Eerder dit jaar spraken we met chrysantenteler Arnold Steenbruggen van Diamond Flowers over de pilot 100% Groen Geteeld Sierteelt, focusgroep bodem. Centraal in deze proef staan het optimaliseren van de plantenvoeding en het versterken van de bodemweerbaarheid. Nu, zo’n zes maanden later, zijn we benieuwd welke nieuwe inzichten zijn opgedaan en wat de vervolgstappen zijn.

“We voeren de proef uit op de helft van ons bedrijf. Daarbij werken we met circulaire meststoffen, biostimulanten, kleinere gietbeurten en monitoring van het bodemleven. Zo proberen we tot een teeltsysteem zonder chemie en stomen te komen, waarbij de productie en kwaliteit van onze chrysanten behouden blijven”, vertelt de chrysantenteler.

Telen zonder chemie blijkt mogelijk, maar uitdagend

Inmiddels draait de pilot ruim een jaar bij Diamond Flowers in Zuilichem. Waar het voor de chrysantenteler een half jaar geleden al duidelijk was dat ze hiermee de juiste weg waren ingeslagen, zijn ze inmiddels een stuk verder in de proef. Dat heeft geleid tot meer inzicht en voorzichtige conclusies.
“De laatste rondes hebben we geen chemische gewasbescherming toegepast. In plaats daarvan hebben we gewerkt met biostimulanten om de plantweerbaarheid te versterken. Je ziet dan dat telen zonder chemie, maar met circulaire meststoffen, aangepaste gietbeurten en biostimulanten, op dit moment mogelijk is. Dat betekent alleen niet dat het zonder slag of stoot gaat”, vertelt Steenbruggen. “Het gieten komt heel erg nauw en we zien in sommige vakken kleine plekken met uitval. De opbrengst ligt dan ook momenteel nog lager dan bij onze traditionele teelt, waar we wel gebruikmaken van chemische gewasbescherming.”

Op weg naar een groene teelt zonder uitval

“We zijn er dus nog niet”, vervolgt Steenbruggen. “Om uitval volledig te voorkomen, moeten alle voorwaarden en omstandigheden 100 procent op orde zijn. Omdat de uitval slechts pleksgewijs voorkomt, betekent dit dat het teeltsysteem werkt, maar dat we het verder moeten finetunen. Daarom gaan we de komende periode kijken naar wat we nog kunnen verbeteren. Voor kunstmest hebben we met drie circulaire meststoffen al een volledig toereikend alternatief gevonden voor kaliumnitraat, kaliumsulfaat en calciumnitraat, maar wellicht valt er nog iets te winnen op het gebied van grondbewerking. Ook blijft Van Iperen, onze leverancier van meststoffen en biostimulanten die bij de pilot betrokken is, continu zoeken naar nieuwe producten en naar middelen die in andere teelten of sectoren naar tevredenheid worden toegepast en mogelijk interessant zijn voor ons.”
Het is een driejarige proef, benadrukt Steenbruggen, waarvan nu één jaar voorbij is. “De ontwikkelingen staan niet stil, dus als er in die tijd betere middelen beschikbaar komen, dan nemen we deze mee in onze pilot. Als we uiteindelijk tot een goed werkend systeem zijn gekomen zonder uitval, willen we natuurlijk ook gaan kijken naar het kostenplaatje. Want momenteel is deze manier van telen nog een stuk duurder dan wanneer je chemie gebruikt.”

Toekomst vraagt om nieuwe oplossingen

Omdat steeds meer middelen verdwijnen, is het volgens de chrysantenteler belangrijk om als sector vooruit te kijken en voorbereid te zijn op de toekomst. “Hoewel alternatieve teeltmethoden vooralsnog vaak duurder zijn, is het belangrijk om nu al te zoeken naar oplossingen om de teelt in de toekomst succesvol voort te kunnen zetten. Als je wacht totdat beschikbare middelen wegvallen en er niets voor in de plaats komt, dan ben je te laat. En je kunt het ook niet aan een ander overlaten, vind ik.”
Steenbruggen: “Een teeltsysteem dat voor ons perfect werkt, kan niet zomaar gekopieerd worden naar een ander chrysantenbedrijf. De teelt kan misschien hetzelfde zijn, maar de omstandigheden zijn voor ieder bedrijf uniek. Je moet echt bedrijfsspecifiek kijken: wat zijn de problemen waar ik tegenaan loop en welke producten passen daarbij.”

Tekst: Shirley van der Linden, beeld: Gerben Vat