Vier jaar geleden testten Ferry en Marcel Adegeest een prototype van een oogstrobot in hun tomatenkas in Berkel en Rodenrijs. De telers waren enthousiast over het idee, maar de test liet zien dat de technologie nog niet praktijkrijp was. Komende periode wordt de verbeterde robot weer ingezet. “Robotisering is de toekomst, zeker met het oog op het arbeidsvraagstuk.”
Ferry en Marcel Adegeest van TVA Growers telen 11 ha snoeptomaten op drie locaties in Bleiswijk en Berkel en Rodenrijs. De broers telen al 25 jaar tomaten, aanvankelijk losse ronde tomaten en sinds 2013 snoeptomaten. “De markt voor losse tomaten werd steeds kleiner, de marges kwamen onder druk te staan”, vertelt Ferry Adegeest. “Bovendien hadden we in 2009 in een nieuwe bedrijfslocatie geïnvesteerd, die hing ons een beetje om de nek. In overleg met Oxin Growers, toentertijd nog Van Nature, zijn we op zoek gegaan naar een andere teelt. Dat is snoeptomaten geworden.”
Stijgende arbeidsbehoefte
De overstap pakte economisch goed uit, maar bracht wel een toename in de arbeidsbehoefte met zich mee. “We wilden minder arbeid, maar dat is meer geworden”, aldus Adegeest. “Waar voorheen twee à drie mensen per hectare nodig waren, zijn dat er nu ongeveer tien. In de begintijd teelden we het ras Sweetelle, daarvan werd gemiddeld 50 kg per uur geplukt. Nu telen we Duelle, waarvan we gemiddeld 60 kg per uur oogsten. Deze tomaat is net iets grover en de trossen zijn korter, waardoor je meer tomaten in één plukbeweging kunt meenemen. Desondanks blijft het een arbeidsintensieve teelt, in het hoogseizoen hebben we hier 125 mensen lopen.”
De tomaten worden in wekelijkse ronden geplukt, van half maart tot half november. De piek ligt van half mei tot begin juli. Adegeest werd via Syngenta getipt over de oogstrobot van het Japanse bedrijf Inaho, dat in Nederland een test met een prototype wilde uitvoeren. De telers waren gelijk enthousiast.
“Het is steeds lastiger om personeel te vinden dat het hele jaar wil plukken, de goede mensen beginnen wat op leeftijd te raken en de arbeidskosten per kg zijn hoog. We zoeken naar mogelijkheden om het plukken voor ons personeel wat makkelijker te maken en de plukprestaties omhoog te brengen. Een oogstrobot kan hier een significante bijdrage aan leveren.”
Focus op kwaliteit
Hoewel Adegeest positief was over het idee, liet de test zien dat de technologie nog niet rijp was voor praktijkgebruik. De pluksnelheid was te laag, de robot kon niet overal bij, er waren te veel valtomaten en er werden regelmatig groene in plaats van rode tomaten geplukt, somt hij een aantal tekortkomingen op.
“Als deze robot een hele kas zou moeten plukken, zou ik er een heel aantal nodig hebben”, lacht de teler. “Zowel de Japanners als wij zagen in dat de techniek nog niet rijp was voor de praktijk: vooral de snelheid en de manier van werken vroegen om verbetering. We zijn vervolgens uit elkaar gegaan, maar hebben de afgelopen jaren wel contact gehouden over de ontwikkelingen van de innovatie.”
Met de huidige stijging van de arbeidskosten vindt Adegeest het een goed moment om de robot opnieuw te testen. In juni, als het hoogseizoen begint, komt het apparaat weer naar de kassen van de tomatentelers. Hoewel de technologie is verbeterd, blijft de Bleiswijker realistisch.
“We stappen laag in: we willen eerst inzetten op gedeeltelijke ondersteuning, bijvoorbeeld 40 procent, en focussen op kwaliteit boven snelheid. Commerciële bedrijven zijn vaak georiënteerd op snel oogsten, ik zie meer heil in goed plukken. Ik ben van mening dat de robot het beste de makkelijke trossen kan oogsten, zodat de plukkers zich kunnen richten op het moeilijkere werk.”
