Groentekwekerij Red Harvest deed vorig jaar op kleine schaal ervaring op met het automatisch uitzetten van natuurlijke vijanden in de komkommerteelt. Dit jaar past het bedrijf de techniek toe op de volle 22 ha. Teamleider Gewasbescherming Roy Scholten: “We zijn sneller klaar, het is minder belastend voor de medewerkers en ze kunnen zich nu meer concentreren op het scouten. Ik ben dik tevreden.”
In plaats van het handmatig uitzetten van nuttige beestjes, gaat dat er in de komkommerkassen in Middenmeer nu volautomatisch aan toe. ‘Beestjesblazer’ Entomatic rijdt daarvoor op de bestaande buisrailkarren door de paden. Op het apparaat staat een bak met een roersysteem dat de biologische bestrijders constant husselt zodat ze niet gaan klonten. Ze vallen naar beneden door een trechter om vervolgens door slangen gelijkmatig over het gewas geblazen te worden. Roy Scholten: “We begonnen vorig jaar met één apparaat voor één afdeling. We hebben er nu drie in gebruik. Daarmee redden we het om elke week op 22 hectare roofmijt uit te zetten. We hebben daar zo’n 20 tot 25 uur per afdeling voor nodig.”
Minder arbeid, minder chemie
Gemiddeld scheelt dat ongeveer 15 uur per week. Maar dat is niet het enige voordeel, geeft Scholten aan. “Medewerkers sjouwen nu niet meer met zware handapparaten door de paden en omdat de machine het werk uit handen neemt, zijn ze meer gefocust op scouting. Spotten ze iets, dan drukken ze op de pauzeknop en hebben ze de tijd om de vinding te onderzoeken. We krijgen plagen daardoor eerder in de gaten en kunnen daar specifieker bestrijding op inzetten. We houden ook meer levende beestjes over dan bij het handmatig uitzetten. Daarvoor hebben we wel moeten leren om het husselen en blazen niet op al te harde snelheid in te stellen.” Uiteindelijk leidde deze methode ertoe dat het bedrijf nu minder chemie hoeft in te zetten tegen plagen.
Dosering
Red Harvest teelt grote komkommers voor Duitse retailers. Het bedrijf zet de apparaten met name in voor het verspreiden van de roofmijt Montdorensis tegen trips en wittevlieg, de belangrijkste plagen in de teelt. De machines verdelen de beestjes veel verder en gelijkmatiger dan dat mensen dat kunnen doen, merkt Scholten.
“In het begin van de teelt zetten we even wat meer beestjes in, daarna gaan we over op normale aantallen. Vorig jaar hadden we bijna geen last van trips of wittevlieg. Komt er wat meer voor, dan kun je natuurlijk ook wat meer biologie inzetten. En mochten we last krijgen van spint of rupsen, dan kunnen we een mengsel toedienen met bijvoorbeeld Phytoseiulus of Trichogramma.”
Niet op andere locatie
Het systeem is in Nederland in gebruik bij een tomatenteler, een paprikateler, een aardbeienproducent en nu dus ook een komkommerbedrijf. Scholten heeft voorlopig geen plannen om het uitzetten van natuurlijke vijanden ook te automatiseren op de locatie in De Lier, waar het bedrijf tomaten teelt. “Het zou daar ook goed inzetbaar zijn tegen spint, maar we hebben dat nog niet nodig gehad omdat daar de Macrolophus vanzelfsprekend is,” zegt hij. “We willen de apparaten ook niet van de ene naar de andere locatie slepen, om het overbrengen van virussen te voorkomen.”
Tekst: Astrid Zoumpoulis









