Binnen Het Nieuwe Telen staat de bemesting niet direct in het middelpunt van de belangstelling. Toch kan het een goed instrument zijn om een hogere luchtvochtigheid te kunnen accepteren en daarmee tot verdere energiebesparing te komen. Maar ion-specifiek sturen biedt nog meer mogelijkheden om tot een kwalitatief beter gewas te komen.

Het werkt bijna als een reflex: als de concentratie van een element in de mat oploopt, voeg je het element minder toe aan de voedingsoplossing. Logisch toch? “Eigenlijk niet”, geeft Ruud Kaarsemaker van Groen Agro Control aan. “De concentratie loopt op doordat het gewas het element te weinig opneemt. Als je de concentratie dan verlaagt, neemt het nog minder op. Je moet dus andersom denken: hoe krijg je die opname omhoog? Denken vanuit de plant, niet vanuit de mat.”

Element-specifiek sturen

We hebben het over ion-specifiek bemesten (of element-specifiek sturen). Daarvoor is het nodig zowel de voeding als het drainwater te analyseren, bijvoorbeeld eens per week. Het verschil in gehaltes aan elementen tussen de voeding en de drain is de gewasopname. “De meetgegevens zijn de eerste stap. Die match je met je teeltdoelstellingen over het jaar heen. Vervolgens pas je de voeding aan”, vertelt hij.
Dit is de simpele versie van het verhaal, want het gaat om twaalf elementen met ieder hun eigen functie. Voor weerbaar telen is het bijvoorbeeld nodig te sturen met magnesium, stikstof, chloor en zwavel. Minder neusrot en houdbare vruchten vergt monitoring van calcium, kalium en magnesium. Een goed functionerende waterhuishouding drijft op borium en kalium. Enzovoorts.

Tot 15% extra energie besparen

Meer aandacht voor een optimale voedingsopname kan leiden tot een betere kwaliteit en energiebesparing. Kaarsemaker constateert dat bemesting binnen Het Nieuwe Telen tot nu een ondergeschoven kindje is. “Terwijl je wel 10 tot 15% extra zou kunnen besparen met een optimale bemesting, met name omdat je langer een hogere luchtvochtigheid kunt accepteren”, denkt hij.
Een hoge luchtvochtigheid kan leiden tot problemen als bladrand, broeikoppen, bolblad en neusrot, omdat calcium dan onvoldoende naar de weinig verdampende delen van de plant gaat. De oplossing in de winter: “Je remt de verdamping door de EC te verhogen. Daardoor stimuleer je de opname en wordt de plant generatiever.”

Neusrot voorkomen

Naast de verhoging van de EC, moet het gehalte calcium extra omhoog (figuur 1A en 1B). “Vaak is de misvatting dat je de plant activeert door de verdamping te stimuleren. Maar het kan best een heel stuk minder. Als je de voeding verhoogt, neemt de productie aan drogestof toe en neemt het versgewicht iets af. De plant wordt dan generatiever. Dit geeft hetzelfde effect als het activeren van de verdamping.”
Behalve deze acties is de verhouding tussen de kationen kalium, calcium en magnesium van belang. Deze elementen hebben in opgeloste vorm allemaal een plus-lading (K+, Ca2+, Mg2+) en concurreren met elkaar bij de opname door de plant. Een hoog magnesiumgehalte remt de opname van calcium (figuur 2). “Vroeg in de teelt heb je magnesium nodig voor een goede bladkwaliteit. Later is dat wat minder belangrijk en komt er dus meer ruimte voor K en Ca. Je ziet vaak neusrot als magnesium in de mat aan de hoge kant is. Dat kun je in de zomer gemakkelijk voorkomen”, vertelt hij.

Concurrentiemechanismen

Ook aan de kant van de anionen (de negatief geladen ionen) spelen concurrentiemechanismen, waar je gebruik van kunt maken (figuur 3). De plant is geneigd alle nitraat op te nemen die je aanbiedt. Dat leidt in de winter tot grotere bladeren die veel verdampen. Maar het kan best wat minder groot. “Nitraat concurreert bij de opname met chloor (Cl) en sulfaat (SO42-). Een hoog sulfaatgehalte remt de nitraatopname, maar op een gegeven moment heeft de plant genoeg. Dan loopt de sulfaatconcentratie in de mat op. Chloor heeft dat bezwaar niet. Het wordt relatief gemakkelijk opgenomen en daarmee kun je de nitraatopname goed remmen, indien nodig”, zegt hij.

