Vorig jaar had Arnoud Brabander een kleine proef met getopte aubergineplanten staan. Wat hij zag, beviel dusdanig dat de teler uit Bleiswijk besloot de proef op te schalen naar 1 ha. Als grootste voordeel noemt hij de betere lichtbenutting. Die eigenschap past prima bij zijn wat latere plantdatum. Het snel toenemende licht in het voorjaar gaat hand in hand met de snelle, vroege plantbelasting van de getopte aubergines. Het gewas staat vlot in balans en houdt zijn productievoorsprong het hele seizoen vast.

Het toppen van jonge planten in tomaat is al gemeengoed. Volgens Kurt Lauwers van Hollandplant start zeker 90% van de tomatenbedrijven met getopte planten. Waarom in aubergines dan niet? “Goede vraag. Ik denk dat de prijs de belangrijkste drempel is. Getopte planten zijn iets duurder. Terwijl ze juist in aubergine, met zijn verschillende teeltsystemen, een waardevolle aanvulling kunnen zijn. Kijk naar Arnoud Brabander, de snelle vruchtzetting en het iets kortere gewas passen prima bij zijn late plantdatum en lage kas. En ik ken meer telers die zeer geïnteresseerd zijn.”

Twee hartvruchten

Door het toppen splitst de plant al op lage hoogte. De plant heeft dan ook niet één hartvrucht, maar gelijk twee. En deze voorsprong neemt exponentieel toe. Bij de tweede splitsing ontstaan namelijk gelijk vier stengels en dus vier vruchten.
Een mooie eigenschap. Lauwers: “Zeker. Maar bedenk wel dat een plant deze eigenschap alleen te gelde kan maken bij voldoende licht. Telers die planten in januari of februari zitten daarom goed. Zij profiteren van het groeiend aantal zonuren in deze periode. Daarbij komt dat getopte planten gelijk vanaf het begin mooi open zijn waardoor het licht dieper in het gewas doordringt. Getopte planten kunnen die extra plantbelasting dus moeiteloos aan.”

Generatieve start

Aan het succes van de getopte aubergineplanten gingen flink wat jaren van testen en onderzoek vooraf. Bij de huidige werkwijze topt de plantenkweker de jonge aubergine net boven het tweede echte blad. De handeling vindt pas plaats nadat het jonge plantje is geënt en goed ingeworteld. En na het toppen blijft de plant nog even ‘onder controle’ bij de plantenkweker. “Het is toch een soort operatie die je uitvoert”, aldus Lauwers.
De getopte planten arriveren dan ook anderhalve week ouder bij de teler. Brabander herinnert zich dat er in elke plant al knoppen zaten. “Geen probleem, want de plant start gelijk generatiever en is dus sterk op zijn bloemen. Ja, het tempo zit er direct op. Zoveel zelfs dat je als teler letterlijk en figuurlijk wat gas kan terugnemen. Op die manier verdien je weer een deel van de aanschafkosten terug.”

Kansen voor teler

Brabander plantte de getopte aubergines (Beyonce RZ) op 5 februari met een dichtheid van 1,25 planten/m². De teler hanteert een 4-stengelsysteem. Gelijk na binnenkomst tot en met maart-april vielen de verschillen met de reguliere, ongetopte planten goed op. Ze waren korter en opmerkelijk uniform. “Reguliere planten hebben, zeker bij een 4-stengelsysteem, nog wel eens een achterblijvende stengel.”
Nu in de zomermaanden reiken beide gewassen al bijna tot aan het dak van de kas. Beiden hangen vol met bloemen en vruchten. Verschil in planttype is nog wel zichtbaar, vooral onderin. De getopte planten splitsen bijna direct boven de pot, de reguliere planten hebben een duidelijke stam. Brabander: “In een lage kas als die van mij, poothoogte van 4 meter, scheelt elke centimeter gewas. Kijk, mijn bedrijf is helemaal ingesteld op dit teeltsysteem. Investeren in technische veranderingen is geen optie. Daarom zoek ik mijn winst in het gewas. Helaas is het aantal rassen, waaruit je tegenwoordig kunt kiezen, beperkt. De getopte planten bieden oplossingen waarmee ik mijn voordeel doe. Misschien kan Hollandplant ook nog proeven gaan doen met verschillende onderstammen. Qua groeikracht is daarmee eventueel nog wat maatwerk te behalen.”

Geen blad uit kop

Lauwers haalt daarnaast arbeidstechnische voordelen aan. Door het open karakter van een getopte plant hoeven telers niet of minder vaak blad uit de kop te breken. Daartegenover staat de extra arbeid om stengels vast te zetten. Echter, bij een 3-stengelsysteem vervalt dit laatste weer. Al met al een systeem dat sommige auberginebedrijven absoluut meerwaarde biedt. De plantenkweker ziet de vraag naar getopte planten dan ook stijgen en zet de ontwikkeling ervan door. Brabander staat vooraan.

Adviseur Joop Verhoeven:

‘Aubergine gaat tomaat achterna’

 

Nu de eerste auberginetelers voorzichtig aan belichten denken, stijgt de interesse voor getopte planten. “Deze super-generatieve actie past hen prima”, vertelt Joop Verhoeven, senior adviseur bij Delphy. Hij weet zeker dat de ontwikkeling een vlucht gaat nemen. “Het kleine broertje van de tomaat gaat de tomaat achterna.”

 

Door het toppen ontstaat een generatieve plant met minder bladmassa. “Normaal moet een teler wachten tot het zevende of achtste blad voor de eerste splitsing, nu ligt die splitsing veel lager. De eerste bloemknop komt dan eerder. Die snelheid past bij een belichte teelt, maar telers die laat planten, tussen week 52 en week 2, kunnen hier eveneens van profiteren.”

Verhoeven bezocht een aantal bedrijven met getopte planten en hoorde positieve geluiden. Wat hem vooral ook opviel, was de gelijkheid van de planten. Geen achterblijvers, geen lege touwtjes, maar allemaal gelijke stengels. Zijn ervaring is dat gedurende het seizoen de verschillen tussen de reguliere en getopte planten wel minder worden. “Toch behoudt het getopte gewas die generatieve voorsprong. Belangrijk voor maanden als augustus waarin het licht weer wat afneemt. Telers hebben dan baat bij een plant die sterk is op zijn bloemen.”

 

Ervaring opdoen

Plantenkwekers pikken uiteraard de enthousiaste signalen op en integreren de tophandeling in hun productieproces. Verhoeven stelt dat er nog wel wat verfijning moet optreden voordat de leveringen net zo gesmeerd verlopen als bij tomaat. Voor veel plantenkwekers is dit nieuw, ze moeten zich nog verder bekwamen. Dat betekent een grotere foutmarge. Ik verwacht bij de eerste leveringen dan ook regelmatig een tekort aan goede planten. Dat was ook zo bij tomaat. Ervaring en kennis moeten groeien.”

Tot slot noemt Verhoeven een belangrijk aandachtspunt voor zowel plantenkwekers als telers: “We zijn gewend om aubergines te enten op ‘middenmoot’ onderstammen. Bedenk echter dat getopte planten juist de sterkste onderstam verlangen. Telers doen er goed aan hier actief om te vragen. Maar nogmaals, op dit punt moet iedereen nog ervaring opdoen.”

Tekst: Jojanneke Rodenburg, beeld: Studio G.J. Vlekke