Lage investeringsdrempel
De oogstrobot werd in eerste instantie ontwikkeld voor asperges en wordt nu ook ingezet in tomaten, vertelt Yu Mizuki, directeur van Inaho Europa. De innovatie is nog in ontwikkeling, maar wordt wereldwijd in de praktijk getest en daarbij stap voor stap verbeterd, zegt hij. “Het streven is met de robot 45 procent of meer op arbeidskosten te besparen. Het apparaat neemt het makkelijkere deel van de werkzaamheden over, zodat menselijke arbeid efficiënter kan worden ingezet. De techniek maakt gebruik van verwisselbare batterijen, waardoor de robot 24 uur per dag kan draaien en de totale arbeidsproductiviteit omhoog gaat.”
Een belangrijk onderdeel van het businessmodel is dat telers de robot niet hoeven te kopen, aldus Mizuki. Zij betalen een fee per kilogram geoogst product. “Dit verlaagt de investeringsdrempel en maakt het aantrekkelijker om de techniek uit te proberen. We willen met dit model de risico’s voor telers beperken en inspelen op de terughoudendheid in de markt om grote investeringen te doen in relatief nieuwe robottechnologie. Bovendien is de robot laagdrempelig inzetbaar, er zijn in de kas geen aanpassingen nodig voor bekabeling of infrastructuur.” Hij geeft verder aan dat de technologie het personeel niet in één keer vervangt, maar een deel van de werkzaamheden overneemt.
Volgens Mizuki staan er voor 2026 nieuwe modellen op het programma. En wil het bedrijf de oogstsnelheid updaten van 20 naar 30 km/uur.
Twee robots testen
Adegeest hoopt dat de oogstrobot dit keer een duidelijke verbetering laat zien ten opzichte van vier jaar geleden. “We gaan de komende twee maanden twee robots testen, op aangenomen basis. De ene robot gaat zijn ‘ding’ doen, voor de andere robot hopen we iemand vrij te spelen die de innovatie ondersteunt om mijn ideeën te testen.”
Hij ziet het (nog) niet zitten om de techniek 24 uur per dag te laten draaien. “De vraag is of de robot standalone kan werken of dat je ‘s nachts iemand op kantoor moet hebben die de boel in de gaten houdt. Dat vraagt om een hele andere bedrijfsvoering en een ander type personeel.”
Hoewel robotisering en AI de toekomst in de glastuinbouw zijn, en de noodzaak ervan breed wordt erkend, vindt Adegeest dat de ontwikkelingen van oogstrobots in vruchtgroenten nog wat tegenvalt. “Als je ziet dat er hele auto’s met robots worden gebouwd, dan zou je verwachten dat een oogstrobot niet zo moeilijk moet zijn. Maar het is toch lastiger dan gedacht. Neem de bladplukrobot. Daar is men al ruim 25 jaar mee bezig, maar er zijn maar weinig commerciële succesverhalen.”
Voorzichtig optimistisch
Ook bij trostomaten blijven innovaties, ondanks jarenlange ontwikkeling, in de testfase hangen, aldus de teler. “De robotisering in snoeptomaten is nog complexer dan die in trostomaten, terwijl we die juist harder nodig hebben vanwege meer oogstarbeid. Ik zou het al een grote stap vooruit vinden als de robot de vrijhangende of volledig rijpe trossen kan oogsten. Dan kunnen we met het eigen personeel toewerken naar een hogere norm voor de resterende tomaten, bijvoorbeeld 65 tot 70 kilo per uur. Voorlopig blijf ik voorzichtig optimistisch; het succes hangt af van praktische inzetbaarheid en betrouwbaarheid, niet van beloftes.”
Tekst: Annemarie Gerbrandy















