Ingegeven door de hoge gasprijzen besloot teeltmanager Peter van Ninhuys van Van Gog Kwekerijen anderhalve maand geleden het schermdoek in de avond eerder dicht te trekken én de grondtemperatuur te gaan monitoren. Met succes: hierdoor hoeft hij in de avond en een groot deel van de nacht geen minimumbuis meer in te zetten voor ontvochtiging. Dit levert een forse energiebesparing op, terwijl vochtproblemen tot nu toe niet aan de orde zijn.

Teeltmanager Van Ninhuys is al zes jaar actief bezig om de beginselen van Het Nieuwe Telen in de praktijk te brengen. Anderhalve maand geleden besloot hij nog een tandje bij te schakelen. “Iedere kuub gas die je in deze tijden kunt besparen, is immers meegenomen”, geeft hij aan.
“In de cursussen rondom Het Nieuwe Telen werd steeds benadrukt dat je als teler ook gebruik kunt maken van de bodemtemperatuur. Volgens Peter Geelen kun je, met iedere graad die de bodem warmer is dan de ruimtetemperatuur, tien graden buiswarmte besparen. Dit zou ook natuurkundig bewezen zijn.”
De teeltmanager besloot hiermee te gaan experimenteren op de locatie van Van Gog Kwekerijen in Helmond, die 14 ha komkommers telt. “Ik had nog een oude temperatuursensor over, die ik in de grond heb gestoken. Ik stond versteld hoe hoog de grondtemperatuur was. In de zomer kan deze, ook in de avonden, oplopen tot wel 25 graden. En zelfs nu in september is de bodemtemperatuur, door de opwarming van de zon, nog enkele graden hoger dan de ruimtetemperatuur.”

Sturen op bodemtemperatuur

Van Ninhuys hanteert sinds anderhalve maand een aangepaste strategie. Het eerder dichttrekken van het energiescherm speelt hierin ook een cruciale rol. “Dit gaat eerder op de avond dicht. En niet voor tachtig, maar voor negentig procent. Op die manier houd je de beschikbare warmte beter binnen. En zakt je ruimtetemperatuur minder snel, waardoor minder vochtproblemen ontstaan. Warme lucht kan immers meer vocht bevatten dan koude lucht. Daarnaast lucht ik eerder met de windzijde van de ramen. Normaal zetten we vervolgens nog een minimumbuis van 30 tot 35 graden in om te ontvochtigen, als laatste redmiddel.”
Dit laatste doet de teeltmanager nu niet meer; hij stuurt hierbij op bodemtemperatuur. “We hebben in de klimaatcomputer een applicatie gemaakt die de bodemtemperatuur vergelijkt met de ruimtetemperatuur. Zolang de temperatuur van de grond twee tot drie graden hoger is dan de ruimtetemperatuur − en dat was tot nu toe steeds het geval − zetten we geen buiswarmte in. Pas om drie, vier uur ’s nachts gaat de buisverwarming aan, om het gewas weer te activeren. Op die manier sparen we dus dagelijks een uur of zes aan buisverwarming uit.”

Geen vochtproblemen

Volgens de teeltmanager is er geen sprake van vochtproblemen. “Het vochtgehalte in de kas blijft heel constant, Botrytis en dergelijke zijn tot op heden geen probleem. Toen ik me ging verdiepen in Het Nieuwe Telen werd al gezegd: door de inzet van minimumbuis voor ontvochtiging, stimuleer je het gewas en krijg je juist nog meer vocht. Dat is naar mijn gevoel ook echt zo en verklaart wellicht mede waarom we nu geen vochtproblemen hebben. Het eerder sluiten van het scherm plus het benutten van de bodemwarmte, levert een gigantische gasbesparing op. Dat durf ik wel te stellen, alhoewel ik nog geen concrete cijfers voorhanden heb.”

Groot verschil maken

Van Ninhuys bekijkt momenteel of hij nog een stap verder kan gaan door het scherm nóg eerder te sluiten. “Voorheen ging dit tussen zes en half zeven dicht, nu sluiten we dit al rond vijf uur. Natuurlijk, dat scheelt wat licht, maar dat weegt naar mijn idee niet op tegen de energiebesparing die je op deze manier realiseert.”
De teeltmanager is daarnaast benieuwd of hij de aangepaste strategie kan volhouden tot het einde van de teelt, begin november. “Het is afwachten hoe de bodemtemperatuur zich ontwikkelt, deze moet hoog genoeg blijven. Maar dat deze aanpak potentie biedt, is wel duidelijk. Meer aandacht voor en gebruikmaken van de bodemtemperatuur kan een groot verschil maken.”

Tekst: Ank van Lier