De officiële oprichting van de Greenport Noord op 10 mei 2022 is een mijlpaal voor de tuinbouw in Noord-Nederland. Voor het eerst krijgt de sector in de noordelijke provincies Friesland, Groningen en Drenthe een eigen regionale netwerkorganisatie. Tomatenteler Theo van der Kaaij uit het Friese Berlikum vindt het een belangrijke stap. ‘We voelen ons in het noorden niet sterk als sector. De tuinbouw is geen sterk collectief en ligt erg verspreid over drie provincies.’

Tijdens de kick-off in de bloemenveiling FloraHolland in Eelde werden de aanleiding voor de Greenport Noord toegelicht en de resultaten van een enquête onder noordelijke telers gedeeld.
De afgelopen maanden heeft een kleine initiatiefgroep hard gewerkt om deze stap mogelijk te maken.  Inmiddels hebben 106 bedrijven en organisaties uit de noordelijke tuinbouwketen zich gecommitteerd aan dit initiatief. Een daarvan is tomatenteler Theo van der Kaaij. Hij teelt samen met zijn broer Arjen in het Friese Berlikum 24 ha trostomaten onder de naam Kaaij Kwekerij.
“Een heel goed initiatief. Het is zeker belangrijk dat er een Greenport wordt opgericht. We voelen ons als glastuinbouwsector in het noorden niet sterk. Het is erg verdeeld, er is geen sterk collectief. Bovendien liggen de belangrijkste tuinbouwgebieden ver uit elkaar, verspreid over drie provincies”, zegt Van der Kaaij.

Zelf regelen

De ondernemer verkaste in 2004 vanuit het Westland om een bedrijf op te bouwen in de Noordwest-hoek van Friesland. Hij kent dus het verschil tussen een westelijke en noordelijke tuinbouwregio.
“In het westen ben je meer in beeld bij overheden en andere instanties als tuinbouwbedrijf. Hier moet je dingen vaak zelf regelen. In contact met de gemeente en provincie merk je dat ze onbekend zijn met de glastuinbouw en dat ze het niet interessant vinden. Dat is in het Westland natuurlijk heel anders.”
Toch was vestiging in de gemeente Waadhoeke, waarin Berlikum ligt, goed te doen voor zijn bedrijf. “De gemeente had deze tuinbouwlocatie al ontwikkeld, er was goede harmonie in die tijd. Wij hebben heel rationeel gekozen voor deze plek. We wilden weg uit het Westland vanwege de drukte en het ruimtegebrek.”
Hij hoopt dat de sector met een eigen Greenport-organisatie straks weer ‘een beetje meedoet.’ “Dan sta je weer op de kaart, ook bij de sector in de rest van Nederland. Dit moet de etalage van de noordelijke tuinbouw worden, je moet jezelf immers een beetje verkopen om vooruit te komen.”

Huisvesting en energie

Huisvesting van arbeidsmigranten en de energietransitie zijn de belangrijkste thema’s die bij Van der Kaaij opkomen als hij moet zeggen waarin de Greenport van nut kan zijn. “We hebben hier nog geen aardwarmte, maar kijken om ons heen wat mogelijk is. Gezamenlijk heb je natuurlijk meer kans. Er is hier nu ook geen warmtecoöperatie bijvoorbeeld.”
De trostomatenteler vindt dat de glastuinbouw in het noorden een beetje stilstaat. “Wij gaan wel door met het ontwikkelen van ons bedrijf, maar er gebeurt verder te weinig vind ik. Wat groei van de sector zou wel goed zijn, ook voor de uitstraling van ons gebied. Met meer volume krijg je ook meer synergie en kun je meer samen oppakken. Vooral op energiegebied”, verwacht hij.

Krachtige netwerkorganisatie

Met de oprichting verwachten de initiatiefnemers dat de tuinbouw in de drie noordelijke provincies de krachtige netwerkorganisatie krijgt die er nu aan ontbreekt.
Naast ondernemers in de glastuinbouw is de Greenport ook gericht op de andere tuinbouwsectoren, waarvan de bollenteelt de belangrijkste is in het noorden. Verder zijn regionale overheden en partijen uit de agribusiness, het onderwijs en kennisinstellingen aangesloten. De partners gaan vanuit één agenda samenwerken aan zaken als energietransitie, een beter vestigingsklimaat, huisvesting van arbeidsmigranten, ruimtelijke ordening, innovatieprojecten en het faciliteren van ondernemers bij verduurzaming.

Tekst: Koen van Wijk