Chloor heeft nog steeds een wat negatieve naam vanwege proeven in het verleden met keukenzout (NaCl), maar zolang je het chloorgehalte met bijvoorbeeld kaliumchloride (KCl) of calciumchloride (CaCl2) verhoogt, is er niets aan de hand. “Zo kun je in de winter generatief sturen. Wil je in de zomer een vegetatievere groei, dan laat je chloor uit het schema”, vertelt Kaarsemaker.
Deze zomer gaat bij het Improvement Centre een demonstratieproef lopen met een belichte tomatenteelt om de grenzen op te zoeken van sturen met EC en de verhoudingen tussen kationen en anionen.

Lang recirculeren

De optimale benadering is een jaarplan voor alle elementen (figuur 4). Voor de kationen is de sturing van de opname volgens het plan leidend (want je kunt de effecten niet op tijd zien met het blote oog). Bij de anionen blijft het gewas leidend en kan de teler bijsturen naar gelang hij meer generatief of vegetatief wil.
Ion-specifiek sturen maakt het tevens mogelijk zo lang mogelijk te recirculeren, geeft de adviseur aan. “Als magnesium en zwavel oplopen, gaan mensen spuien. Ze zien dat de groei eruit gaat en wijten dat vaak aan een overmaat aan exudaten. Maar dat is meestal niet de oorzaak. Als je twee weken bitterzout (MgSO4) uit het schema haalt, is de groei terug. Maar eigenlijk moet je vooraf voorkomen dat de concentratie oploopt; dus al zakken voor het gewas te generatief wordt.”


Uit de praktijk

Paprika-teeltspecialist Roel Klapwijk:
‘Je kunt nu eigenaardigheden linken aan voeding’
Roel Klapwijk, teeltspecialist bij paprikabedrijf Personal Vision in Bleiswijk heeft inmiddels drie jaar ervaring met ion-specifiek sturen. Het is een proces waarin steeds nieuwe stappen worden gezet.
“We hebben deze winter een hogere EC aangehouden. Voorheen hielden we onder enkel scherm plus foliescherm een EC-cijfer van ongeveer 4 aan. Nu onder dubbel scherm een punt hoger. Je ziet een generatiever gewas met minder bladoppervlak en het zet ook gemakkelijker. Dat zijn dus pluspunten.”

Dit jaar wordt niet alleen de EC aangepast, maar ook de voeding. Sulfaat en chloor worden verhoogd ten opzichte van vorig jaar. Dat zijn generatieve acties. Verder worden magnesium (hoger) en kalium (lager) aangepast. “Vorig jaar hanteerden we een hoog kaliumcijfer. Dat is goed om droogsteelrot te voorkomen, maar leidde wel tot neusrot. Nu passen we het aan; het hogere EC-cijfer werkt ook goed tegen droogsteelrot”, vertelt Klapwijk. Hij hanteert een jaarplan voor de elementen en houdt precies de bevindingen bij. “Je bouwt zo je eigen database op en kunt bepaalde eigenaardigheden linken aan de voeding”, zegt hij. Klapwijk wacht met belangstelling de proefresultaten bij het Improvement Centre af.


Samenvatting

Door de voeding per element te sturen, kunnen betere resultaten worden behaald. Ruud Kaarsemaker denkt dat 10 tot 15% extra energiebesparing mogelijk is bij optimale bemesting. Aandacht voor de goede balans tussen zowel de kationen als de anionen leidt tot minder calciumproblemen en betere stuurbaarheid van generatieve groei. De optimale benadering is het opstellen van een jaarplan voor de elementen. Teeltspecialist Roel Klapwijk werkt al deels op deze manier.

Tekst en beeld: Tijs Kierkels.





Gerelateerd