De eerste openstelling van de SDE++ subsidie richt zich niet alleen op productie van duurzame energie maar ook op andere technieken die bijdragen aan CO2-reductie. Dat is een verschil met de voorganger SDE+. Voor de glastuinbouw zou dat goed nieuws moeten zijn, maar hergebruik van CO2 valt er niet onder. Eind dit jaar wordt duidelijk of dat volgend jaar wel in het pakket zit.

De SDE++-regeling, die op 23 november voor de eerste keer wordt opengesteld, sluit nog niet goed aan op de praktijk van energiebesparing en CO2-reductie in de glastuinbouw. Zo is er in de nieuwe regeling wel ruimte voor reducerende maatregelen, maar het hergebruik als groeistof valt daar niet onder. Anderzijds komt het afvangen en de opslag van CO2 (CCS, Carbon Capture en Storage) door industriële partijen wel in aanmerking voor subsidie.

Gebruik van restwarmte

“Hergebruik van CO2 komt mogelijk pas voor 2021 in beeld. Datzelfde geldt voor aquathermie. Eind dit jaar maakt het ministerie van Economische Zaken en Klimaat de inhoud van die regeling bekend”, vertelt Piet Broekharst van Glastuinbouw Nederland. Zijn organisatie heeft in een consultatieronde over de subsidieregeling al aangegeven dat het hier voor de sector aan ontbreekt. “Anderzijds valt het gebruik van restwarmte als CO2-reducerende maatregel wel binnen de SDE++, iets waar wij ook voor hebben gestreden.”

Wel CO2-opslag

Sommige telers zijn bang dat het belonen van ondergrondse CO2-opslag in plaats van dosering de glastuinbouw in de wielen kan rijden. “Het is inderdaad een risico dat stimuleren van opslag de prikkel wegneemt deze te leveren aan de sector”, beaamt Broekharst.
“Het is wel zo dat een aanvrager kan kiezen uit een CCS met 4.000 of 8.000 vollast uren. Met de variant van 4.000 uur blijft een deel van de afgevangen CO2 beschikbaar voor andere toepassingen, zoals levering aan de glastuinbouw. Als het goed is wordt dat leveringsdeel volgend jaar ook gesubsidieerd.”

Rangschikking aanvragen nadelig

Een minpunt van de SDE++ regeling ten opzichte van de eerdere SDE+ is de zogenoemde CO2-emissiefactor. Dit betekent dat de RVO subsidieaanvragen rangschikt op basis van ‘subsidie-intensiteit’. Dat is de laagste subsidiebehoefte per vermeden hoeveelheid emissie (in euro per vermeden ton CO2). Eerder werd de rangschikking gemaakt op basis van laagste kosten per eenheid hernieuwbare energie (in euro per kWh).
Broekharst: “Voor de glastuinbouw zit hier een nadeel aan, want veel warmteopties scoren relatief laag in de CO2-ranking. Wij zien daar het risico in dat er mogelijk te weinig subsidie beschikbaar komt voor juist die opties en dat de warmtetransitie in de sector onvoldoende ondersteund wordt.”
Daarom heeft Glastuinbouw Nederland aanbevolen om in de rangschikking ten minste onderscheid te maken tussen de aparte categorieën warmte- en elektraopties. “Voor de SDE++ in 2021 hebben we dit opnieuw aangekaart”, vertelt hij.

Advies aan ministerie

De telersorganisatie werkt mee aan het creëren van een goede en werkbare regeling voor ondernemers. Hiervoor dient de organisatie consultaties in bij het Planbureau voor de Leefomgeving die op basis van marktinformatie een advies aan het ministerie van EZK geeft. “Onze ideeën worden natuurlijk niet altijd volledig meegenomen.” Voor concrete uitwerking van aanvragen en het doorrekenen van de terugverdientijd van diverse investeringen kunnen telers aankloppen bij hun accountant of adviseur.

‘Terugverdientijd langer’

Adviesbureau AAB NL in Naaldwijk noemt de animo onder telers voor de SDE++regeling vergelijkbaar met eerdere rondes. “Wel is het zo dat de subsidiebijdrage relatief gezien daalt. Daardoor wordt de terugverdientijd van energiebesparende investeringen steeds langer, dat zet zich door’’, aldus adviseur Henk Koenen. Hij raadt zijn klanten daarom aan zo snel mogelijk subsidie aan te vragen, als je met plannen rondloopt. “Een interessante optie zijn systemen voor zonnepanelen. Anderzijds zien we dat geothermie steeds lastiger rond te rekenen is, daarom verwachten we daarvoor minder aanvragen.”
De SDE++ 2020 wordt opengesteld van 24 november tot en met 17 december a.s. Er is een budget van 5 miljard euro beschikbaar. Investeringen in onder meer geothermie, zon-PV en zonthermie, biomassa, wind, daglichtkas, restwarmte, CO2-afvang en opslag komen in aanmerkring voor deze subsidie

Tekst: Koen van Wijk