In 2013 begon de samenwerking van de lelietelers Marc van Steekelenburg en Mike Groenewegen in een gezamenlijk huurbedrijf. Nu telen ze lelies op hun bedrijf Gentily, dat inmiddels vier locaties omvat van bij elkaar 7,5 ha. De grond is letterlijk hun basis. Dat wil zeggen: ze streven naar een bodem met een goede structuur, een goede weerbaarheid, waarbij de planten precies de juiste hoeveelheid voeding krijgen.

Na een periode met huurbedrijven – een kasje hier, een kasje daar – om te zien of de samenwerking beviel, hebben de lelietelers vijf jaar geleden hun eerste bedrijf in Heenweg gekocht. Het afgelopen jaar zijn er twee locaties bij gekomen: aan de Groeneweg en Vierschaar in ‘s Gravenzande. Het bedrijf aan de Bovendijk in Kwintsheul, waar ze in 2013 begonnen, huren ze nog steeds.
De beide telers hebben een breed assortiment – zo’n twintig rassen – van verschillende lelietypen: Oriëntals, LA’s en OT’s. Van Steekelenburg: “De basis is roze en wit. Daar omheen telen we verschillende andere rassen en kleuren.” De teelt duurt tien à elf weken. De lelies worden afgeknipt en gesorteerd op lengte en aantal knoppen.

Teeltwisseling

“We telen in de vollegrond en stomen nog steeds ieder jaar één keer. Dat doen we vooral om de onkruiddruk weg te nemen. Bodemziektes als Phytophthora en Pythium ben je dan gelijk kwijt. Iedere ronde frezen we de grond om de oude bollen kapot te slaan en de grond weer klaar te maken voor de volgende teeltronde met nieuwe bollen. We spitten altijd voor het stomen om de grond diep los te maken, zodat de stoom goed de grond in kan dringen”, vertelt de lelieteler over hun werkwijze.
Voor een goede waterkwaliteit en om bodemziekten gedurende de teelt tegen te gaan, zit er op locatie Groeneweg een biofilter, waar al het water vanuit de voorraad doorheen gaat. De lelietelers denken erover om ook op de andere locaties zo’n biofilter aan te schaffen.

Weerbaar telen

“We doen er alles aan om de grond in een optimale staat te brengen voor de beste kwaliteit lelies. Al vanaf het begin in 2013 gebruiken we organische bemesting”, vertelt de lelieteler. Ze laten zich daarbij voorlichten door Sander Vermeer, technisch specialist bemesting & productmanager biostimulanten bij Van Iperen.
Niet alleen bij Gentily, maar ook breder ziet Vermeer dat vollegrondstelers gebruik maken van organische meststoffen en weerbaar/vitaal gaan telen om de gewassen sterker te maken tegen ziekten en plagen. “De juiste bemesting met organische meststoffen zorgt voor een vitale plant, een weerbare bodem en een goede bodemstructuur.”
Ieder van de vier locaties heeft een eigen grondsoort. “We strooien wat de plant nodig heeft en bemesten niet blind N, P en K. Omdat er steeds meer chemische gewasbeschermingsmiddelen verdwijnen, richten we ons steeds meer op het voorkomen van ziekten in de grond door te zorgen voor een optimaal bodemleven.”

Organische meststoffen

De bemestingsspecialist adviseert om éénmaal per teelt een grond- en gietwatermonster te nemen om te zien wat er in de grond beschikbaar is en wat er via het gietwater precies wordt aangeboden. Ook wordt er op basis hiervan een bemestingsschema uitgerekend dat via de A- en B-bak gedoseerd wordt.
Er is een ruime keuze aan organische meststoffen, die verschillen in prijs en kwaliteit. “De goedkoopste is bijvoorbeeld kippenmest. Daarnaast zijn er kwalitatief hoogwaardiger meststoffen. Deze bestaan vaak uit meerdere ingrediënten, waarbij ieder ingrediënt zijn eigen vrijstellingstijd heeft. Daardoor is er door de tijd heen langer voeding beschikbaar. De uiteindelijke keuze bepalen we op basis van de analyses: Wat is de benodigde verhouding aan meststoffen en welke EC is nodig?”, vat Vermeer samen. Daarnaast kiezen ze voor verschillende soorten kalkmeststoffen zoals schelpenkalk, zeewierkalk of agrostructuurkorrels, die de bodemstructuur verbeteren.”

