Phalaenopiskwekerij Pikoplant timmert hard aan de weg. De kwaliteitslat ligt hoog. Met een veredelingstak en technische innovaties ontwikkelt het bedrijf zich voortdurend. Eigenaar Arno de Koning was al in overleg met enkele buren om naastgelegen bedrijven over te nemen om nieuw te bouwen toen hij begin dit jaar te horen kreeg dat er een WvG-claim op het gebied is gelegd.

Die claim betekent een einde aan de uitbreidingsplannen van de Nootdorpse teler om het optimale uit het bedrijf te kunnen halen. Arno de Koning investeert voortdurend in uitbreiding en modernisering. In 2012 heeft hij het 4,4 ha grote bedrijf vernieuwd. “Ik heb een warmtepomp en bronnen om mijn overtollige warmte ‘s zomers op te slaan in aquifers en ‘s winters te benutten. Extra oppervlak is energetisch gunstiger, omdat we meer laagwaardige warmte hebben dan we kunnen benutten. Ook hebben we ideeën om onze concepten en veredeling verder uit te werken. Door de WvG bevries je het bedrijf.”
Het gebied wordt minder interessant voor glastuinbouw. “Duurzaamheidsinvesteringen moeten in kortere tijd worden terugverdiend. Centrale restwarmte, geothermie en CO2-voorzieningen worden niet meer aangelegd”, voegt zijn adviseur Aad Janssen, directeur van AAB Nederland toe.

Geen concreet plan

Natuurlijk wist De Koning dat er vroeg of laat woningen in het gebied zouden komen, maar hij is niet blij met het gekozen proces. “De gemeente houdt onvoldoende rekening met gevestigde ondernemers. Er is klakkeloos voor vier gebieden gekozen die ze nooit allemaal tegelijk binnen vier à vijf jaar kunnen ontwikkelen. De geschiedenis elders bevestigt dit. In het Westland en Zuidplas bijvoorbeeld is de wet na zes jaar weer van gebieden gehaald. Er zijn ook plaatsen waar al dertien jaar de WvG gevestigd is.”
Pas eind 2021 is de Nootdorpse visie gereed. De vier gebieden zitten daardoor zeker twee jaar op slot. Pas daarna gaat de gemeente echt plannen maken, nadenken over de financiering en met telers rondom de tafel. Dit kan zomaar drie tot vier jaar extra duren.
“Ik kan me niet voorstellen dat men bij ons gelijk het hele Dwarskade-gebied van 45 ha aanpakt. Ik heb begrepen dat ze het in drie fasen willen ontwikkelen. Mijn bedrijf is het lastigst te verplaatsen, dus het ligt voor de hand dat ik in de derde fase terechtkom. Dan zijn we tien tot vijftien jaar verder. Al die tijd kan ik mijn bedrijf niet optimaliseren. Dat geeft een behoorlijke schadepost.”

WvG achterhaald

Pijnacker-Nootdorp profileert zich als tuinbouwdorp. De Koning en veel collega’s snappen daarom niet waarom er zo wordt gehandeld. Er is een inspraakronde geweest. Iedereen heeft netjes een brief ontvangen, maar de WvG gaat gewoon door. De Koning ziet twee werkzame opties: vol gas doorpakken of deze wet er weer af.
Volgens Janssen is de WvG een achterhaald instrument. “De Wet Ruimtelijke Ordening biedt voldoende mogelijkheden om de financiële belangen van de gemeente op een andere wijze te bewaken zonder hiervoor belemmeringen voor ondernemingen op te werpen.”
De Koning ziet liever dat de gemeente er tussenuit stapt bij eventuele grondverwerving en nieuwbouwrealisatie. “Waar overheden tussenkomst hebben, worden projecten eerder vertraagd dan bespoedigd. Ook is het niet wenselijk dat de lokale overheid met belastinggeld gaan speculeren bij grondaankopen. Meerdere gemeenten hebben hun vingers hieraan gebrand in het verleden.”
Janssen wijst op het belang dat de gemeente voorwaarden stelt om te voorkomen dat ontwikkelaars op verhoudingsgewijs goedkope stukken grond woningen bouwen rondom de duurdere glastuinbouwbedrijven. Dit geeft overlast en procedures over en weer.

Tekst en beeld: Marleen Arkesteijn