Dat diffuus glas bijdraagt aan een hogere productie was al langer bekend, toch wordt het nog niet breed toegepast. Daarom zijn onderzoekers van Wageningen University & Research vorig jaar gestart met de praktijkproef: ‘Diffuus glas, maak het helder’. Dat moet nieuwe argumenten opleveren om telers te overtuigen.

Telers kiezen helemaal niet voor diffuus glas in hun kas, of maar voor een beperkt deel of ze kiezen voor helder glas met AR-coating. Volledig diffuus glas komt vooralsnog weinig voor, terwijl bewezen is dat diffuus glas de productie verhoogt.

Hogere productie

Diffuus glas is nog geen gemeengoed. Waarom? “Dat vroegen wij ons ook af”, zegt Frank Kempkes, onderzoeker aan de Wageningen University & Research. “De afgelopen vijf tot tien jaar hebben we proeven gedaan, waaruit blijkt dat diffuus glas de productie en kwaliteit verhoogt. Zo geldt voor tomatentelers de vuistregel: ‘10 procent meer Hortiscatter, de mate van lichtverstrooiing, zorgt voor 3 procent meer productie’. Dus hoe diffuser het glas, hoe hoger de productie, zolang de hemisferische lichttransmissie gelijk blijft. Bij potplanten zagen we zelfs dat dankzij het diffuse licht een hogere lichtintensiteit kan worden aangehouden, die zorgde voor een versnelling van de teelt.”
Toch is dit resultaat nauwelijks overgenomen door de praktijk. “Waar dat aan ligt, weten we niet”, zegt Kempkes. “Maar het was voor ons wel de reden om ons meer in dit onderwerp te verdiepen en te kijken of we er meer uit konden halen.”
Met het project ‘Diffuus glas, maak het eens helder’ willen de onderzoekers achterhalen wat het effect is van diffusiteit in de praktijk. Wat gebeurt er als in een kas geen gewoon glas wordt gebruikt, maar diffuus glas? Zorgt dat voor een nóg hogere productie, en voor een verhoging van de energie-efficiëntie? De onderzoeker: “We willen voor eens en voor altijd zeker weten wat de effecten zijn van diffuus glas op productie en energieverbruik.”

Meetsensoren boven het gewas

Vorig najaar startte Kempkes, samen met collega Geert Franken een onderzoek bij acht telers van verschillende gewassen, zoals tomaat, komkommer en aardbei. De telers gebruiken zowel normaal als diffuus glas. Daardoor is het maken van vergelijkingen mogelijk.
“We hebben in elke kas een set lichtsensoren opgehangen”, vertelt Franken. “Net boven de tralie, net onder het kasdek, hangen twee lichtsensoren. Een derde is bevestigd op een meterslange staaf aan de kolom, zodat deze net boven het gewas hangt. De lichtsensoren zijn gekoppeld aan een datalogger met simkaart. Elke vijf minuten wordt de lichtintensiteit gemeten. Aan het einde van de dag krijgen wij hier op onze computer in Wageningen alle metingen door.”
Daarnaast analyseren de onderzoekers de klimaatgegevens en productiecijfers van de deelnemende teeltbedrijven. “De telers sturen ons hun oogstdata en klimaatdata, waardoor we nog nauwkeuriger conclusies kunnen trekken. Ook gaan we met onze bevindingen terug naar de teler om zijn visie erop te horen. Het kan natuurlijk zomaar zijn dat er een ziekte in die ene kas is uitgebroken en dat de productie in die kas daarom lager was. Met behulp van die feedback kunnen we onze resultaten nog realistischer weergeven. Alleen kijken naar het aantal kilo’s is natuurlijk geen eerlijk resultaat.”

