Stars-Plant in Poederoijen experimenteert sinds enkele maanden met de opkweek van jonge planten onder LED-belichting. De eerste bevindingen zijn positief: het bedrijf hoopt hiermee te kunnen besparen op energie en arbeid en verwacht een weerbaarder gewas af te leveren. Desondanks gaan de ondernemers niet over één nacht ijs: voordat ze definitief overstappen naar LED’s willen ze uitgebreid testen, met meerdere gewassen.

Het bedrijf Stars-Plant focust op de opkweek van jonge planten van een keur aan snijbloemgewassen: van violieren, lisianthus en celosia tot delphinium en helianthus. Dit jonge plantmateriaal gaat naar snijbloementelers door heel Europa.
Het bedrijf teelt haar jonge planten op onder assimilatiebelichting. Op dit moment hangt de kas nog vol met SON-T-lampen, maar ze onderzoeken of de overstap naar LED’s een meerwaarde heeft. “We zijn met meerdere leveranciers in gesprek gegaan, maar besloten uiteindelijk proeven te gaan uitvoeren met LED-lampen van Lohuis Lighting & Energy”, zegt mede-eigenaar Gert-Jan Valstar. “Zij boden aan om een testopstelling van 125 m² in te richten, waarmee we konden onderzoeken of LED daadwerkelijk een meerwaarde heeft in de praktijk. Voordat we in onze hele kas van anderhalve hectare switchen naar LED willen we namelijk wel zeker zijn van de toegevoegde waarde.”

Harder blad

In de afgelopen periode teelde Stars-Plant een partij matthiola op onder de LED-lampen. De testopstelling heeft een vermogen van 3,2 micromol/J en levert 8.000 lux aan licht. “Na vijf weken hebben we de partij geleverd aan onze klant. We zagen dat het blad donker en harder was, wat betekent dat er meer bladgroenkorrels in zitten en meer fotosynthese heeft plaatsgevonden. Hierdoor is het blad bij natslaan waarschijnlijk minder bevattelijk voor meeldauw. Bij de telers moet zich uitwijzen of dit daadwerkelijk het geval is.”

Energie- en arbeidswinst

Naast de teelttechnische voordelen hoopt het opkweekbedrijf ook op energie te kunnen besparen: de LED-lampen hebben zo’n 50% minder stroom nodig dan SON-T-lampen. “En SON-T lampen moet je na achtduizend branduren – dat is gemiddeld na ongeveer een jaar – vervangen. Met LED’s kun je daarentegen tien jaar vooruit. Op die manier hopen we dus ook arbeidswinst te boeken.”
Feit is wel dat de LED-lampen minder warmte afgeven, waardoor de teler extra moet stoken. “De temperatuur in de proefkas ligt gemiddeld drie tot vier graden lager dan in de kas met 6.000 lux aan SON-T-belichting. Maar deze extra warmtevraag weegt niet op tegen de besparing die we hopen te realiseren op elektriciteit. Ook omdat het elektriciteitsnetwerk in de Bommelerwaard overbelast is. Om die reden is uitbreiden en/of het vervangen van de SON-T-belichting ook geen optie. Dan moet het elektriciteitsnet worden verzwaard en dat brengt hoge kosten met zich mee.”

Uitgebreide testen

Afgelopen week plaatste Stars-Plant een partij antirrhinum onder de LED-lampen. Daarna staat een test met panicum op de planning. “Dit siergras wordt snel geel onder SON-T-lampen, maar we hopen onder de LED’s wel voldoende bladgroenkorrels te kunnen houden. Dat moet ervoor zorgen dat de plant beter oogt en dus ook beter verkoopbaar is.”
Vervolgens wil Valstar nog diverse andere gewassen gaan testen onder de LED-opstelling. “Voordat we volledig switchen naar LED willen we zeker zijn van de toegevoegde waarde en de impact op de diverse gewassen. Daarom gaan we onze belangrijkste gewassen allemaal testen onder LED. Over een jaar hakken we definitief de knoop door of we al dan niet overstappen. Zoals gezegd: de eerste resultaten en ook de verwachtingen zijn positief, maar we gaan niet over één nacht ijs.”

Tekst: Ank van Lier, beeld: Vidiphoto