De afgelopen drie jaar kwam 60% van de actieve stoffen voor gewasbescherming niet door de Europese (her)registratie, blijkt uit een recente publicatie van Nefyto. “We doen ons best om middelen voor de glastuinbouw te behouden, maar het beeld zal helaas weinig veranderen”, zegt Helma Verberkt. “Telers moeten dat weten. We zullen gewasbescherming anders in moeten kleden en daar wordt al jaren naartoe gewerkt. De druk neemt toe, toch zien we ook veel kansen.”

Dat het met de (her)registratie van gewasbeschermingsmiddelen niet best gesteld is, wisten we al. De ervaringen worden gestaafd door een recente inventarisatie (zie kader) met betrekking tot (her)registratie van actieve stoffen in Europa.
“De situatie is zorgelijk en als het om middelen gaat is er weinig reden voor optimisme”, zegt programmanager Plantgezondheid Helma Verberkt van Glastuinbouw Nederland. De verwachting is een halvering van het aantal werkzame chemische stoffen eind 2025. Dat laat onverlet dat we ons hard blijven maken voor een effectief middelenpakket voor de glastuinbouw, hoe moeilijk die strijd ook is. Daarnaast zetten we in op andere sporen die de sector kan en moet volgen om ziekten en plagen beheersbaar te houden.”

Nieuwe middelen, nieuwe kennis

Corrigeren moet mogelijk blijven, bij voorkeur met behoud van de ecosystemen in de kas. We zijn daarvoor in toenemende mate afhankelijk van laag risico middelen, waaronder middelen van natuurlijke oorsprong. Het aanbod daarvan groeit mondjesmaat en versnelde toelating is daarom één van de doelen die wordt nagestreefd.
“De nieuwe generatie middelen werkt vaak anders dan we vanuit het verleden gewend waren”, merkt de beleidsspecialist op. “Dat vraagt om goed onderbouwde, gewasspecifieke gebruiksadviezen én om zorgvuldige toepassing. Het vraagt ook om moderne regelgeving, die voldoende mogelijkheden biedt om middelen heel precies en pleksgewijs in te zetten. Een algemene gebruiksbeperking zoals ‘maximaal twee toepassingen per jaar toegestaan’ sluit niet aan op dat streefbeeld.”

Waardering voor resultaten

Volgens Verberkt is de Nederlandse overheid zich bewust van de stappen die de glastuinbouw al heeft gezet en daar is ook veel waardering voor. Die stappen hebben geresulteerd in een enorme reductie van de hoeveelheid toegepaste actieve stof per ha. Volgens het CBS is die afname alleen van 2016 tot 2020 al 37%. Bovendien is sprake van een sterke emissiereductie en een duidelijke verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater. “Dit past ook in onze ambities en is maatschappelijk gewenst. Consumenten en afzetpartijen vragen hier om en als sector mogen wij trots zijn op dit resultaat. Toch zal er in Europa geen andere wind gaan waaien. De druk neemt dus toe, maar we zien ook kansen.”

Technologie, biologie en genetica

Die kansen liggen onder andere op het vlak van technologie. Nieuwe hard- en software vormen de sleutels voor preventie, nog betere klimaatbeheersing, snellere signalering van ziekten en plagen en effectiever ingrijpen wanneer dat noodzakelijk is. De frequentie daarvan zou verder omlaag kunnen wanneer er meer biologische bestrijders beschikbaar komen, effectiever op weerbaarheid is te sturen en de ecosystemen in kassen breder gedragen en robuuster worden. Voor groene middelen moeten meer mogelijkheden komen, omdat telers deze vaak al vroegtijdig en herhaaldelijk moeten inzetten.
“Langs genetische weg kan er ook veel bereikt worden”, vult de programmamanager aan. “Het is hoopgevend dat de discussie in de EU over nieuwe veredelingstechnieken zoals CRISPR-Cas opnieuw is opgelaaid en dat sommige lidstaten er inmiddels genuanceerder naar kijken.”

