Bij telen onder LED denken velen aan de bekende rode en blauwe kleuren, maar het zonlichtspectrum is in opkomst. Ook teler Simon Gootjes van AllPlant uit Heerhugowaard is overtuigd van het nut. “Dit past goed bij de diversiteit van onze gewassen.”

De kas is, nu begin november, vrijwel leeg. Lichten staan uit en medewerkers zijn bezig afdelingen schoon te maken. Het is de rustige tijd in het jaar bij AllPlant in Heerhugowaard. Maar in afdeling 6 en 7 branden de LED-lampen deze ochtend volop. Helleborussen en mangaveplantjes stralen in het zonlicht.
“Dit ziet er anders uit dan rood en blauw LED-licht, niet?”, zegt eigenaar Simon Gootjes al wijzend naar de lichtbalken, waar wit licht vanaf straalt. “Voorheen hing er SON-T, maar nu hebben we er een zonlichtspectrum opgehangen als proef. De lampen staan vandaag tot 12.00 uur aan. Straks in de winter zullen ze de hele dag, zo’n elf uur, aanstaan. Dan winnen we het meest, is de verwachting.”

Couveuse plantje

Zijn bedrijf houdt zich bezig met het produceren van tuinplanten uit weefselkweek en de verkoop van jonge tuinplanten als plug afkomstig van weefselkweek. Gootjes begon 25 jaar geleden. In 2016 breidde hij uit en bouwde 2,2 ha onder glas op deze locatie. Nu heeft hij meer dan 100 gewassen en 850 variëteiten onder glas. Vorig jaar bouwde hij nog 1,1 ha erbij.
“Weefselkweek pas je toe als opkweken vanuit zaad of stekken niet lukt, en je wilt toch vermeerderen”, legt hij uit. “Het is te vergelijken met stekken, maar dan onder steriele omstandigheden en in een kunstmatige voedingsbodem. Er ontstaat dan zogezegd een ‘couveuse plantje’.”
Dit couveuse plantje vraagt een aparte manier van opkweken. “Eerst staat het in een potje en wordt het vertroeteld als het gaat om bodem, temperatuur en luchtvochtigheid, maar vervolgens moet het plantje in een plug de kas in. Dan moet het zelf gaan assimileren, wortels maken en afharden. Dat vraagt een specifieke acclimatiseringsstrategie.” Daarbij is licht een erg belangrijke factor.
Toen hij in 2016 nieuw bouwden was er nog heel weinig bekend over LED. Laat staan dat er informatie was over bepaalde lichtspectra en kleuren. Dus koos hij voor SON-T. Maar de tijd en ontwikkelingen gingen verder en de voordelen van LED werden steeds duidelijker. “Wij kijken ook naar het duurzaamheidsaspect en de kwaliteit van onze planten. Willen we die verbeteren, dan lijkt LED een goede investering.”

Complementaire werking

Maar voor welk spectrum kies je? Dat was een grote uitdaging vanwege de vele soorten en rassen die het bedrijf teelt. “Als je een monocultuur hebt, dan kun je eenvoudig proeven doen. Je hebt een gewas en kijkt hoe dat reageert op diverse spectra en lichtintensiteit. Denk aan tomaat, paprika en komkommer”, stelt Gootjes. “Maar wij hebben een hele grote verscheidenheid in de kas en allemaal kleine oppervlaktes. Het is onmogelijk om per variëteit, per gewas, het juiste lichtspectrum en lichtintensiteit te bepalen.”
Hij en zijn team hebben het wel geprobeerd, meer steekproefsgewijs. Meer rood, minder groen. “Ik weet dat rood goed is voor dit en blauw voor dat, maar ik denk dat het complementair werkt. Het gaat juist om de verhoudingen tussen de lichtkleuren. Ik kan het wetenschappelijk niet hard maken, maar wij geloven daarin. Kijk, met veel rood krijg je een goede groei, maar wil je niet te veel strekking, dan moet je de lichtintensiteit verhogen. Maar dan heb je weer kans op verbranding. Je blijft het een compenseren met het andere. Ik ben van mening dat wanneer de lichtverhoudingen in balans zijn, dan voelt de plant zich optimaal; dat is in het voorjaar, wanneer de belichting uit is.”