Vertraging door virus

Die data-analyse gaat niet zonder slag of stoot, merkt Franken op. “De ene teler doet aan padregistratie en de ander noteert zijn opbrengsten op een sigarenkistje, bij wijze van spreken. Ze werken bovendien allemaal weer met andere klimaatcomputers, dus we krijgen een enorme variatie aan informatie aangeleverd, die we allemaal moeten stroomlijnen. Dat is nu wel gelukt, maar daardoor liepen we in de opstartfase aanzienlijke vertraging op.”
Een ander vertragende factor was de uitbraak van het tomato brown rugose fruit virus (ToBRFV). “Hierdoor hebben we onze strategie moeten wijzigen”, legt Kempkes uit. “Zo hadden we in eerste instantie bedacht dat we de setjes lichtsensoren zouden rouleren onder de bedrijven. Enkele maanden hier meten en dan weer enkele maanden daar, maar door dat virus moesten we besluiten de meetapparatuur niet te verplaatsen.”
Het positieve daarvan was wel dat de onderzoekers nu jaarrond kunnen meten in een kas en ook de invloed van het veranderende jaargetijde – dus de zonnestand op de lichthoeveelheden in de kas en productie – kunnen meten.

Variabelen fileren

Een andere moeilijkheid is de aanwezigheid van heel veel variabelen. De ene kas is de ander niet. In hoeverre kan je dan aantonen dat de diffusiteit verantwoordelijk is voor een hogere productie? “Daar loop je tegenaan als je onderzoek doet in de praktijk”, beaamt Kempkes. “Er zijn meer variabelen. Een teler heeft in de ene kas met helder glas misschien trostomaten hangen en in de ander met diffuus glas losse tomaten. De plantdatum kan verschillen, het ras kan verschillen, het kasklimaat kan anders zijn en is dat bewust of is dat het gevolg van de kas? Misschien is het in de ene kas jaarrond net 2 graden warmer dan in de andere kas.”
Daarnaast speelt de leeftijd van het glas een rol. Is het glas in de loop van de tijd meer of minder transparant geworden, waarbij eventueel ook vervuiling een rol kan spelen. Diffuus glas is vaak nieuwer en de glaskwaliteit is soms zelfs beter dan die van de referentiekas met helder glas. Dan kan er in de diffuse kas bijvoorbeeld zo maar 5 of 10 procent meer licht binnen komen. Wat doet dat met de hemisferische licht transmissie?

Light use efficiency

“We proberen de variabelen te fileren. Wat kunnen we waar aan toeschrijven? Zo laten we van diverse kassen een glasmonster nemen afhankelijk van hoe recent er nog een meetrapport van het glas voor handen is. Die glasplaten worden dan doorgemeten in het WUR-light-lab.”
Om de problemen met variabelen verder te ondervangen, besloten de onderzoekers te werken met light use efficiency als eenheid. Franken: “Dit drukt de hoeveelheid mol licht uit per kg product. De hoeveelheid mol die we meten, delen we door het aantal kilo’s tomaat, komkommer of aardbei in de betreffende kas. Daaruit komt een cijfer, waardoor we twee kassen met elkaar kunnen vergelijken.”
Daarnaast passen de onderzoekers correcties toe. Kempkes: “Uit wetenschappelijke literatuur weten we bijvoorbeeld dat 100 ppm CO2 meer in de kas, een bepaald effect heeft op de productie. Met zulke vuistregels kunnen we correcties toepassen, waardoor de diffusiteit van het glas de enige variabele is, die overblijft.”

Geen harde conclusies

Vanwege de vertraging, kunnen de onderzoekers nog geen harde conclusies trekken. Najaar 2020 verwachten ze dat wel te kunnen. “Vooralsnog hebben we een duidelijk vermoeden dat diffuus glas de productie verhoogt”, zegt Franken. “Die vuistregel voor tomatentelers: 10 procent meer Hortiscatter zorgt voor 3 procent meer productie’ lijkt te gaan kloppen.”
Wat betreft het energieverbruik, kunnen Franken en Kempkes wel het nodige uit de doeken doen: “We zien tot nu toe geen significante verschillen in energieverbruik. Hoewel in de praktijk vaak wordt gezegd en ervaren dat diffuus glas voor een hoger energieverbruik zorgt, kunnen wij dat niet significant aantonen in onze resultaten.”
Daar zal de financier van het project, Kas als Energiebron, in ieder geval blij mee zijn. En de teler waarschijnlijk ook. “De investering in diffuus glas is nu eenmaal groter dan in helder glas. Dus wanneer het energieverbruik gelijk blijft en de productie gaat wellicht omhoog, dan is die investering eerder terugverdiend.”

Tekst en beeld: Marjolein van Woerkom