De werkwijze van de nieuwe stikstofbank die de provincies als oplossing voor het stikstofprobleem hebben ontwikkeld, mag glastuinbouwbedrijven niet op achterstand zetten. Dat is de mening van Glastuinbouw Nederland over het gekozen uitgangspunt ‘Wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. “De sector heeft altijd goed gedrag getoond en snel gehandeld bij nieuwe eisen. Dat moet beloond worden”, stelt bestuurder Jean Aerts.

Voor het legaliseren van de PAS-meldingen hebben het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de provincies half juli een plan voor een stikstofregistratiesysteem gelanceerd. Via een stikstofbank voor microdeposities (tot 0,05 mol stikstof per ha/jaar) kunnen ondernemers ruimte reserveren, dat is het idee. Het uitgangspunt bij de daaropvolgende vergunningverlening is ‘Wie het eerst komt, wie het eerst maalt.’
Glastuinbouw Nederland vindt deze werkwijze onterecht en stelt dat goed gedrag beloond moet worden. De komende maanden brengt de organisatie dit standpunt in bij de bevoegde instanties. De regeling wordt waarschijnlijk eind dit jaar vastgesteld.

‘Zonder morren’

“We mogen door goed gedrag niet op afstand gezet worden. De glastuinbouw heeft altijd snel gehandeld en zonder morren branders en WKK-installaties aangepast aan nieuwe emissienormen. Dan mag je als tuinder bij de legalisatie niet aan het toeval zijn overgeleverd”, reageert bestuurder Jean Aerts.
Hij noemt als voorbeeld de aangescherpte eisen voor NOx emissies (kooldioxide) van WKK-installaties, waarvoor glastuinbouwondernemers rond 2017 snel emissiebeperkende maatregelen hebben genomen. “Het huidige stikstofbeleid van de overheid wordt over je uitgerold. Maar wij vinden dat je er integraal naar moet kijken en dat brengen we ook in bij het ministerie en het Interprovinciaal Overleg”, vertelt Aerts. “Wij gaan ook om opheldering vragen over de activiteiten van glastuinbouwbedrijven die destijds wel meldingsplichtig waren, maar daar nooit op zijn gewezen door het bevoegd gezag. Die bedrijven vallen nu in de categorie ‘te goeder trouw onvergund’.”

Afstandsgrens

Ander nieuws in het stikstofdossier is het voornemen van het ministerie van LNV om een vaste afstandsgrens van 25 kilometer voor alle emissiebronnen te hanteren. Nu gelden er voor agrarische bedrijven geen afstandsgrenzen. Aerts: “Daardoor kan het zo zijn dat een glastuinbouwbedrijf in Noord-Limburg op 47 Natura 2000-gebieden verspreid over drie provincies moet salderen. Een heel groot bedrijf zou zelfs tot op Texel effect hebben. Wij hebben erop gehamerd dat dit anders moet en daar is gelukkig gehoor aan gegeven.”
Daarom is de 25 kilometergrens echt een verbetering, stelt hij. “Maar nog steeds ingrijpend. Want het geeft nog steeds een gerede kans dat een glastuinder met tientallen natuurgebieden moet salderen voor een vergunning.”

Driekwart moet vergund

“Ga ervanuit dat elke bedrijf met minimaal 1 ha glas dat binnen 5 km van een Natura 2000-gebied ligt vergunningsplichtig is. Wij schatten dat 75 procent van de Nederlandse glastuinbouwbedrijven vergund moet worden. Zodra de nieuwe wetgeving intreedt, is dit werk voor adviesbureaus.”
Tot die tijd rekent Glastuinbouw Nederland op billijkheid en redelijkheid. “Wij adviseren ondernemers om ondertussen wel hun stikstofemissies in kaart te brengen, zodat ze er straks klaar voor zijn. Voor bedrijven met concrete bouwplannen is dit zelfs urgent”, benadrukt Aerts.

Actualisatie Aerius

De nieuwe Wet Stikstofreductie en Natuurherstel is per 1 juli ingegaan, maar de maatregelen (zoals een stikstofbank en de 25 km afstandsgrens) worden pas operationeel als de nieuwe regeling is vastgesteld. Dat is naar verwachting eind dit jaar.
De nieuwe concept-regeling om de stikstofregistratie (stikstofbank) mogelijk te maken is van 9 juli tot 12 september open voor consultatie. De regeling regelt ook dat dit wordt opgenomen in de jaarlijkse actualisaties van Aerius Calculator, waarmee de stikstofdepositie van een project wordt berekend. Een ondernemer kan zijn data over gasverbruik, WKK en branders in dit systeem invoeren.

Tekst: Koen van Wijk