Paprika- en komkommerkwekerij Reijm & Zn werkt sinds dit jaar met een nieuw digitaal scoutcamerasysteem. De eerste ervaringen zijn positief, al moet het nog wel worden doorontwikkeld om voor ons echt interessant te worden, zegt Martijn Reijm. “We willen een autonoom systeem, met meerdere camera’s, dat op een grotere oppervlakte digitaal kan scouten. Ook willen we binnen 24 uur de resultaten van een scan ontvangen en alle verzamelde data in één dashboard zien. Als dat lukt zie ik er zeker toekomst in.”
Martijn Reijm is mede-eigenaar van het bedrijf, dat op 20 ha zowel paprika’s (8 ha) als komkommers aan de hogedraad (11,5 ha, waarvan 6,5 ha belicht) teelt in Berkel en Rodenrijs en Zevenhuizen. Hij is verantwoordelijk voor de paprikateelt, waaronder de gewasbescherming. Via Koen Bol, innovatiespecialist van Royal Brinkman, kreeg hij de kans een nieuw scoutcamerasysteem uit te proberen in de paprikateelt.
Foto’s van onderkant blad
Het systeem bestaat uit een behuizing met sensoren die door het gewas heen gaat en foto’s maakt van wat er in het gewas te vinden is. Uniek is dat het apparaat de onderkant van het blad fotografeert en − met behulp van kunstmatige intelligentie − plagen detecteert. Op basis daarvan maakt het systeem trends en analyses om uiteindelijk preventief te kunnen acteren in plaats van reactief.
Reijm maakt sinds dit voorjaar op een halve hectare paprika’s gebruik van één camera die op een buisrailwagen meelift door het gewas. Een detector bepaalt de exacte afstand tussen de sensoren en het bladoppervlak en maakt vervolgens op 1 tot 3 cm afstand een foto met behulp van de ingebouwde flitser. Daardoor kan de camera eventueel ook ’s nachts zijn werk doen.
Koen Bol: “Er zijn meerdere scoutsystemen op de markt met mobiele camera’s. Het verschil is dat het systeem van start-up ViewNetic echt in het gewas duikt. Dat zorgt voor nieuwe inzichten. We gebruiken nu één camera, ideaal is drie. Die kun je op verschillende hoogtes in het gewas positioneren. Op de heenweg doe je een kant per rij, op de terugweg de andere kant. Dat kan met een buisrailwagen of een spuitrobot. Dat kan de teler zelf bepalen. Wij denken aan een Meto transportwagen die automatisch heen en weer rijdt; die zet dan de robot autonoom op het volgende pad.”
100% Groen Geteeld
De scoutcamera zit nog in een pilotfase. Teler Martijn Reijm: “Het gaat ons nu vooral om het systeem: wij willen weten welke foto’s het systeem maakt en welke gegevens in het dashboard komen. Zie ik plagen eerder met de camera dan met mijn eigen ogen? Nu scouten we het gewas handmatig, dat doet een oogstmedewerker één dag per week. De vraag is: kan ik met dit systeem eerder handelen, op biologie besparen of de chemie minderen? Dat wordt heel belangrijk, zeker in de toekomst.”
Reijm doet mee aan het FVO-project 100% Groen Geteeld. “We hebben ook twee PATS-C camera’s. Verder gebruiken we scout applicaties. In het begin dachten we: hoe gaaf zou het zijn als we met de camera jonge rupsen en eitjes in het gewas kunnen zien, met camera de actieve motten kunnen signaleren en met vanglampen digitaal in beeld hebben. En al die data met elkaar kunnen vergelijken en analyseren. Nu leren we dat we die rupsen eigenlijk onvoldoende kunnen zien om dat cirkeltje rond te maken. We hopen dat op te lossen met een tweede camera gericht op het groeipunt.”
Nauwkeurigheid model
Hoe nauwkeurig is de software in het onderscheiden van plagen en hun stadia? Bol: “Die nauwkeurigheid is vrij hoog. Dat komt omdat het systeem al over een hele grote database van plagen beschikt. De camera maakt nu foto’s van ongeveer 300 planten per pad, ofwel 2 of 3 foto’s per m². Dat resulteert na ieder scan in 15 tot 20.000 zwartwit beelden op 0,5 ha. Wij hebben ervoor gekozen om op volle snelheid te rijden om zoveel mogelijk vierkante meters te kunnen doen. Hoe meer data we kunnen verzamelen, hoe nauwkeuriger het systeem uiteindelijk wordt.”
Tomatengalmijt is het kleinste dat het systeem kan zien, vervolgt Bol. “Als het te groot wordt, is het soms moeilijker te zien. Dat kan bijvoorbeeld een spin zijn, maar ook een biologische bestrijder. Dan zegt de software: ‘unknown walking insect’. Dat bespreken we dan met de leverancier.”
Een foto van een plaag is soms lastiger te definiëren dan een visuele waarneming, vult Reijm aan: “Neem bijvoorbeeld trips. Het model kan nog geen onderscheid maken tussen jonge Echinotrips en Californische trips, bij volwassen exemplaren wel. Het herkent luis, maar niet of het groene perzikluis of een andere soort betreft. Een voordeel is dat het systeem ook biologische bestrijders in beeld brengt. Zo hebben we onlangs een biologische bestrijder tegen spint gevonden die wij helemaal niet hadden uitgezet.”
Precisiebestrijding
De geanalyseerde beelden verschijnen na gemiddeld drie dagen in het dashboard, met uitschieters naar vijf tot zes dagen. De ambitie is om dit proces te versnellen naar 24 uur. Dat vindt Reijm wel een vereiste: “Hoe sneller en gerichter je kunt reageren op een probleem, hoe beter. Tot nu toe hebben we het systeem vooral gebruikt om te controleren of een bespuiting of inzet van biologie resultaat heeft gehad.”
ViewNetic belooft dat de analyses na 1 januari binnen 24 uur beschikbaar zijn en het systeem met meerdere camera’s 1 ha per dag kan scannen, ofwel 7 ha per week. Dat zou het voor de teler zeker aantrekkelijker maken. De teler: “Het systeem moet ook autonoom zijn om een stukje arbeid te besparen. Verder zou het mooi zijn als we alle data kunnen integreren in één platform, dus ook de visuele waarnemingen. Het zou de weg naar precisiebestrijding kunnen openen en dat brengt 100% groen telen weer een stap dichterbij.”
Investering
Reijm kan een zeker enthousiasme voor de pilot niet onderdrukken: “Ik vind het echt heel mooi dat de camera’s onder het blad kijken en wij zien de ei- en larve-ontwikkeling. Ik zou nog wel graag op afstand in de bloemen willen kijken, zeker in paprika. Trips en Orius zitten bijvoorbeeld alleen maar in de bloemen. Daar stuur ik mijn biologie of bespuitingen op. Daar heb ik een tweede, ander type camera voor nodig, maar die is pas per 1 januari beschikbaar.”
Of de investering in het scoutcamerasysteem op 1 januari doorgaat, durft hij nog niet met zekerheid te zeggen. “Misschien kunnen we wat besparen op chemie of biologie en wat winnen in groeisnelheid. Als de plant meer energie over heeft omdat er minder plagen op zitten, zit daar natuurlijk potentie in. Als spint bijvoorbeeld een plant aantast, heb je een paar weken geen zetting. Maar hoeveel procent mis je daardoor precies? Dat is lastig te kwantificeren. Maar de behoefte aan zo’n systeem is er zeker.”
Tekst en beeld: Mario Bentvelsen














