In mijn vakantie begin januari heb ik het boek ‘Land van glas’, van Koen van Wijk gelezen, dat ik cadeau kreeg bij mijn kerstpakket voor het schrijven van deze columns voor Onder Glas. In het boek, dat zeer de moeite waard is om te lezen, beschrijft Koen beeldend het verhaal van de hardwerkende familie Moerman aan de hand van het historische verloop van de tuinbouw van de vorige eeuw.

In het boek lees je ook over de overgang vanuit de vollegrond en de opkomst van substraatteelten zo’n vijftig jaar geleden. Telen op substraat, dat doen we inmiddels al vele jaren. Maar het gebruik van veensubstraten komt in toenemende mate onder druk te staan door organisaties die zich zorgen maken om de CO2-uitstoot en het negatieve effect ervan op de leefbaarheid van de wereld zoals wij die kennen en waarderen.

Ons zorgen maken is mens eigen. Het nemen van ondoordachte en averechts werkende beslissingen ook. Laat ik helder zijn; ik ben voorstander van een leefbare wereld en een mens die in balans leeft met de natuur en het milieu. Ik ben echter ook realist. Verreweg het meeste veen wordt nog altijd verbrand en dat moet stoppen. En er moet een gebod komen dat veen alleen nog voor tuinbouwtoepassingen mag worden gebruikt.

De wereldwijde tuinbouwsector verbruikt jaarlijks 0,05% van de totale wereldvoorraad aan veen. Er wordt met redelijke aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid voorspeld dat de wereldvraag naar substraat in de komende 30 jaar met 400% gaat stijgen. Deze stijging zal vooral plaatsvinden vanuit andere delen van de wereld dan Europa.

Dus terwijl Europa streeft naar een veenvrije wereld en alternatieve substraten, zoals kokosvezel, importeert uit Azië, koopt datzelfde Azië ‘ons’ veen op om daarmee bijvoorbeeld kokospalmen te gaan produceren voor de productie van kokosnoten, zodat het vervolgens de kokosvezel weer terug kan verkopen aan Europa. Dat is op zijn zachts gezegd een bijzondere ontwikkeling. Ik denk, trouwens, dat Koen van Wijk het oppotten en verwerken van kokospalmpjes mooi beeldend zou kunnen beschrijven in zijn volgende boek en dat ga ik zeker weer lezen.

Dieter Baas, perkplantenteler in Ens