswerkzaamheden voor de volgende teelt plaats en wordt het horizontale vangsysteem geïnstalleerd, zodat hij klaar is als de druk van de Opogona gaat toenemen. “Als ik op het moment dat de plaag zich het snelst ontwikkelt de eitjes aanpak met sluipwespen, de rupsen met algjes en de motten wegvang met vanglinten, bestrijd ik alle stadia van de cyclus.”
Naast deze mot is wolluis ook een zorgenkindje, zegt hij. Die bestrijdt hij biologisch met de roofkever Cryptolaemus en een aantal sluipwespen. “We onderzoeken nu ook welke sluipwesp het meeste effect op de mot heeft. Helaas werkt de biologie tegen wolluis niet tegen de Opogona. Was het maar zo’n feest!”

Tekst: Annemarie Gerbrandy