Uit onderzoek in klimaatcellen bij Plant Lighting blijkt dat lisianthus minder last heeft van brandkoppen als bepaalde maatregelen in acht worden genomen, al moeten de resultaten nog bevestigd worden in kasproeven. Kansrijk zijn een lage RV, meer luchtbeweging en koeler telen, al kan dit op gespannen voet staan met de wens om energie te besparen. “Wat we wel met zekerheid kunnen zeggen is dat het probleem met de verdamping te maken heeft.”

Het onderzoek naar kennisontwikkeling siergewassen lisianthus werd uitgevoerd door onderzoekers Daphne Ruiter en Stefan van den Boogaart en mogelijk gemaakt dankzij financiering van Kas als Energiebron, het Ministerie van LNVV, Glastuinbouw Nederland en gewascoöperatie lisianthus. De projectuitvoering lag in handen van Plant Lighting, dat beschikt over klimaatcellen.
Het project sluit aan op het onderzoek ‘Lisianthus: Toekomstbestendig’, dat vorig jaar werd afgerond. Hieruit bleek dat het probleem met brandkoppen een van de laatste knelpunten is waarvoor nog geen oplossing is gevonden. Daarnaast kunnen energiebesparende technieken dit probleem verergeren en zo de implementatie daarvan verhinderen. Aanvullend onderzoek naar de precieze oorzaken van brandkoppen was dus nodig. Dat is recentelijk afgerond.

Proefopzet

De onderzoeksopzet was vrij eenvoudig: zet in een proefteelt twee cultivars (Rosita III Pure White en Alissa II Pure White) bij een hoge (85% etmaal) en lage RV (74% etmaal) in een klimaatcel. Vergelijk hierbinnen zes verschillende behandelingen: een standaardbehandeling (ter controle), een behandeling met meer luchtbeweging (ventilatie), één met minder licht (dat werd gedimd aan het begin en eind van de teelt), aangepaste voeding (minder calcium en meer magnesium), een hogere bodemtemperatuur en een lagere luchttemperatuur.
In de cabines werden winterse omstandigheden nagebootst: belicht werd van week 1 tot en met 5 met een oplopende lichtintensiteit (van 100 naar 400 µmol/m².s) en lichtsom (van 8,5 naar 29,7 mol/m²/dag). Een belichtingsduur van 20 uur werd aangehouden, waarvan 5 uur daglichtsimulatie (70 µmol/m².s).
Het lichtrecept was 6-5-89 (blauw/groen/rood) plus 20 µmol verrood gedurende de fotoperiode in de eerste 30 dagen. Er werd geen verrood (end of day) of Berelex gebruikt, mede omdat de teelt niet volledig werd afgemaakt. Er werd qua genetica gekozen voor de relatief brandkoptolerante Rosita en brandkopgevoelige Alissa, die naast elkaar in dezelfde cabine werden geplant.

Geen invloed van calcium

Een van de theorieën die het optreden van brandkoppen zou kunnen verklaren is het gebrek aan calcium in het groeipunt. Een gebrek daaraan veroorzaakt zwakke celwanden die daardoor kapot gaan, wat kan leiden tot de kenmerkende necrose aan de bladeren of erger: ‘verbranding’ van het groeipunt. Calcium is immobiel en wordt passief opgenomen met water. Een snelle groei vraagt om meer calcium, maar vanwege de immobiliteit krijgen jonge plantendelen sneller last van een gebrek, is het vermoeden.
In de proef werd het calciumgehalte op twee niveaus gedoseerd: standaard (4,0 µmol/l) en verlaagd (naar 2,0 µmol/l), met meer magnesium als compensatie. Dit leverde in dit onderzoek echter geen verschillen op in het optreden van brandkoppen in vergelijking met de standaardbehandeling.

Afbreuk sierwaarde

Wat wel grote verschillen opleverde was een hoge RV: dit gaf beduidend meer en heviger brandkoppen dan bij een lage RV. Dit deed niet alleen afbreuk aan de sierwaarde, maar gaf ook minder productie: bij een hoge RV was het takgewicht gemiddeld 10% lager.
Meer luchtbeweging of een lagere teelttemperatuur (25,5ºC etmaal i.p.v. 28ºC) resulteerde ook in minder brandkoppen. De lagere teelttemperatuur leidde wel tot een tragere ontwikkeling.Minder licht of een hogere bodemtemperatuur (+2,5ºC) gaf alleen bij Rosita een mild positief effect, bij Alissa traden er geen effecten op.

Impact RV en luchtbeweging

De algemene conclusie die de onderzoekers durven trekken is: meer verdamping − door een lage RV of meer luchtbeweging − leidt tot minder brandkoppen. Onderzoeker Van den Boogaart: “Bij een lage RV en veel luchtbeweging traden er bijna geen brandkoppen op. Helaas kost dit ook veel energie, vooral voor het afvoeren van vocht bij winterse omstandigheden.”
Koeler telen is ook kansrijk, maar heeft een langere teeltduur als nadeel. Daphne Ruiter: “Het kan zijn dat er in een gevoelige fase koeler geteeld kan worden en later de temperatuur omhoog kan zonder problemen, maar dat hebben we nu niet onderzocht. Omdat we niet langer dan 35 dagen hebben geteeld, weten we ook niet of later in de teelt nog meer brandkoppen opgetreden zouden zijn.”

Invloed genetica en verdamping

Aangepaste genetica zou ook een oplossing voor het brandkoppenprobleem kunnen zijn, al valt dit, los van de rassenkeuze, buiten het bereik van de teler. Van den Boogaart: “Bij de gevoelige Alissa zie je overal brandkoppen, zelfs bij een lage RV. Toch zie je wel verschillen tussen de behandelingen, er is ook hier een positief effect van lage RV, luchtbeweging en teelttemperatuur. De rest kun je eigenlijk wel dramatisch noemen.”
Dikker of dunner telen is misschien ook nog een optie om het vochtgehalte in het gewas te beïnvloeden? Van den Boogaart: “Lastig te zeggen, al zou je verwachten van wel. Maar we zijn eigenlijk net begonnen met dit hele verdampingsvraagstuk. We weten ook nog niet of het bij brandkoppen om het microklimaat in het gewas of vooral bij het groeipunt gaat.”

Vervolgonderzoek

In een vervolgproef, die in augustus van start gaat, zal worden onderzocht of er een gevoelige teeltfase is voor brandkoppen, zegt Ruiter: “We weten niet of die gevoelige fase er is, maar we hebben wel vermoedens. Misschien wordt het probleem al tijdens de opkweek aangelegd. In dat geval kun je er als snijbloementeler niet zo heel veel meer aan sturen. We gaan dus in het vervolgonderzoek kijken of er zo’n gevoelige fase is, inclusief een deel van de opkweekfase.”

Kasproeven

Aankomende winter zal vrijwel gelijktijdig een onderzoek in de kas gaan lopen bij het Delphy Improvement Centre in Bleiswijk, aldus Van den Boogaart. “De eerste proefronde willen we aan het effect van de daglengte besteden. In de tweede ronde willen we implementeren wat we hier in Bunnik ontdekken met betrekking tot de gevoeligheid voor brandkoppen in verschillende teeltfases. In de kas kan een lagere RV meerdere consequenties hebben. Heeft het daar een effect op brandkoppen, dan willen we dat graag laten zien. Volgend jaar hebben we de luxe dat we twee proefkassen tot onze beschikking hebben en de resultaten uit de klimaatcabines daarin kunnen toetsen.”

Tekst en beeld: Mario Bentvelsen

 

  • Brandkoppen leiden tot verlies van sierwaarde en takgewicht.