Bodemleven

“Organische meststoffen stimuleren een divers, actief bodemleven van bacteriën, schimmels en wormen. De afbraak van organische meststoffen door deze micro-organismen zorgt voor een vruchtbare bodem en een betere opname van voedingsstoffen door het gewas. Daardoor ontstaat een verhoogde weerstand tegen ziekten en plagen”, vertelt de lelieteler. Gentily gebruikt hiervoor op dit moment en mengsel van bodemverbeteraars als diabas, leonardiet, bentoniet en cacaodoppen met ieder een eigen functie.
“Diabas is een bron van silicium en sporenelementen. Leonardiet bevat humus- en fulvinezuren. Deze stoffen stimuleren het bodemleven en maken voedingsstoffen vrij voor het gewas. Betoniet is een kleimineraal dat voeding en vocht vasthoudt en bijdraagt aan het klei-humuscomplex. Cacaodoppen zijn nodig om een mooie korrel te persen en leveren organische stoffen”, vertelt Vermeer.
Er worden nog geen metingen aan het bodemleven gedaan, omdat het volgens de bemestingsspecialist nog niet altijd makkelijk is om de vertaling van bodemlevenanalyses te maken naar de praktijk. “Je moet het vergelijken met het microbioom in de darmen van mensen. Als het microbioom en divers en gezond is, zijn de planten weerbaar.”

Niet te veel stikstof

Stikstof is een speciaal aandachtspunt. “Zeker de laatste vijf jaar is er nóg meer focus op dit voedingselement gekomen. Bij de bemesting via de regenleiding focussen we ons erop om niet te veel stikstof te geven. Stem de hoeveelheid stikstof af op de groei en verschillende analyses”, is het advies van Vermeer.
Sporenelementen spelen een grote rol bij de vitaliteit van een gewas. “Jaren geleden werd daar soms nog ‘zuinig’ mee gedaan. Teelten zijn steeds intensiever en sneller, daarom moeten er ook voldoende sporenelementen aanwezig moeten zijn. Ze zijn verantwoordelijk voor veel enzymatische processen in de plant. Ze spelen een belangrijke rol bij het fotosynthese proces. Bijvoorbeeld molybdeen zorgt ervoor dat stikstof wordt omgezet.”

Belichting

Naast de aandacht voor de bodem zijn er natuurlijk meer factoren die bijdragen aan een goede kwaliteit van de lelies, zoals voldoende licht. “We belichten de lelies ‘s winters om te zorgen voor een voldoende jaarrondproductie en goede kwaliteit. Sinds 2023 gebeurt dit op de locatie Heenweg met een standaard LED-belichting met 85% rood, 10% blauw en 5% wit. “We willen er op deze locatie mee leren telen. In de loop van de jaren willen we ook op de andere locaties overstappen.”
De reden voor de overstap is energiebesparing met behoud van een goede kwaliteit. Een fijne bijkomstigheid is de mogelijkheid om subsidie aan te vragen. De telers kunnen nog geen uitspraak doen over hoe het telen onder LED’s bevalt. De belichtingsinstallatie was de afgelopen winter nog niet aangesloten op de klimaatcomputer, waardoor ze nog geen volledige ervaring op konden doen.
Om energie te besparen, werken ze op twee locaties met dubbele schermen. Op de Groeneweg hebben ze een energie- en belichtingsscherm, op de Heenweg een belichtings- en zonnescherm. Ook voor deze locatie willen ze een energiescherm aanschaffen. De locaties Bovendijk en Vierschaar hebben alleen een verduisteringsscherm. Hier zal in de toekomst ook een dubbel schermdoek in komen.

Tekst en beeld: Marleen Arkesteijn