Elk nieuw seizoen waait er weer een nieuwe wind uit alle richtingen met veel nieuwe inzichten over teelttechniek, hogere productie, minder energieverbruik etc. Een belangrijke vraag hierbij is wat betekent dit voor de plant- en vruchtkwaliteit door het teeltseizoen heen? De kunst is het goede eruit te halen. Onderstaand enkele bruikbare tips.

Hoe houden we de goede balans? Door ervaring (groene vingers) en data te combineren. Alleen op ervaring sturen kan doorschieten in te veel ‘mijn gevoel zegt’ en dan kan data dit corrigeren. Te veel op alleen data sturen kan bij nieuwe extreme situaties teeltproblemen veroorzaken, omdat deze nieuwe situaties nog niet voldoende als ervaring aanwezig zijn.

Opvallende klimaatperiodes

Elk jaar zijn er de nodige opvallende klimaatperiodes. Afgelopen winter leek het wel herfst, twee maanden donker en relatief zacht weer met veel wind en regen. In het voorjaar zat er plotseling een warm, bijna zomers weekje tussen. En in april en mei hadden we dit jaar een aantal graden vorst in de uren rond zonsopgang. Najaar in juni/juli en een hittegolf in augustus (in week 33 was de etmaaltemperatuur buiten 26ºC). Wat betekent dit voor de verschillende paprikagewassen en wat heeft dat voor invloed op de plant- en vruchtkwaliteit?

Rassenkeuze

De start van de teelt begint bij de juiste keuze van het ras. Elk ras heeft zijn plussen en minnen. Een vegetatief groeiend ras is positief in de zomer, maar moeilijk te beheersen in een vegetatieve donkere winter. Nadeel kan zijn een latere productie en een grotere gevoeligheid voor Fusarium door te veel gewas in de winter met zwakkere cellen. Voordeel in de zomer: meer bladbedekking en dus een betere vruchtkwaliteit.
Een generatief groeiend ras is goed bruikbaar in de winter maar mist voldoende bladbedekking in de zomer om vruchten te beschermen tegen de warmte. Een nadeel kan dan zijn het lage vruchtgewicht en vruchtschade door te veel warmte. Het voordeel is een vroege productie en een beter stuurbaar gewas in de winter.
Regelmaat in groei en productie van een ras en de daarbij goede manier van telen zijn steeds belangrijker aan het worden bij extreme weersveranderingen. Daardoor kan een teler de benodigde arbeid beter organiseren, de oogst van het product is beter te voorspellen (minder hoge productiepieken bij heet weer) en de kwaliteit is beter doordat vruchten dieper in het gewas hangen met meer bladbedekking.

Sturen van het klimaat

Een teler moet zich afvragen of hij voldoende technische tools heeft om bij deze sterk wisselende weersomstandigheden de planten in balans te houden en vruchtkwaliteit te behouden. Daarvoor zijn er diverse sturingsmogelijkheden.
Twee energieschermen: deze hebben niet alleen de functie van energiebesparing maar meer en meer een goede klimaatsturing. Bij gebruik van twee schermen is een extra foliescherm in de winter niet nodig. Als het echt koud wordt in de ochtend (dit jaar pas in april, mei) is het tweede scherm belangrijk om de ingestelde temperatuur te halen. Dat geldt zeker bij veel licht en sterke koppen. Met een tweede scherm is de plant beter te sturen, wat resulteert in meer balans en regelmaat en dus een betere vrucht- en plantkwaliteit. Ook is er geen strook zonlicht op de plant/vruchten bij het schermen overdag tegen te felle zoninstraling.
Een pyrgeometer kan zorgen voor een betere sturing van het klimaat bij uitstraling.
Vochtmeting buiten in combinatie met buitentemperatuur geeft een beter inzicht in de hoeveelheid aanwezige energie.
Vruchttemperatuurmeting geeft informatie over wel of niet schermen. Dat is vooral van belang als de vruchten hoog in de kop zitten en weinig bladbedekking hebben.
Coaten van het kasdek met diffuus krijt in het voorjaar, eventueel extra krijten bij extreme hitte. Krijt houdt wat meer warmte uit de kas.

Alles goed doen

Een teler kan veel keuzes maken. De keuzes hangen af van de al bestaande situatie (bedrijf, techniek) en wat hij nog kan verbeteren. Bedenk dat je kwaliteit er niet achteraf in kunt stoppen. Daarom is evenwicht noodzakelijk in generatieve en vegetatieve groei zodat er balans is in plant- en vruchtgroei. Dit zorgt voor een gelijkmatige afzet en de arbeid is beter te organiseren. Teeltbeslissingen moeten door data en ervaring zijn onderbouwd.

Een goed teeltseizoen is het resultaat van een proces waarin een teler direct alles goed doet.

Tekst: Geert Sweere, Sweet Pepper Consultancy