Arno van Marrewijk slaagde er in 2025 in vrijwel 100% groen amaryllis te telen. Hij hoefde slechts één keer chemisch in te grijpen, maar had daar achteraf wat spijt van. Alles wat je spuit is nadelig voor de biologie, zegt hij. “De natuurlijke bestrijders gaan niet direct dood, maar ze hebben er wel last van.”

Arno van Marrewijk teelt 1 ha amaryllis in De Lier. Hij streeft ernaar zo groen mogelijk te telen. Dat kan omdat hij geen last heeft van narcismijt en wolluis, twee plagen die zich lastig met biologie laten bestrijden, zegt de teler. “Als je met natuurlijke vijanden aan de slag wil, mag je die plaaginsecten niet in je kas hebben. Andere plagen in amaryllis zijn trips, rups, cicade en soms slakken. Daarvoor zijn voldoende nuttige insecten beschikbaar.”

Geen insectengaas

De teler heeft in het verleden wel met wolluis en narcismijt te maken gehad, maar dat probeert hij nu te voorkomen door niet meer met een loonwerker te werken. Ook koopt hij zo weinig mogelijk bollen van vreemde partijen aan. “Met elke nieuwe partij bestaat het risico dat je plaaginsecten naar de tuin haalt.” Hij heeft geen insectengaas in de kas. “Daar heb ik mijn bedenkingen over. We zijn nooit helemaal schoon. Je moet ervoor zorgen dat er een diversiteit aan beestjes in de tuin zit. Natuurlijke vijanden kunnen ook van buiten naar binnen vliegen.”
Om de plagen de baas te blijven, wordt elke twee weken montdorensis uitgezet, vertelt de teler. “We hebben nu ook sluipwespen in de kas voor cicade en rups, die zijn spontaan naar binnen gevlogen. Door voedermijten uit te strooien, probeer ik voedsel te maken voor bijvoorbeeld spinnen, tegen trips en rups. We hebben een eigen versnipperaar, het bladafval trekt fruitvliegjes aan, die ook weer als voeding voor spinnetjes kunnen dienen. En je wil ook altijd iets van trips of cicade in de kas houden, als voedsel voor de biologische vijanden. De beestjes moeten wel blijven leven.”

Evenwicht herstellen

Van Marrewijk geeft toe dat het spannend kan zijn om alleen op biologische bestrijding te vertrouwen. “Stel, er komt net een andere soort trips de kas invliegen, waartegen je geen biologie hebt uitgezet. Dan klopt het systeem niet meer. Afgelopen zomer zat er zo veel cicade in het gewas, dat ik bijna niet de kas in durfde, bang om te gaan spuiten. Een tijdje later bleek de plaag alweer onder controle te zijn, de biologische bestrijders hadden even tijd nodig gehad om het evenwicht te herstellen. Soms moet je de natuur zijn gang laten gaan. Al is dat niet altijd gemakkelijk.”
Die ene keer dat de teler vorig jaar wel heeft gespoten, was met een middel tegen rups. “We mochten dit middel in 2025 nog gebruiken, anders had ik het moeten weggooien, en ik wilde geen risico nemen. Hoewel het een redelijk zacht middel was, had ik het achteraf misschien niet moeten doen. De biologie gaat er niet dood van, maar de beestjes hebben er wel last van, ze kunnen zich bijvoorbeeld een tijdje niet willen vermeerderen. We gebruiken ook wel eens een groen middel, maar ook dat vinden ze niet fijn. Alles wat je spuit is nadelig voor de biologie.”

Beperkt grond stomen

Van Marrewijk vertelt dat hij deze week is gestart met het stomen van de grond in de kas. Tien jaar geleden werd de hele kas in één keer gestoomd, om schoon te beginnen, zegt hij. “Nu doen we maar een paar kappen tegelijk. Het idee daarachter is dat de biologie, zoals bepaalde spinnen, de mogelijkheid heeft zich elders in de kas te vestigen, in de hoop dat ze na het stomen weer terugkomen. Het zou zonde zijn als alle biologie doodgaat.”
De bollen worden gerooid, gekookt op 46ºC en weer terug geplant, dus niet gestoomd. Ook de druppelslangen worden niet extra schoon gemaakt, aldus de teler. “Die liggen nu op het pad en leg ik straks weer terug.”

Gevoelige soorten voor trips

Het voordeel van amaryllis en de inzet van biologie is dat er geen blad wordt verkocht, alleen de bloem, legt Van Marrewijk uit. “Als de bladeren wat schade hebben, is dat niet zo erg.” Hij weet inmiddels dat bepaalde soorten aantrekkelijker zijn voor plaaginsecten dan andere. “Roze is bijvoorbeeld een populaire kleur in amaryllis, maar ook een gevoeliger soort voor trips. Dan kun je ervoor kiezen om minder roze bloemen te gaan telen, maar financieel gezien is het wel een interessant product. Dat zijn soms lastige keuzes die je moet maken.”

Tekst: Annemarie Gerbrandy