Martijn Sijben (31) uit Helenaveen runt sinds acht jaar een eigen hortensiakwekerij. Hij bewandelde hierbij niet de gebruikelijke paden. Als zoon van een melkveehouder, moest hij in veel opzichten zijn eigen weg zoeken. Hoewel dit niet altijd zonder slag of stoot verliep, heeft de jonge Brabander inmiddels flink wat stappen gezet. Dé hamvraag richting de toekomst is: focussen op klokverkoop en variatie in soorten, of kiezen voor specialisatie en groei?

Sijben Hydrangea ligt bijna midden in Helenaveen, op een steenworp afstand van de kerk van het Peeldorp. Martijn Sijben, oorspronkelijk afkomstig uit het nabijgelegen Neerkant, streek hier in 2018 neer. “Ik kon hier toen een voormalig auberginebedrijf overnemen, met een oppervlak van 2,3 hectare. Dat was meer dan een verdubbeling ten opzichte van daarvoor. Tot 2018 teelde ik namelijk snijhortensia’s in een huurkas van één hectare in Weert.”
Dat zijn toekomst in de tuinbouw lag, dat was voor hem al jong duidelijk. Met de melkveehouderij, waar de roots van zijn familie liggen, had hij namelijk weinig feeling. “Mijn oom had daarentegen een kwekerij; dat had als kind al mijn interesse. Ik vind het mooi om te zien hoe planten groeien en bloeien. Dat ik naar de Middelbare Tuinbouwschool ging, was dan ook niet meer dan logisch. En met mijn diploma op zak, ging ik uiteindelijk aan de slag als assistent-bedrijfsleider op een stekbedrijf.”

Niet uitgekauwd

Maar als zoon van een melkveehouder stroomt het ondernemersbloed ook bij Sijben door de aderen: een eigen bedrijf was zijn grote droom. “Dat heb ik waarschijnlijk toch van huis uit meegekregen, daarbij ben ik iemand die altijd behoefte heeft aan een uitdaging. In 2013 besloot ik daarom de stap te zetten en op zoek te gaan naar een huurkas; een bedrijf kopen was toen financieel nog niet mogelijk. Die huurkas vond ik in Weert.”
De jonge ondernemer koos ervoor om aan de slag te gaan met snijhortensia’s; een teelt waar hij tot op dat moment nog weinig ervaring mee had. “Waarom de keuze op dit gewas viel? Omdat de markt voor snijhortensia’s destijds in opkomst was. En het product en de teelt spraken me aan. De teelt was nog niet uitgekauwd, er was nog het nodige te ontdekken. En zoals gezegd: ik houd van een uitdaging, vind het leuk om dingen uit te zoeken.

Teelttechnische begeleiding

Ondanks zijn optimisme was het eerste jaar niet makkelijk, erkent hij. Met name teelttechnisch waren er de nodige hobbels. “Vooral de watergift luistert uitermate nauw in de hortensiateelt, je moet uitkijken dat je niet te veel geeft. Ook werden we in de zomer overvallen door een tripsplaag, die we niet zomaar onder de duim kregen.
De ondernemer stond er echter niet alleen voor. Zo werd hij begeleid door een teelttechnisch adviseur. “Dat was prettig, hij kwam in die beginperiode één keer in de drie tot vier weken langs. Ook kon ik vragen stellen aan de verhuurder van mijn kas, een voormalig tomatenteler. Maar het grootste deel van de week moest ik het wel alleen zien te rooien, dat was niet altijd makkelijk. Ik had daarnaast veel steun aan mijn collega’s binnen Paletti Growers, waarvan ik vanaf het begin lid ben. De kennisuitwisseling binnen dit collectief had en heeft voor mij een duidelijke meerwaarde. Daarnaast komen we maandelijks bij elkaar met hortensiakwekers uit de regio.”
Na enkele jaren had hij de bedrijfsvoering onder de knie, zowel teelttechnisch als op andere vlakken. Toen begon de behoefte aan een nieuwe uitdaging toch weer te kriebelen. “Ik wilde graag een bedrijf kopen. Huren is immers weggegooid geld, daarbij is het lastig om investeringen te doen. Uiteindelijk kon ik dit bedrijf kopen in Helenaveen. Overigens wel met financiële steun van mijn ouders. Ik vorm samen met hen een VOF.”

Teler en manager in één

Het voormalige auberginebedrijf, dat stamt uit 2002, moest worden aangepast voor de hortensiateelt en teelttechnisch moest een en ander worden gefinetuned. “Het duurde zeker een jaar voordat ik de teelt weer net zo in de vingers had als op de andere locatie. Maar inmiddels heb ik wat dat betreft alles onder controle. Qua afzet ben ik niet ontevreden. Voordat ik dit bedrijf kocht liet ik overigens ook onderzoeken of de hortensiamarkt nog voldoende ruimte bood. Dat bleek het geval. Ik ben dus niet over één nacht ijs gegaan.”
Ook in andere opzichten bracht de verhuizing nieuwe uitdagingen met zich mee. Het areaal van het bedrijf werd meer dan verdubbeld, wat ook een grotere personeelsinzet vergde. “Het aansturen van het personeel gaat me op zich goed af. Maar mijn rol is wel veranderd; naast teler ben ik meer manager geworden. Naar de toekomst toe is mijn streven om vooral ook teler te blijven. Daar ligt mijn hart. Daarbij: medewerkers met goede vakinhoudelijke kennis zijn steeds lastiger te vinden.”

Toekomstplannen

De toekomst van het bedrijf is nog niet volledig uitgekristalliseerd. De komende vijf à zes jaar gaat Sijben in ieder geval verder op de ingeslagen weg. “Dan hoop ik zover te zijn dat ik mijn ouders, die veelvuldig bijspringen, kan uitkopen en zelfstandig verder kan gaan.”
Of hij op termijn nog verder wil groeien en hoe zijn rassenkeuze er in de toekomst uit zal zien, daarover durft de jonge ondernemer nog niets te zeggen. “Ik teel nu twaalf verschillende roze, witte en blauwe soorten, die ik van eind april tot eind november voor de klok breng bij Veiling Rhein-Maas en bij FloraHolland in Naaldwijk. Bij klokveilen is er meer behoefte aan variatie en kleinere partijen. Maar sinds kort hebben we ook onze eigen persoonlijk verkoper bij FloraHolland, om te kijken of we meer rechtstreeks kunnen afzetten en op die manier het rendement kunnen opkrikken. Deze verkoper geeft echter aan dat afnemers vooral grotere partijen willen, dus dat we de soortenkeuze beter kunnen beperken. Wat is dan wijsheid? Wat dat betreft ben ik nog zoekende. Vooralsnog wacht ik even af hoe de directe verkoop zich ontwikkelt. Afhankelijk hiervan hak ik uiteindelijk een knoop door.”

Rust en houvast

Sijben heeft tot slot nog een tip voor andere jonge ondernemers die een eigen bedrijf willen opzetten. “Doe dit bij voorkeur samen met een compagnon, die ervaring heeft in de sector. Ik werd natuurlijk van diverse kanten ondersteund, maar op veel momenten stond ik er alleen voor. Een compagnon met verstand van zaken kan rust en houvast bieden.”

Tekst en beeld: Ank van Lier