Het is al april. De weken vliegen voorbij. Het blijft een overbekende verzuchting. En als je terugkijkt, moet je constateren dat er ook veel is gebeurd in de afgelopen weken en maanden. En dat niet alleen in je eigen teelt of bedrijf, maar ook glastuinbouw breed. Daarom is het belangrijk om altijd om je heen te blijven kijken.

Vorig jaar schreef ik in een column over de ambities van onze glastuinbouw in 2025. Een jaar verder rijst de vraag hoever we daar nu mee zijn. Ik heb het even aan de kunstmatige intelligentie gevraagd. Het antwoord: “De voortgang van de ambities voor de glastuinbouw in 2025 laat een gemengd beeld zien. Hoewel de sector grote stappen zet in technologische innovatie en arbeidsvoorwaarden, zorgen externe factoren zoals veranderende belastingregels en politieke onzekerheid voor aanzienlijke druk op de haalbaarheid.”

En nog een ‘uitspraak’: “Het grootste verschil tussen 2025 en 2026 is de verschuiving van voorbereiding naar uitvoering.” Kijk, daar hou ik van. Een gedegen voorbereiding en dan de schouders eronder. En ondertussen blijven innoveren en proberen zo inventief mogelijk te zijn. Er zijn verschillende speerpunten te noemen. Dan denk ik aan de zoektocht om onze kassen met zo min mogelijk fossiele brandstoffen te verwarmen. Of het realiseren van volledig gesloten waterkringlopen.

Voor mezelf ben ik vooral geïnteresseerd in het voorstel voor een vereenvoudiging en modernisering van de toelatingsprocedure voor biociden. Om het registratiesysteem sneller, slimmer en flexibeler te maken. Ook ík vind het belangrijk dat de middelen die we gebruiken geen bedreiging vormen voor mens of milieu. Dus we moeten zeken blijven toetsen en overal de kennis vandaan halen. Maar wel met vaart.

In de praktijk zie ik steeds weer nieuwe kansen. Een biocide die een wat teleurstellend resultaat geeft in bestrijding van trips op blad of bloem kan een uitstekende bestrijder zijn van trips (poppen) in het substraat. Dit is maar een voorbeeld, maar ik noem dit om aan te geven dat al die kennis bekend moet zijn en uitgebouwd moet worden. En daar zetten we met z’n allen de schouders onder, toch?

Ed Konijn, teeltmanager bij Stolk Brothers in Bergschenhoek