Sinds de jaren tachtig teelt de familie Van den Heuvel hangplanten in het Brabantse Sleeuwijk. Wat kleinschalig begon, is uitgegroeid tot ruim 7 ha glasteelt en een breed assortiment van ruim zestig verschillende soorten. Het familiebedrijf Hillplant werd destijds opgericht door de broers John en Chris en hun vader Cees, maar ook hun zus, partners en kinderen werken inmiddels mee. De volgende generatie staat klaar om het bedrijf in de toekomst voort te zetten.

We spreken met Chris en Tom: twee generaties die zij aan zij werken binnen het glastuinbouwbedrijf. Tom is de zoon van John. Samen met zijn vader is hij verantwoordelijk voor de teelt, terwijl zijn oom Chris zich richt op de verkoop. Dat de focus van de kwekerij op hangplanten ligt, is snel duidelijk wanneer we door de kassen lopen.
Toch zien we ook enkele andere plantensoorten. “Sinds een jaar of vijf telen we ook kleine potplanten. De rhipsalis en tradescantia in potmaten van 6 tot en met 12 centimeter zijn de enige niet-hangende planten in ons assortiment, afgezien van een klein aandeel perkplanten die we seizoensgebonden telen”, vertellen oom en neef.

De markt in beweging

Volgens Chris is de handel in kamerplanten nog relatief jong. “Pas na de Tweede Wereldoorlog heeft zich dat echt ontwikkeld. Daarvoor waren kamerplanten nog een luxeproduct dat je vooral zag in hotels en restaurants. Met de opkomst van tuincentra in de jaren zestig veranderde dit en groeide de vraag naar groene planten sterk. Vooral de jaren tachtig waren voor de kwekerij een gouden periode. “Dat waren echt hoogtijdagen”, zegt Chris. “Eind jaren negentig sloeg de markt helaas om en werden bloeiende planten juist steeds populairder. Rond 2010 bestond de vraag nog maar voor 15 procent uit groene kamerplanten. Dat was voor ons de aanleiding om ook perkgoed te gaan telen. Iets wat we nu overigens weer langzaam aan het afbouwen zijn.”
Sinds 2015 zit groen weer in de lift, met een hoogtepunt tijdens de coronaperiode. Daarna nam de vraag iets af, maar inmiddels trekt de markt weer voorzichtig aan. “Ongeveer 95 procent van onze totale productie gaat naar het buitenland. Duitsland is traditioneel onze grootste afzetmarkt, maar we leveren door heel Europa. Opvallend is dat in Zuid-Europa meer vraag is naar kleur, terwijl groene varianten juist weer geliefd zijn in bijvoorbeeld veel Scandinavische landen.”

Kwaliteit boven kwantiteit

In een competitieve markt als die van de (hang)planten is het belangrijk om onderscheidend te zijn. Dat doet de plantenkwekerij niet alleen met zijn brede assortiment, maar ook met de kwaliteit van hun planten. “We gaan voor kwaliteit boven kwantiteit”, zegt Tom.
“We geven onze planten de tijd om rustig te groeien en kiezen er bewust voor om de groei niet te versnellen met extra verwarming of belichting. Een plant die op natuurlijke wijze groeit en voldoende groeidagen krijgt, ontwikkelt dikkere bladeren, stevigere stengels en een betere weerstand tegen stress.”
Nieuwe soorten worden door de familie Van den Heuvel eerst uitgebreid getest. “Alle plantensoorten die we telen, hebben ooit bij ons thuis gehangen”, zegt Chris lachend. “Zo ontdekken we hoe ze zich in de praktijk gedragen. Planten die te veel verzorging vragen of niet voldoen aan onze kwaliteitseisen nemen we niet op in ons assortiment.”