Knelpunten en hiaten

Haar collega’s Jorrit Koeman, themaspecialist plantgezondheid en Jeannette Vriend, coördinator effectief maatregelenpakket benadrukken dat er nog heel wat hiaten liggen als gevolg van de snelle versmalling van het middelenpakket. Dit ondanks de intensieve inzet op alternatieve of aanvullende oplossingsrichtingen.
Vriend: “In de groenteteelt zien we knelpunten rond wittevlieg, bladluis, trips en virusoverdracht. En we krijgen er nieuwe belagers bij, zoals Nezara in paprika. Zeker met de nieuwere middelen hebben we daar niet altijd snel een adequaat antwoord op. Er is nog veel onbekend over gewasreacties, doseringen en de integreerbaarheid met biologische bestrijders. Praktijkonderzoek zal daar antwoord op moeten geven.”
Koeman vult aan. “Voor de sierteelt geldt hetzelfde. Soms in nog ergere mate, vanwege de nultoleranties op biologische bestrijders in eindproducten. En een smaller pakket kan ook grotere risico’s met zich meebrengen voor resistentieopbouw tegen nog toegelaten producten. De aandacht verschuift noodgedwongen van curatief naar preventief handelen.”

De rek is er uit

Preventie zal een zwaarder stempel drukken op het ontwerp en de inrichting van nieuwe kassen. Op dat punt zijn de drie plantgezondheidsspecialisten het roerend met elkaar eens. Nog dichtere kassen met gaas voor de luchtramen, systemen voor luchtbehandeling, fysiek gescheiden teeltafdelingen met hygiënesluizen, early warningsystemen en autonome spuitrobots, strengere hygiëneprotocollen en hun bijbehorende faciliteiten; het zal er allemaal bij gaan horen.
“Geïntegreerde gewasbescherming kun je niet meer als een individuele bedrijfsaangelegenheid beschouwen”, zegt Verberkt tot besluit. “Het is een ketenaangelegenheid die je van zaadteelt of opkweek tot aan de afnemer onder de loep moet nemen en invullen. Voor de korte termijn is de rek er nu echt wel uit. Verdere versmalling van het pakket en het uitblijven van effectieve en betaalbare alternatieven zal tot nog meer knelpunten leiden en onze duurzame, hoogtechnologische sector in grote problemen brengen. Dat moet Europa niet willen, maar we zullen de kansen die er nu liggen ook wel zelf op moeten pakken.”

Cut-off criteria hakken er stevig in

Slechts 40% van alle stoffen haalt (her)registratie

 

Nefyto is de brancheorganisatie van bedrijven die chemische en biologische gewasbeschermingsmiddelen ontwikkelen. Het onderzoek waaraan de organisatie in de decemberuitgave van haar nieuwsbulletin refereerde, is uitgevoerd door Jolanda Wijsmuller van Bayer Crop Science. Zij stelde vast dat er van juli 2018 tot september 2021 over 147 actieve stoffen (waarvan 22 nieuwe) een besluit is genomen. Het ging om 103 chemische en 44 biologische stoffen.
Tot de 125 stoffen voor herregistratie behoren 57 stoffen waarvoor de toelatingshouders geen aanvraag voor herregistratie indienden. Van het restant kregen 29 stoffen geen herregistratie, in 19 gevallen op basis van cut-off criteria.
In totaal kregen 13 stoffen een beperkte herregistratie met restricties. De goedgekeurde 48 stoffen betreffen 22 nieuwe stoffen en 26 stoffen voor herregistratie (19 chemische stoffen, 23 stoffen van biologische herkomst en 6 basisstoffen). Per saldo kwam dus slechts 40% van alle stoffen door het (her)registratieproces.

 

Cut-off criteria

Bij ongeveer tweederde van de stoffen die niet werden goedgekeurd, waren de cut-off criteria uit de Europese Verordening 1107/2009 voor gewasbeschermingsmiddelen doorslaggevend. Deze hebben betrekking op specifieke, intrinsieke gevaarlijke eigenschappen, zoals hormoonverstorende werking, carcinogene werking, mutageen en verstorend voor de voortplanting. Als een actieve stof één of meerdere van deze eigenschappen heeft, vindt er geen risicobeoordeling plaats en is goedkeuring per definitie uitgesloten.
Met de toepassing van deze cut-off criteria voor gewasbeschermingsmiddelen is Europa uniek. Dat er niet op risico en veilige toepassing wordt beoordeeld, levert nog steeds veel discussie op. Ook voedingsmiddelen kunnen intrinsieke gevaarlijke eigenschappen hebben. Soja en koffie bijvoorbeeld hebben een hormoonverstorende werking.

Tekst: Jan van Staalduinen, beeld: Fotostudio G.J. Vlekke en Nefyto