Waarom gaan we de barricaden niet meer op, nu de gasprijs zo onevenredig hoog is gestegen? Dat vraagt Rein Tichelaar van Zantingh zich in een ingestuurd opiniestuk af. Hij herinnert zich nog levendig hoe telers veertig jaar geleden in opstand kwamen onder het motto ‘Gasprijs omhoog, tuinbouw ten onder.’ Hij vreest dat door het slechte energiebeleid van de overheid nu weer een shake-out van bedrijven gaat plaatsvinden.

De afgelopen weken vraag ik mij af of er nog gezamenlijke actiebereidheid is bij ondernemers in de glastuinbouw en hun belangenorganisaties (als die er nog zijn), die door de torenhoge gasprijs snoeihard worden geraakt. Of laat iedereen deze stijging van energieprijzen maar gelaten over zich heen komen? Het lijkt er wel op.

Familiebedrijven in nood

Naar schatting heeft de helft van de ondernemers geen langjarig energiecontract, waardoor zij gedwongen worden hun activiteiten tijdelijk of voorgoed (vroegtijdig) te staken. Dat betreft dan vooral de meer traditionele familiebedrijven die nog volop actief zijn, maar voor wie er nog geen financieel haalbare manier is om het energievraagstuk op een andere manier (duurzaam/fossielvrij) in te vullen.
Ik neem het graag op voor deze ondernemers. Ik ken namelijk geen telers die tegen verduurzaming zijn, maar duurzame alternatieven liggen in deze fase van de transitie nog niet voor iedereen voor het oprapen of zijn te kostbaar. Kosten die nog niet opwegen tegen de baten, ook niet met subsidie. Daarom mag er best meer aandacht komen voor deze groep bedrijven, die zichzelf ook gerust meer mogen laten horen. Want het zijn er best veel.
Volgens de cijfers uit de MKB Impacttoets Klimaatakkoord 2019 hebben we in Nederland nog 3.940 glastuinbouwbedrijven, waarvan 1.255 (32%) met één werkzaam persoon en 2.200 (56%) met twee tot tien werkzame personen. Dus je kunt gerust zeggen dat bijna 90% van de bedrijven vrijwel zeker door deze crisis zullen worden getroffen. Als we die bedrijven gaan verliezen verdwijnt ook het brede spectrum van mooie producten, met zorg geteeld door echte specialisten. En dat vind ik een echte verarming van het tuindersvak. Dat moeten we met z’n allen, ook de ondernemers die hun energiezaken goed op orde hebben, niet willen.

Politiek onvermogen

Over hoe deze enorme verhoging is veroorzaakt is al veel gezegd en geschreven, dus dat ga ik niet opnieuw doen. Er is ook een ander woord voor: politiek onvermogen. Aardgas is er voldoende in de wereld. Vorig jaar was de vraag zo laag, dat het voor producenten niet de moeite loonde om nieuwe velden aan te boren. Nu de prijs inmiddels zeven keer zo hoog is geworden zitten de afnemers met de gebakken peren.
Ik vind deze situatie onbegrijpelijk, met alle aardgas-deskundigheid die wij in Nederland hebben. Onze gasgeleerden zagen de bui al hangen en hebben politiek Den Haag vroeg genoeg geadviseerd om op de verwachte schaarste in te spelen, bijvoorbeeld door voldoende voorraad aan te leggen. Maar helaas zonder succes.
Het energiebeleid is in Nederland ver te zoeken. De beleidsmakers zijn demissionair, passen op de winkel, drijven maar sturen niet. Ondertussen glijdt daardoor een hele mooie bedrijfstak naar de rand van de afgrond waar helaas weinigen écht iets om lijken te geven. Ik hoorde Pieter Omtzigt maandagavond bij Jinek ongeveer hetzelfde zeggen over de woningmarkt: de Nederlandse regering heeft geen plan.

Compensatie voor Groningers

De gasbaten uit het Groninger veld, het grootste aardgasveld van Europa en één van de grootste ter wereld, heeft Nederland zestig jaar lang welvaart gebracht, waar ook de glastuinbouw van heeft mogen profiteren. Onbegrijpelijk dus dat de Groningers, die al geruime tijd de gevolgen van de grootschalige gaswinning aan den lijve ondervinden, nog steeds niet op een fatsoenlijke manier zijn gecompenseerd. Niet alleen financieel, maar bijvoorbeeld ook met aardbevingsbestendig bouwen. Dat is namelijk tegenwoordig ook geen ‘rocket science’ meer.
Compensatie had maar een fractie gekost van de schade die de huidige gastarieven toebrengen aan de economische bedrijvigheid in ons land, waaronder die van de glastuinbouw. Het Groninger veld, waar naar schatting nog 600 miljard kuub aardgas in zit, had gewoon open kunnen blijven. Ook al willen we niet meer op gas stoken, dan nog is het zonde om hier op verantwoorde wijze niets mee te doen. Met groene stroom kun je er bijvoorbeeld op duurzame wijze waterstof van maken en de CO2 die daarbij vrijkomt in zuivere vorm aan de glastuinbouw verkopen.

