Phytophthora infestans is berucht als veroorzaker van de gevreesde aardappelziekte, maar kan vooral in de winterperiode ook in tomaat schade veroorzaken. Onderzoeker Sergio Harinck, toetste in de afgelopen maanden diverse middelen op hun onderdrukkende werking. Daar zaten ook twee veelbelovende nieuwkomers tussen.
Door velen wordt Phytophthora infestans gezien als een echte schimmel, maar is in feite een oömyceet (pseudoschimmel) die tot de waterschimmels behoort en nauwer verwant is aan algen. Onlangs zijn diverse, hoofdzakelijk preventieve, fungiciden beproefd op hun werking tegen dit plantpathogeen. Dit gebeurde met medewerking van producenten en distributeurs op de onderzoekslocatie van Vertify in het World Horti Center in Naaldwijk.
Vochtminnend
“Phytophthora is vochtminnend en houdt van vergelijkbare omstandigheden als Botrytis”, steekt Sergio Harinck van wal. “Via opspattend vocht, afgestorven plantmateriaal en wind kunnen sporen zich gemakkelijk verspreiden. Vanwege de grote invloed van het klimaat op de infectiedruk en ontwikkeling van deze pseudoschimmel, is preventie belangrijk. Dat geldt zowel voor de klimaatbeheersing en bedrijfshygiëne in kassen, als voor de inzet van middelen.”
Planten kunnen zichzelf dikwijls ook verweren tegen infecties, maar het activeren van die natuurlijke afweer kost vaak enkele dagen. “Het is goed om dat in het achterhoofd te houden bij het maken van keuzes”, vervolgt de onderzoeker.
Proefopzet
Om de (preventieve) werking van middelen op de infectiedruk onder de loep te nemen, liet Harinck vijf behandelingen los op tomatenplanten die bij aanvang van de proef bewust werden geïnfecteerd. “Aan de onderzijde van het gewas zijn Phytophthorasporen uit kweek aangebracht, waarna het pathogeen zich op natuurlijke wijze heeft kunnen ontwikkelen en verspreiden naar de bovenzijde van de bladeren en andere gewasdelen, inclusief vruchten. Om te volgen hoe dat verliep, is het gewas twee keer per week bevochtigd.”
De infectie vond plaats op 22 januari. Daags daarvoor vond de eerste preventieve behandeling plaats. Voor zover toegestaan zijn de middelen vervolgens gedurende vijf weken eens per week toegepast op basis van een gewasbespuiting.
Toepassing volgens etiketbepalingen
Harinck: “Alle geteste middelen zijn toegepast volgens de etiketbepalingen. Het chemische referentiemiddel Ranman Top van Certis Belchim mag drie keer per jaar worden toegepast, dus daar is het ook bij gebleven. De andere vier toegepaste middelen zijn Lalstop G46 en Prestop van ECOstyle (dezelfde werkzame stof in hoge en lage concentratie), het nieuwe biologische middel KC 2404 van Koppert, dat de natuurlijke afweer van de plant activeert en sporenkieming voorkomt, en het eveneens nieuwe middel AF0404 WSG van Biotalys uit België. Dit product werkt op basis van een proteïne die bindt aan Phytophthora en infectie op die manier tegengaat. KC2404 is gebruikt in combinatie met de hulpstof Silwet Gold.
De referentiebehandeling bestond uit gewasbespuitingen met zuiver water, die de pseudoschimmel dus feitelijk in de kaart spelen.
Waarnemingen en conclusies
De onderzoeker beoordeelde het gewas wekelijks op het percentage geïnfecteerde bladeren en de ernst van de infecties aan bladeren en vruchten. De waarnemingen en behandelingen zijn weergegeven in de tabel. Welke conclusies trekt Harinck daaruit?
“Op het eerste gezicht lijkt het misschien dat er weinig verschillen te zien waren. Voor onderzoekers is het belangrijk om getallen in de juiste context te lezen. Daar zijn hulpmiddelen voor ontwikkeld, zoals de Abbott-rekenmethode. Daarmee kun je eventuele ruis door storende invloeden, waarvan het klimaat er één kan zijn, neutraliseren. Het is logisch dat de infectiedruk in de eerste paar weken nog laag was. Naarmate de tijd vordert, zie je duidelijk dat er sprake is van oplopende infectiedruk.
In de referentiebehandeling is de infectiedruk het hoogste, wat overeenkomt met de verwachtingen. Alle andere behandelingen blijken effect te sorteren. Ranman Top is slechts drie keer toegepast. Als gevolg daarvan zie je dat de infectiegraad, ondanks een behoorlijke duurwerking van het middel, tegen het einde van de proef begint op te lopen. In de praktijk kun je dat ondervangen met afwisselschema’s, waarin je verschillende middelen beurtelings inzet. Bij Phytophthora is dat sowieso van belang om resistentieopbouw tegen te gaan.”
Lalstop G46 + Prestop laten bij lage infectiedruk een mooie effectiviteit zien, maar presteren duidelijk minder wanneer de sporendruk oploopt.
Werkzaamheid nieuwe middelen
Over de werkzaamheid en toepassing van de twee nieuwkomers zegt Harinck: “Die was in beide gevallen goed. KC2404 heeft een dubbel werkingsmechanisme; op het blad voorkomt het de kieming van sporen en in de plant zet het specifieke genen aan die de plant beschermen tegen een reeks aan pathogenen. Wanneer je het preventief inzet als het klimaat gunstig is geweest voor infectie, wat in de proef bewust is nagestreefd, heeft het een goede preventieve en curatieve werking bij lage sporendruk. Bij hoge sporendruk neemt de effectiviteit af. De verwachting is dat het product binnenkort op de markt komt.”
Schimmel behoorlijk onder de duim te houden
AF0404 WSG kan eveneens rekenen op goedkeuring van de onderzoeker. “De werking van de proteïne lijkt goed. Dit middel komt zelfs als beste uit de bus. Het heeft een relatief snelle aanvangswerking, een lange duurwerking en het presteert ook wanneer de sporendruk hoog is.
De onderzoeker: “Beide producten zijn welkome aanvullingen voor een sluitend, preventief schema tegen Phytophthora. Daar zijn ook meerdere fungiciden voor nodig. Met de nu beschikbare middelen en nieuwe toelatingen, in combinatie met een kasklimaat dat vochtminnende schimmels niet al te zeer helpt, kun je deze pseudoschimmel behoorlijk onder de duim houden.
Tekst: Jan van Staalduinen












