Herman Keijsers van kwekerij IJsselgrow in IJsselmuiden is ervan overtuigd dat het buitenhouden van alles wat vliegt de meest effectieve manier is om virussen uit het gewas te houden. Vorig jaar liet hij een nieuwe kas bouwen, waarbij alle luchtramen zijn voorzien van luizengaas. Deze zomer bleek dat het door luizen verspreidde CABY-virus, beter bekend als bontvirus in de nieuwe kas niet voorkwam. Voor Keijsers het bewijs dat het werkt.

Er wordt al weken hard gewerkt bij kwekerij IJsselgrow om alle kassen hermetisch af te sluiten tegen invliegende vogels en insecten. Op het kasdek staat een medewerker op een werkplateau om het materiaal aan te reiken. Van binnenuit bevestigen twee man vanaf een buisrailkar een aluminium frame op elk luchtraam, waarop het insectengaas wordt bevestigd.
Omdat het insectengaas in de nieuwbouw ernaast zo doeltreffend werkt, wilden de telers ook gaas in hun bestaande kas, nog tijdens dit teeltseizoen. “Als we twijfelden over de nut en noodzaak hiervan zouden we dat niet doen. Zelfs onze oudste kas uit 1985 voorzien we van gaas. Want hoewel de nieuwe kas gevrijwaard bleef van CABYV, krijgen virussen via uitwisseling vanuit de twee andere kassen toch weer een kans. Dus we moeten wel”, licht Herman Keijsers de keuze toe.
De economische schade door het relatief nieuwe CABYV (Cucurbit Aphid-Borne Yellow virus) is dit seizoen groter dan die door het komkommerbontvirus dat al langer rondgaat, meent de teler. “Het probleem is begonnen in de suikerbieten. Sinds twee jaar is de luizendruk veel groter omdat zaadbehandeling met neonicotinoïden verboden is”, weet hij. “Doordat de land- en tuinbouw steeds minder effectieve middelen ter beschikking heeft zal de virus- en plaagdruk steeds verder toenemen. Daar spelen wij op in.”

Hygiënemaatregelen

Keijsers heeft een komkommerbedrijf in Veldhoven en is daarnaast betrokken bij IJsselgrow dat gerund wordt door Wout, Klaas en Wim Limburg. Op totaal 10 ha telen ze jaarlijks drie teelten komkommers met het lage draadsysteem.
De komkommerteler komt veel als parttime teeltadviseur in Noord-Amerika en zag dat daar veel kassen zijn voorzien van gaas tegen virusverspreiding. “En in Spanje zag ik het resultaat van een proef bij Finca Boyal met een gaastent in een komkommerteelt. De hele kas kwam volledig onder het virus, maar in de tent bleven alle planten schoon.”
De gevestigde opvatting in Nederland is dat het ‘bontvirus’ verspreid wordt via besmet materiaal en water en via gewashandelingen, maar niet door insecten. Keijsers is echter overtuigd dat het juist overgedragen wordt door alles wat vliegt, vooral luizen, wantsen en mussen.
“Op Nederlandse glasgroentebedrijven wordt van alles opgetuigd aan hygiënemaatregelen, er staan nog net geen bewapende wachttorens. Maar ondertussen kan alles zo de kas invliegen”, constateert hij met verbazing. “Het innovatieve kasdek dat wij gekozen hebben ken ik uit Amerika. Het mooie van het adviseurswerk is dat ik daardoor zelf nieuwe dingen oppik. Zonder dat voorbeeld had er nu een standaardkas gestaan.”