Politieke opzet?

Ik ben geen complotdenker, integendeel, maar het lijkt er bijna op dat Den Haag de gasprijsverhoging met opzet laat doorgaan, om grootverbruikers te dwingen in duurzame opties te investeren. Degenen die dat niet kunnen laten zij min of meer bewust verdwijnen. In het kader van de klimaatdiscussie (Green Deal) zou dat een ‘probleem’ minder betekenen. De klimaatdoelen zijn immers heilig en Nederland valt in Brussel liever niet buiten de boot.
Behalve geothermie zal de tuinbouw het met restwarmte-benutting en WKO’s in combinatie met warmtepompen moeten doen. Elektrificatie dus, met behulp van groene stroom. Dat klinkt goed, maar we zijn nog niet zover. Goedwillende bedrijven, die bijvoorbeeld investeren in eigen zon- of windenergie, kunnen de zelf opgewekte stroom niet kwijt, omdat de netcapaciteit nog niet op orde is. Dan begin je aan de verkeerde kant van de transitie en ben je met je elektrische warmtepompen een vermogen kwijt aan extra stroomkosten, afkomstig uit kolen- of gasgestookte centrales. Dus aan de ene kant draai je de gaskraan dicht om deze aan de andere kant wijd open te zetten.

Waterstof nog geen oplossing

Natuurlijk zou waterstof in technische opzicht een uitstekende, vervangende, gasvormige brandstof zijn, zoals wij inmiddels in de praktijk hebben mogen ervaren. De techniek vormt dan ook geen struikelblok, maar het zal nog wel even duren voordat deze fossielvrije brandstof bij de teler uit de leiding komt, áls het ooit gebeurt. Want de zware industrie en het transport zitten ook op het vinkentouw en van de tuinbouwlobby horen of zien we weinig.
Hoe dan ook, aan dit alternatief hebben telers nog niets op dit moment. In plaats daarvan zijn wij als branderleverancier meerdere malen benaderd om de gasbrander geschikt te maken voor oliestook. Terug naar olie als brandstof is onvoorstelbaar. Dit staat op gespannen voet met de NOx emissie-wetgeving in Nederland en is vanzelfsprekend ook niet de weg om uit deze crisis te komen. Maar het geeft wel aan hoe wanhopig telers zijn.

Opnieuw protest

Dit jaar is het precies 40 jaar geleden (maart 1981) dat we massaal in opstand kwamen met een protestmanifestatie op de – toen nog – Verenigde Bloemenveilingen Aalsmeer (en later ook in Bleiswijk). Duizenden telers waren op de been om te protesteren tegen de beoogde gasprijsverhoging. Een sticker op de koelcel van een bevriende hortensiakweker uit De Kwakel herinnert nog daaraan: ‘Gasprijs omhoog, glastuinbouw ten onder’.
Ik constateer dat er eigenlijk niets is veranderd. De gasprijs was toen weliswaar nog volledig door de overheid gereguleerd. Het was een andere tijd, maar het doel was hetzelfde: de prijs moest naar beneden om te voorkomen dat een groot deel van de sector de nek werd omgedraaid. Het protest had succes; er werden goede afspraken gemaakt.
Het kan dus wel. De prijsverhoging ging niet door. Als ‘tegenprestatie’ investeerde de tuinbouw de jaren daarna op grote schaal in verbetering van de energie-efficiency en dat lukte ook. Tussen 1980 en 1992 was er al sprake van 35% verbetering. In de jaren daarna liep dit op tot een ruime halvering (56%) van het energieverbruik in relatie tot opbrengst per m², in 2020 ten opzichte van 1990. Zo’n stap kunnen we door de transitie naar nieuwe, duurzame energiebronnen opnieuw maken, mits we dit stapsgewijs kunnen doen en er tijd voor krijgen.
Ik vraag me af of het nu weer zou lukken om zoveel telers op de been te krijgen. Wie springt er in de bres en gaat er op de barricades? En dan niet alleen de ondernemers die klem zitten, maar met z’n allen.

Tekst: Rein Tichelaar, beeld: Marleen Arkesteijn