Van der Avoird Trayplanten in Noord-Brabant stelde zulke specifieke eisen aan de kasluchting, dat het programma van de kassenbouwer niet kon berekenen hoe de optimale opzet moest zijn. Op grond van inschattingen is een uniek kassencomplex tot stand gekomen, dat goed blijkt te werken. De inrichting van de nieuwe locatie is gebeurd in samenspraak met de omwonenden.

De kas van 1 ha ziet er nog heel normaal uit, maar dwars daarop staan 2 kassen van 48 meter breed en 135 meter lang. Tussen deze lange smalle kassen ligt een grasstrook van 4 meter breed. Volgend jaar wordt er nog zo’n aparte kas naast gezet, weer van de rest gescheiden door een grasbaan. Behalve de luchtramen kunnen ook de zijgevels open voor een maximale ventilatie.

Risico-inschatting

Het in trayplanten voor kleinfruit gespecialiseerde bedrijf bouwde in 2006 een kas voor frambozenmoerplanten en -stek. “We moesten alles zelf uitvinden en konden niets afkijken van andere plantenkwekers. Dat gold bij de bouw van deze locatie vorig jaar weer. Voor de bank is dat ook lastig; ze kunnen nergens data vandaan halen voor hun risico-inschatting. Dat maakt dat ze voorzichtig zijn en dat wij om die reden gefaseerd moeten bouwen”, vertelt eigenaar Peter van der Avoird.
Zijn bedrijf bestaat uit vijf locaties in de Brabantse plaatsen Molenschot en Bavel, samen 31 ha trayvelden en 5 ha glas, en vermeerdert frambozen en aardbeien. Voor frambozenstek is het bedrijf de grootste speler in Europa. De kassen zijn bedoeld om het seizoen te vervroegen en om het productieproces beter te kunnen sturen.

Buurtoverleg

Kleinfruit zit in Europa erg in de lift. De vraag naar blauwe bes, framboos en braam is beduidend groter dan het aanbod. De teeltarealen groeien fors en de vermeerderaar groeit beheerst mee, jaarlijks ongeveer 15%. Op de oude locaties liep Van der Avoird echter tegen de grenzen aan. “Wettelijk gezien kunnen we in Molenschot best uitbreiden, maar de buren en de gemeente maken we daar niet blij mee. Ondernemen in Nederland vergt steeds meer dat je kijkt waar in je omgeving de mogelijkheden liggen”, zegt hij.
Zodoende kwam hij uit bij een perceel vlak naast de snelweg in buurdorp Bavel. Gras- en maïsland, maar wel met een bouwvergunning. “We konden dus gewoon bouwen, maar vonden het belangrijk eerst met de omgeving te communiceren. Ik ben persoonlijk bij alle buren langs gegaan om de plannen toe te lichten en heb ze gevraagd op de grove schetsen te reageren. Dat heeft zijn consequenties gehad voor de locatie van het kantoor, andere gebouwen en het groen”, vertelt hij. Een overbuurman wilde het kantoor het liefst tegenover zijn huis; een andere buurman zag vanwege het uitzicht liever een hekwerk dan een groenstrook en een derde wilde een stukje natuur. “Dat kwam allemaal goed uit. Mij maakt het niet uit waar alles precies staat. We konden gemakkelijk schuiven op de plankaart.” Gevolg is dat niemand van de omwonenden bezwaar heeft gemaakt, een unieke situatie.

Maximaal luchten

De bouw in Bavel is twee jaar geleden begonnen en vergt vier jaar; over twee jaar is de locatie uitgegroeid tot 20 ha, bestaande uit 13 ha trayvelden framboos, 3 ha trayvelden aardbei, 3 ha kas en 1 ha loodsen en kantoor.
De kassen hebben de meeste creativiteit gevergd, omdat er geen enkele praktijkervaring was om op terug te vallen. De frambozen worden in de warme kas (van 1 ha) gestekt en verhuizen na twee weken naar de twee koude kassen, die overigens wel kunnen worden verwarmd. Daar worden ze afgehard. Dat betekent dat ze zoveel mogelijk lucht moeten krijgen. “Ons belangrijkste afleverseizoen is april/mei. Je kunt de planten best buiten afharden, maar gezien onze volumes geeft dat een te groot risico. Eén keertje vorst is funest. Daarom moeten we een kas hebben die we zowel af en toe kunnen verwarmen als maximaal luchten”, geeft Van der Avoird aan. Die laatste wens leidde tot veel hoofdbrekens en brainstormen met de kassenbouwer. Een voor de hand liggende oplossing zou de cabriokas zijn; een kas waarvan het hele dak open kan. Niet geschikt, oordeelde de teler, nadat hij er een flink aantal had bekeken: “Als hij helemaal open staat heb je een glaswand van 7 meter hoog. Bij een lage windkracht krijg je dan veel te weinig luchtstroming.”

Nattevingerwerk

Uit het overleg met kassenbouwer Van Amelsvoort en adviseur Looije Agro Technics rolde de unieke oplossing. Zowel de luchtramen als de zijgevels van de lange smalle kassen kunnen open. Door die combinatie, plus het open trekgat tussen de twee afdelingen, ontstaat een schoorsteeneffect. In de kas waait het altijd, ook bij windstil weer.
Het probleem is dat zo’n aparte oplossing niet past in de berekeningsprogramma’s van de kassenbouwer. Welke kasmaat moet je precies hanteren? Wat is het energieverlies door de vele rubbers in de zijwanden? Hoe breed moet de corridor tussen de kassen zijn? “Bij een vierkante kas van 5 ha kunnen ze alles goed berekenen. Hier doe je aanname op aanname op aanname. Uiteindelijk was de maatvoering toch vooral nattevingerwerk. Het heeft wel wat verrassingen gegeven: aanvankelijk hadden we in de koude afdelingen geen energiescherm gepland, maar het verlies was veel groter dan verwacht. Daarom hebben we ze later toch opgehangen.”

Optimaal benutten

In de praktijk werkt het perfect, zo is de conclusie na een seizoen draaien. De geplande derde koude afdeling wordt daarom volgend jaar op precies dezelfde manier gebouwd. “Het is wel een hele dure oplossing”, geeft hij aan. “Dat vergt dat we de kasruimte optimaal benutten, met minstens drie teelten per jaar.”
Ook de kasinrichting is relatief duur. De verwarming, zowel een bodemnet met ethyleenslangen om de 25 cm als een bovenverwarming, gaat nauwelijks aan. Voor 3 ha glas heeft hij maar een aansluiting van 160 m³ en dat is al overgedimensioneerd. Het energiescherm wordt weinig gebruikt. “Bij gemiddelde apriltemperaturen hebben we geen verwarming nodig. Eigenlijk zijn het energiescherm en de verwarming meer een soort verzekering. Maar we hebben ze wel nodig, anders ontstaan er grote problemen. Het komt wel eens voor dat we de ene dag moeten stoken en de volgende dag alles openzetten om maximaal te luchten.”

Tekst: Tijs Kierkels, beeld: Wilma Slegers