Flexibiliteit en service

Hillplant is aangesloten bij Decorum, een collectief van geselecteerde telers dat zich onderscheidt op het gebied van kwaliteit, innovatie en duurzaamheid. Hiermee onderstreept de kwekerij haar focus op hoogwaardige producten.
“Flexibiliteit en service zijn voor ons vanzelfsprekend”, vertelt Chris. “Met een assortiment van meer dan zestig soorten is er volop keuze. Klanten kunnen bij ons per soort bestellen, maar ook een mix van verschillende planten is mogelijk. We hebben bijvoorbeeld een hangplantenmix van verschillende tradescantia’s, een varenmix en een peperomia-mix. Zelfs één plant bestellen kan. Door deze flexibiliteit te bieden, hoeven klanten zelf geen voorraad aan te houden en zijn de planten altijd vers.”

Teeltuitdagingen

De teelt van de hangplanten brengt door de dichte bladgroei en de hangende groeiwijze extra uitdagingen met zich mee als het gaat om het signaleren en bestrijden van ziekten en plagen. Tom legt uit: “We scouten wekelijks. Dat is ontzettend belangrijk. Om een hangplant echter goed te controleren, moet je deze optillen, omdraaien en aan de onderkant bekijken. Dat kun je natuurlijk niet telkens opnieuw bij elke plant afzonderlijk doen, waardoor er een kans bestaat dat je iets mist.”
“Daarom kiezen we het liefst voor een preventieve aanpak, waarbij je in veel gevallen kunt werken met zachte middelen en natuurlijke vijanden. Door vroeg in te grijpen, voorkom je vaak dat later zwaardere middelen nodig zijn. Is inzet toch noodzakelijk, dan kunnen deze veel gerichter en plaatselijk worden toegepast. Daarbij houden we de Nederlandse Inputlijst van Skal Biocontrole nauwlettend in de gaten en kiezen we voor middelen die goed samengaan met biologische bestrijding.”
Trips worden bestreden met roofmijten. Wolluis is op biologische wijze echter lastiger onder controle te krijgen. “We hebben diverse testen gedaan met algehele en plaatselijke biologie, maar dat leverde helaas onvoldoende resultaat op. Daarom kiezen we in dit specifieke geval voor een preventieve en gerichte behandeling met chemische middelen, alleen toegepast op de planten die last hebben van wolluis. Op die manier houden we ook wolluis goed onder controle en het middelengebruik toch beperkt.”

Verduurzaming en robotisering

Hoewel er in veertig jaar veel is veranderd, blijft de plantenteelt arbeidsintensief. Dit terwijl de arbeidskosten flink zijn gestegen. De familie Van den Heuvel kijkt dan ook met interesse naar de ontwikkelingen op het gebied van automatisering en robotisering. “De stekrobot is bijvoorbeeld een veelbelovende innovatie”, vertelt Chris.
Ook verduurzaming staat hoog op de agenda. “Inmiddels wordt 40 procent van onze teelt veenvrij geproduceerd. Sommige plantensoorten groeien zelfs volledig op alternatieve substraten, zoals kokos. Hierin wordt steeds meer mogelijk. Ik verwacht dan ook dat Nederlandse plantenkwekers binnen nu en tien jaar volledig zijn overgestapt op veenvrije substraten.”
Tom vult aan dat daarnaast energie een belangrijk aandachtspunt blijft. “Onze stroomvraag dekken we ruimschoots met onze 2.000 zonnepanelen. Met een WKK of warmtepomp zouden we kunnen besparen op gas. Hierbij gaat onze voorkeur, zoals het er nu uitziet, uit naar een warmtepomp. Er zijn alleen nog te veel onduidelijkheden om daar nu al over te beslissen, maar dit is zeker iets voor de toekomst.”

Passie voor planten

Zo blijft het bedrijf zich ontwikkelen. Bij alle staat altijd één ding centraal: passie voor kamerplanten. Dit jaar werd het assortiment onder meer uitgebreid met de nieuwe productlijn peperomia, en ook voor volgend jaar staat er al een veelbelovende introductie op de planning. Oom en neef besluiten: “Wij hopen nog lang bij te mogen dragen aan een gezonde en groene leefomgeving in ieders huis.”

Tekst: Shirley van der Linden, beeld: Gerben Vat