Wittevlieg vormt in de bedekte aardbeienteelt een groeiend probleem. Het wegvallen van vertrouwde chemische middelen maakt de beheersing al lastig genoeg. Daarnaast signaleert crop advisor Stefan van Heist dat kassen door de opkomst van andere rassen en belichte teeltwijzen minder vaak leeg liggen en grondig schoongemaakt kunnen worden. Het komt steeds meer aan op een brede systeemaanpak met wegvangen, natuurlijke vijanden en groene middelen. Chemisch corrigeren kan echter wenselijk zijn.

Stefan van Heist, crop adviser bij Bayer Crop Sience, is verheugd dat ‘zijn gewas’ aardbei de wind al jaren op rij in de zeilen heeft. Tegelijkertijd stelt hij vast dat de teelt risico’s kent en dat sommige daarvan een behoorlijke uitdaging vormen. Wittevlieg is daarvan een goed voorbeeld.
“Nu Calypso niet meer beschikbaar is, wordt het nog belangrijker om de resterende bestrijdingsmethoden voor wittevlieg effectief te benutten”, steekt hij van wal. “Een solide systeem begint met zorgvuldig scouten. Vangplaten helpen daarbij. Wie veel vangplaten inzet, vangt meer vliegjes weg en weet nauwkeuriger waar de plaagdruk het hoogste is. Dat maakt gericht corrigeren mogelijk.”
Mass trapping met behulp van vanglinten, die in de chrysantenteelt min of meer standaard zijn, zijn in de aardbeienteelt minder effectief en daarom niet gebruikelijk.

Standing army

Wat niet wordt weggevangen is in elk geval voor een deel biologisch onder controle te houden. De roofwants Orius decimeert trips en de roofmijten californicus (spint), cucumeris (trips) en swirskii of limonicus (wittevlieg, trips en spint) versterken de ‘standing army’ tegen de meest voorkomende plagen. “Desondanks loopt de druk in de zomer soms zodanig op dat ook Encarsia formosa wordt ingezet tegen wittevlieg”, weet Van Heist. “Het is een wat duurdere oplossing, maar het resultaat staat voorop.”

Chemische en natuurlijke middelen

Als er ondanks wegvangen en predatie toch nog gecorrigeerd moet worden, hebben telers meerdere opties. Voor en na de bloei is de keuze in chemische middelen wat ruimer dan tijdens de kwetsbare bloeifase. De beperkte beschikbaarheid van chemische middelen wordt voor een deel gecompenseerd door groene middelen, waarvan het aantal toelatingen geleidelijk toeneemt.
Van Heist: “Voor veel groene middelen geldt dat ze alleen een contactwerking hebben. Ze moeten de ziekte en plaag echt raken, waardoor zorgvuldig spuiten met voldoende water extra belangrijk is. Bovendien is het bestrijdingsresultaat na één toepassing vaak bescheiden en zijn meestal meerdere behandelingen nodig om voldoende effect te bereiken. Dat is even wennen en kost in de meeste gevallen meer tijd en geld, maar het werkt wel.”

Combineren

Wanneer het met wittevlieg de verkeerde kant op gaat, kunnen combinaties van middelen een sterker en sneller resultaat opleveren. De adviseur wijst in dit verband op de combinatie van twee middelen uit eigen stal, waarmee al twee jaar goede ervaringen zijn opgedaan. Sivanto Prime (actieve stof flupyradifurone) is een systemisch middel met brede werking tegen trips, luis en wittevlieg (larven en adulten). Het is veilig voor nuttige insecten (Orius uitgezonderd) én inzetbaar tijdens de bloei.
“In onderzoek en praktijk is gebleken dat de combinatie met Flipper de werking versterkt”, vervolgt de adviseur. “Het is een natuurlijk middel op basis van kaliumzouten en vetzuren uit de olijfoliewinning. De olieachtige formulering vloeit van nature gemakkelijk uit. In combinatie met voldoende water – wij adviseren 1.000 liter per ha – zorgt dat ook voor een betere werking van Sivanto Prime.”

Advies op maat

Beide producten zijn ook solo inzetbaar en elk heeft daarbij – zoals elk middel – zijn eigen aandachtspunten. “Mijn ervaring is dat een strategie pas echt effectief is, wanneer deze goed is afgestemd op de bedrijfssituatie en de omstandigheden in de omgeving van het bedrijf”, aldus Van Heist. “Van een standaard aardbeienteelt is geen sprake meer en dat geldt ook voor de bestrijding van wittevlieg. Gewasbeschermingsadviseurs kennen de mogelijkheden en beperkingen, dus neem de tijd voor overleg en stel samen een plan op. Het geeft telers op voorhand een beter inzicht in wat wel en wat niet kan.”

Tekst: Jan van Staalduinen