Bestuiving speelt een cruciale rol in zachtfruit gewassen. De telers leunen op hommels en bijen en meestal gaat het goed. Echter, beide hebben hun beperkingen. Bijen zijn sterk afhankelijk van een minimumtemperatuur, hoeveelheid bloemen en licht. In de aardbeienteelt moeten de kasten vaak vervangen worden omdat aardbeienstuifmeel een lage nutritionele waarde heeft.

Hommels zijn meer gevoelig voor hoge temperaturen en bij minder bloemen kunnen ze door overbevlieging voor een mindere vruchtkwaliteit zorgen. Ook voor bramen zijn hommels minder geschikt, omdat ze nectar achterlaten waar schimmels op kunnen ontwikkelen. Binnen de PPS ‘Biodiversiteit in en rondom de kas’, zoeken we samen met Biobest, Polyfly en zachtfruittelers naar bestuivers die beter zijn aangepast aan klimaatomstandigheden die voor hommels en bijen ongunstig zijn.

Zweefvliegen

We testen bij Wageningen University & Research verschillende zweefvliegen die beter foerageren bij lagere of juist hoge zomertemperaturen. Ook wordt gezocht naar nectarplanten om de monocultuur in de kassen biodiverser te maken en om alle bestuivers te ondersteunen. De eerste tests met de zweefvliegen waren veelbelovend. In de nabije toekomst zal het onderzoek zich richten op samenwerking tussen bestuivers.

Tekst: Ada Leman