Het woord convenant komt uit het Latijn (con = samen en venire = komen). Het gaat dus over een overeenkomst of een afspraak. De overheid gebruikt de methode van nationale, bindende convenanten steeds vaker als hét instrument om een grote omslag in de land- en tuinbouwsector vorm te geven.
In plaats van wetgeving van bovenaf op te leggen, sluit de overheid akkoorden met sectororganisaties en ketenpartners. Een poldermodel dus. Echt op z’n Hollands. Het instrument had buiten de Nederlandse polderpolitiek waarschijnlijk nooit in deze vorm kunnen ontstaan.
De doelen in het convenant gewasbescherming zijn bekend. Milieubelasting terugdringen staat bovenaan. En dat gaat ‘ons’ lukken. Ook al wordt er nu nog chemie gebruikt, de stip op de horizon is zichtbaar en bereikbaar. Zelf ervaar ik ook dat we elk jaar steeds meer kunnen bouwen op de biologische aanpak ook als het gaat om plagen die een paar jaar geleden veel problemen veroorzaakten.
Wat voor mij een belangrijk onderdeel is in het convenant, is de aandacht voor de publieke opinie. Er wordt te negatief gedacht en gesproken over de tuinbouw. We moeten (nog meer) laten zien wat we doen en wat mogelijk is als het gaat om chemievrij telen. En dat doen we zeker. ‘Kom in de kas’ is daar een mooi voorbeeld van. Maar ik ben ervan overtuigd dat we veel meer moeten doen. Laat maar zien wat we doen. Benoem de feiten keer op keer. Stel jezelf en je kas of teelt open. Ik ben ervan overtuigd dat veel mensen positief verrast zullen zijn. Juist als we eerlijk vertellen hoe het ervoor staat. Het is echt belangrijk dat we geloofwaardig overkomen. En dan kunnen we de publieke opinie verbaasd doen staan.
Degene die nu meer inhoud gaan geven aan het convenant wens ik veel wijsheid en inzicht toe. Het zou mooi zijn als het lukt om zo weer een stap verder te komen. Dan blijven we als tuinbouw vooroplopen in ons land en kan de rest van de wereld zich verwonderen over ons polderen in de kas.
Ed Konijn, teeltmanager bij Stolk Brothers in Bergschenhoek












