Geopolitieke spanningen, toename van cybercriminaliteit en de gevolgen van klimaatverandering vormen steeds grotere risico’s. Tegelijk zien strategen dat juist hoogtechnologische sectoren, zoals de glastuinbouw kwetsbaarder worden. De sector kreeg daarom tijdens het Nationaal Tuinbouwcongres het advies om beter na te denken over een plan B voor het geval er iets onverwachts gebeurt.
“Met één slijptol kun je het hele treinverkeer in het westen van het land stilleggen”, zegt Freek Vossenaar. De voormalig landbouwdiplomaat is nu als strategisch adviseur voor voedsel en landbouw verbonden aan The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS). Hij verzorgde vorige week tijdens het Nationaal Tuinbouwcongres bij FloriWorld in Aalsmeer de hoofdinleiding over wat te doen ‘als morgen ineens alles anders is’.
Cybercriminaliteit
Greenports Nederland koos het als thema voor het congres. Doel was de glastuinbouwsector meekrijgen in de systematiek van scenariodenken als voorbereiding op mogelijke crisissituaties. Dit gebeurde onder leiding van medewerkers van HCSS. Naast Vossenaar waren dit plaatsvervangend directeur Michel Rademaker en programmadirecteur Laura Birkman.
Als je een thema bedenkt over het omgaan met onverwachte situaties, hoe sprekend is dan de cyberaanval waarmee Albert Heijn in diezelfde week wordt geconfronteerd? “In de krant stond dat dit een alarmoproep moet zijn en dat is een terechte constatering”, vindt Vossenaar.
“De harde realiteit is dat de wereld verandert. Er is veel geopolitieke onzekerheid en cybercriminaliteit is aan de orde van de dag. Verder speelt zeker in de foodsector het risico van de gevolgen van klimaatverandering. Kijk maar naar de situatie in Spanje met enerzijds de extreme droogte, maar ook de overstromingen.”
Voorbereiden op crisissituaties
Vossenaar wijst op het strategische belang van de tuinbouw als foodsector. Dat zorgt er ook voor dat in een economische oorlogsvoering de sector eerder een doelwit is. Het is voor de medewerkers van HCSS de vraag in hoeverre de Nederlandse tuinbouwsector is voorbereid op bedreigingen van buitenaf.
“Er wordt veel technologie gebruikt. Dat resulteert enerzijds voor efficiënte productieprocessen, maar maakt tegelijk de sector extra kwetsbaar. Kijk maar naar het voorbeeld van het stilleggen van het treinverkeer met één enkele slijptol. Op hoofdlijnen geldt zo’n situatie ook voor de glastuinbouw.”
Volgens Vossenaar is het in het kader van een betere weerbaarheid van belang dat de tuinbouwsector, maar ook de afzonderlijke bedrijven, zich actief voorbereiden op crisissituaties. Het betekent vanuit het perspectief van HCSS dat bestuurders en ondernemers aan de hand van scenario’s moeten bedenken wat ze kunnen doen ‘als morgen inderdaad alles ineens anders is’. Zijn advies is daarbij om de inzet van personeel niet te vergeten en ook om er niet op voorhand vanuit te gaan dat de overheid de problemen wel oplost.
Kritieke processen
In groepssessies kregen de bezoekers van het congres enkele scenario’s voorgelegd. Per scenario werd vervolgens bepaald welke rollen, afspraken en capaciteiten nodig zijn om kritieke processen draaiende te houden. HCSS-deskundige Birkman behandelde in haar groep het scenario van een cyberaanval die plaatsvond via klimaatcomputers op een groot aantal teeltbedrijven.
In het geval van een cyberaanval ligt het inrichten van een crisisteam voor de hand. Dit team moet volgens Birkman in beeld brengen wat de gevolgen van de aanval zijn voor de productie en de aanvoer van producten. Belangrijk is de digitale infrastructuur, ofwel het organiseren van cyberhygiëne op bedrijfsniveau. Maar ook wezenlijk is het beschermen van essentiële data en ervoor zorgen dat belangrijke systemen in korte tijd afzonderlijk kunnen draaien.
Een laatste voorbeeldscenario werd plenair behandeld en betreft de mobilisatie van arbeidsmigranten vanwege oorlogsdreiging aan de oostgrenzen van Europa tegelijk met het uitvallen van internet. Deze crisissituatie overstijgt de tuinbouwsector, constateert Birkman, omdat sprake is van complete ontwrichting van de samenleving en serieuze zorgen over de voedselzekerheid. De juiste bestuursmaatregelen en een goede communicatie zijn dan belangrijk, stelt zij.
Analoge processen
Haar collega Rademaker concludeert dat de tuinbouw in zijn beleving goed is in crisisoplossingen die de korte termijn betreffen. “Voor de langere termijn echter, ontbreekt het vaak aan een plan B.” Dat zou wat hem betreft bijvoorbeeld kunnen bestaan uit het nadenken over alternatieve productieprocessen die analoog kunnen draaien. “Denk vooral in effecten, maak uw organisatie robuuster en ga aan de slag met scenario’s om in elk geval niet verrast te zijn als morgen inderdaad alles anders is”, geeft Rademaker zijn toehoorders mee.
In zijn afsluiting stelt directeur Andries Middag van Greenports Nederland dat het voor hem duidelijk is dat de sector hiermee aan de slag moet. “Ik ben ervan overtuigd dat wij als tuinbouwsector in tijden van crisis ook van cruciaal belang zijn voor de gemeenschap. Dat gaat dan niet alleen om voedselproductie, ook voor de beschikbaarheid van water en de energievoorziening kunnen we de gemeenschap draaiende houden. Deze rol in de samenleving mogen we nog prominenter uitdragen.”
Tekst: Haijo Dodde, beeld: Rolf van Koppen












