Bij de teelt van snij-anthurium zien we dat de gewassen vaak snel rekken. Zeker in de winterperiode kunnen de internodiën bij diverse soorten gemakkelijk 10 tot soms wel 20 cm lang worden. In de zomerperiode blijft de internodiënlengte vaak beperkt tot enkele centimeters.
Aangezien een plant per jaar circa zes nieuwe bladeren per kop maakt, rekken de planten van veel soorten gemakkelijk 50 tot 70 cm per jaar (sommige soorten nog veel meer). De gewassen worden hierdoor snel te hoog voor een goede werkbaarheid en we zien dat de planten na twee of drie jaar topzwaar worden en gaan vallen.

Als de planten ‘spontaan’ gaan vallen, omdat ze topzwaar zijn, vallen ze alle kanten op en vaak zien we dat veel planten deels op het pad vallen. Dit komt de werkbaarheid en plantverdeling niet ten goede. Het kan bovendien veel productiekosten en veel kromme stelen opleveren, als hele bedden met planten gaan vallen. Een productieverlies van meer dan 15 bloemen/m² is hierbij niet ongewoon.

Zelf richting geven

Beter is het daarom om zelf de planten al richting te geven, voordat ze beginnen met vallen. Door de planten al ruim voordat ze zelf beginnen te vallen geleidelijk in de goede richting te duwen, voorkom je dat de planten deels de verkeerde kant op vallen. Daarnaast zijn de planten op dat moment nog niet echt topzwaar, waardoor ze heel geleidelijk omzakken. Hierdoor verlies je nauwelijks productie en heb je vrijwel ook geen kromme stelen. Hierdoor blijft de plantverdeling in het bed goed. Een ander voordeel van het geleidelijk laten zakken van het gewas, is dat het gebeurt op het tijdstip dat de teler ervoor kiest en niet spontaan (vaak in de winterperiode, waarin de internodiën weer lang worden) in een periode met duurdere bloemen.

Dwarstouwtjes

Advies is daarom om jaarlijks de gewassen te beoordelen en in het voorjaar te bepalen of ze nog een jaar rechtop kunnen blijven staan, of dat het gewas binnen een jaar dreigt te gaan vallen. Pas hierbij op voor ‘wishful thinking’. In discussies over gewasonderhoud hoor je immers vaak: ‘Dit gewas zal toch nog wel een jaar overeind blijven staan.’ Nou meestal dus niet!
Een goede manier om gewassen geleidelijk richting te geven, is door het spannen van dwarstouwtjes in de bedden. Span om de twee meter een dwarstouwtje tussen de gewasdraden. Schuif deze dwarstouwtjes vervolgens elke 2 tot 3 weken 10 tot 15 cm op. Hierdoor worden de planten geleidelijk ‘uit het lood’ gezet en in de goede richting geduwd. Als alle planten eenmaal in de goede richting staan, zullen ze vervolgens geleidelijk onder hun eigen gewicht verder zakken.
Het is nu de tijd om de dwarstouwtjes te spannen en de gewassen in de komende maanden geleidelijk richting te geven.

Tekst: Gert Benders, Tuinbouwadviesbureau Van der Ende