Nieuwbouw met nokluchting

Toen het bedrijf twee jaar geleden voor een uitbreiding van 4 ha stond, kozen de telers voor een kasdek met eenzijdige nokluchting met daarin insectengaas. Ze kwamen uit bij het Limburgse Maurice Kassenbouw. “Beluchting aan één zijde was best een gok, want er was geen vergelijkbare groenteteeltkas in Nederland. Daarom wilden we een nok waar eventueel later ook luchtramen aan de andere zijde aan gemonteerd konden worden. Maurice bood dat als enige”, vertelt Klaas Limburg.
Om de invlieg te beperken heeft het dek alleen aan de noordzijde luchtramen. Deze ramen zijn volledig afgegaasd met ‘luizengaas’, met mazen van 0,7 x 0,4 mm. De ondernemers willen op deze manier controle houden over de verspreiding van virussen, zoals het komkommerbontvirus en het CABY-virus.
Doordat niet het meest fijnmazige gaas is gemonteerd, blijft de ventilatie voldoende. Bovendien is de luchtcapaciteit met nokluchting aanzienlijk groter dan in een gangbaar dek. Op enkele ramen na, kan de hele noordzijde open in vier delen van circa 50 meter breed.
“Meestal kan maximaal 30 procent van het dek open, bij dit ontwerp is dat 50 procent” aldus Keijsers. De lichtonderschepping van het pakket gaas is beperkt. Met de ramen dicht is de cassette met het pakket gaas maximaal tien cm hoog. Bovendien ontbreekt het luchtmechaniek aan de zuidzijde, zodat daar de lichtinval optimaal is.

Conclusies

Omdat bij de teeltstart nog niet het gehele bedrijf van gaas was voorzien, is het nog lastig om conclusies te trekken in hoeverre het werkt. CABYV bleef dus weg uit de nieuwbouw; het komkommerbontvirus drong hier met vertraging wel door, na mechanische overdracht vanuit de oudere kassen.
Limburg: “Met luizen, rupsen en wantsen hebben we geen problemen gehad. Wel met wat trips, want die passen door het gaas heen. Maar omdat we geen chemische middelen nodig hadden voor andere problemen, lukte het makkelijk die biologisch te bestrijden.” Verder wil hij nog geen conclusies trekken, omdat de ervaring kort is en het bovendien een ‘rare, donkere zomer’ was.
“De winst is in elk geval dat het biologische systeem robuuster wordt. Doordat we minder chemisch hoeven in te grijpen, blijven de populaties biologische bestrijders beter op peil”, stelt Keijsers.

Klimaatbeheersing

Het was voor de telers spannend wat de impact van het afwijkende dek met gaas zou zijn op het kasklimaat. “We hebben al het nodige geleerd, maar we weten nog niet alles. We ontdekken vooral positieve aspecten, dat is mooi”, vertelt Limburg. Zo heeft hij ervaren dat je bij kouder weer en de wind uit noordelijke richtingen minder gauw moet luchten en dat de ramen dan langzamer open moeten.
“Ondanks het insectengaas kunnen we per saldo zelfs meer verse lucht binnenkrijgen. Want de luchtingscapaciteit is toegenomen van 30 naar 50 procent, terwijl circa 10 procent door het gaas wordt tegengehouden”, legt de Overijsselse teler uit. Verder lijkt het erop dat de kastemperatuur stabieler is, doordat er minder luchtstromen door de kas gaan. “Ook hebben we de indruk dat de gedoseerde CO2 beter in de kas blijft hangen. Het zou kunnen dat de benutting daardoor beter wordt.” Limburg heeft de instellingen van zijn klimaatcomputer nauwelijks hoeven aan te passen, dus daar heeft dit kasdek geen belemmering voor.

Veel animo

Onder komkommertelers en plantenkwekers blijkt de animo voor dit kasmodel groeiend. Accountmanager Ronald Thijssen van Maurice Kassenbouw verwacht dat insectengaas en eenzijdige of dubbelzijdige nokluchting voor zulke bedrijven de standaard wordt en van andere vruchtgroenteteelten verwacht hij nog interesse. “Telers willen meer controle, en de ventilatiereductie wordt gecompenseerd met meer luchtingscapaciteit.”
De wens van de ondernemers om de optie tweezijdige beluchting open te houden is begrijpelijk, vindt hij. “Stel dat een kas ooit wordt verkocht, of er komt een andere teelt in dan moet je die optie hebben om iets te kunnen veranderen.”

Tekst en beeld: Koen van Wijk