Zonlicht

Het is de reden dat hij gekozen heeft voor het zonlichtspectrum. Hij koos twee leveranciers uit: de een levert zonlicht met samengestelde chips (Valoya uit Finland), de ander gebruikt één chip (Rofianda). Hij startte vorig jaar winter een proef op 2.500 m². De helft van een afdeling werd ingericht met het spectrum van de ene leverancier en de andere helft met het spectrum van de andere leverancier. Er werd gekozen voor een lichtintensiteit van 120 mmol/m².s. De lampen werden zo opgehangen dat ze per kap aan en uit konden.
“De keuze voor het zonlichtspectrum is inderdaad tegen de stroom in”, zegt Ronald Gronsveld van Rofianda, de leverancier die de zonlichtchip in 2018 op de markt bracht. “De markt focust op de toegevoegde waarde van rood en blauw, maar wij kijken er op een andere manier naar.”
“Het is heel simpel”, gaat hij verder. “Als je telers vraagt: wanneer doen je planten het op zijn best? Zeggen ze allemaal: wanneer eind maart, begin april het licht uit gaat. Wanneer ze stoppen met belichten komt de plant meer in balans.”

Ingewikkeld

Gronsveld is ervan overtuigd dat het zonlichtspectrum het beste werkt. “Echt zonlicht dan hè, inclusief UV en verrood. Daglicht of wit licht is wat anders. Planten hebben processen waar wij niets van begrijpen. We kunnen in proeven met verschillende lichtkleuren de reactie van de plant wel meten, maar wat er binnenin gebeurt weten we niet.”
Hij vervolgt: “Het mechanisme van de plant zit veel ingewikkelder in elkaar dan dat van mens of dier. Dus met alleen een proef iets constateren, is in mijn ogen niet voldoende. Dat is reactief reageren in plaats van pro-actief handelen. Alleen met zonlicht haal je het meest optimale uit de plant.”

Overtuigd

De teler kan nog geen concrete resultaten overleggen van de eerste proef, want ten tijde van de proef vond ook de aanbouw van de 1,1 ha grote kas plaats en was het te druk om er voldoende aandacht aan te besteden. Desondanks is Gootjes wel overtuigd van het nut. “Onze planten groeien in het voorjaar het beste, dus die omstandigheden willen we het hele jaar nabootsen. Dus het zonlichtspectrum is voor ons de oplossing om tot een kwalitatief betere plant te komen.”
Gronsveld weet wat de teler kan verwachten: “Het grootste verschil zal zitten in de wortelvorming en in de eerste kroonbladeren. Die zullen groter en rechter zijn.”
Een ander bijkomend voordeel is dat zonspectrum ‘fantastisch’ werklicht geeft, aldus Gootjes. “In onze kas wordt heel veel gewerkt. Het gaat om veel trays met planten in plug, veel gewassen, die regelmatig verplaatst moeten worden, waarvan scoringspercentages genoteerd moeten worden. Onder paars LED-licht, zelfs onder SON-T, geeft dat een vertekend beeld. Zonlicht daarentegen kijkt en werkt heel erg prettig.”
Op termijn wil hij alle SON-T vervangen. Maar komende winter start hij eerst een nieuwe proef met het zonlichtspectrum ten opzichte van SON-T. “Relatief gezien belichten wij weinig uren per jaar. Daardoor is onze terugverdientijd vrij lang, maar met de hoge energieprijzen wordt het interessanter. We willen een kwalitatief goed product en zo duurzaam mogelijk produceren. Met een breder spectrum en een hoger lichtniveau kunnen we dat realiseren.”

Tekst en beeld: Marjolein van Woerkom