De proef met Matricaria op water is voor teler Gertjan Knol op het moment geen topprioriteit. Op het gemengde teeltbedrijf krijgen de tulpenoogst en de energiecrisis nu even alle aandacht. Toch gaat Knol ook dit jaar door met de proef en blijft hij geloven in een toekomst op water. In de nieuwe teeltronde die net is gestart, kijkt de teler vooral naar de effecten van een lagere pH-waarde, ontsmette trays en een hogere concentratie mangaan in de voedingsoplossing.

Kwekerij de Kaag in Spanbroek is één van de twee bedrijven die experimenteert met een drijvend teeltsysteem voor Matricaria, in samenwerking met onderzoekscentrum Vertify. In een proefvak van 200 m² groeit het gewas in trays boven een bassin met stromend water en een voedingsoplossing. Een eenvoudige vijverpomp zorgt voor circulatie en beluchting.
Na bijna tien teeltrondes, heeft mede-eigenaar Gertjan Knol veel geleerd. Volledig overschakelen op water ziet hij de komende vijf jaar nog niet gebeuren. “Het is een enorme stap. Voor telen op water zet je alles wat je hebt en weet op zijn kop. Bovendien vraagt het om een forse investering. We betalen voorlopig vooral nog leergeld. Eén ronde is mislukt omdat we in de zomer niet met ontsmette trays waren gestart en de bacteriedruk bij hoge temperaturen te hoog werd.”

Sturen op pH-waarde van 5

Voorafgaand aan de huidige teeltronde heeft Knol de trays eerst grondig ontsmet. Op advies van het onderzoekscentrum gaat hij dit keer sturen op een lagere pH-waarde. “Tot nu toe hielden we een waarde van 6,0 tot 6,3 aan. Nu gaan we sturen op 5. Dat geeft minder vergeling, zo is gebleken.”
In de winter geeft de teelt op water minder risico’s dan in de zomer, merkt de teler. “De plant gaat minder hard, dus er is meer tijd om alles goed te beoordelen en te corrigeren waar nodig. In de zomer gaat het gewas zo hard dat er bij een klein foutje eerder iets mis kan gaan. Bij een te laag zuurstofgehalte bijvoorbeeld.”
Hoewel de ziektedruk lager is en er minder vochtschimmels voorkomen, is het risico van echte meeldauw in de winter groter in het droge gewas. Tot nu toe heeft Knol daar geen last van gehad. “We kunnen dat redelijk in de hand houden,” zegt hij.

Meer mangaan

In de nieuwe ronde voegt de teler flink meer mangaan toe aan de voedingsoplossing. Matricaria heeft daar relatief veel van nodig voor een juiste fotosynthese, ademhaling en celdeling. Maar de wortels kunnen kleine hoeveelheden in stromend water blijkbaar niet snel genoeg opnemen. Uit onderzoek van Vertify blijkt dat ook het verlagen van de pH-waarde de beschikbaarheid van mangaan voor de plant zal verbeteren. Knol: “Wij testen in de praktijk de adviezen en bevindingen uit het onderzoek. Zo komen we samen steeds een stapje verder.
Ik geloof echt in een toekomst op water. Daarmee vermijd je emissie van meststoffen, het productievolume neemt toe, de ziektedruk is lager en omdat je niet hoeft te stomen, nemen de energiekosten af. Ik ga dus door met de proef, op kleine schaal. In deze periode ben ik er zelf even wat minder mee bezig. We hebben net een nieuw bedrijf opgekocht, we zitten midden in het tulpenseizoen en de energie-inzet vraagt al onze aandacht. Omdat het maar een proefvak is, en de kas er niet op is ingericht, vraagt de waterteelt twee keer zo veel arbeid als die in de grond.”

Grote verschillen met tulp op water

Tulpen teelt Knol ook op water. Toch is dat wezenlijk anders dan de drijvende teelt van Matricaria, merkt hij. “Bij tulp bevat de bol alles al wat het gewas nodig heeft. Het vraagt minder kunst- en vliegwerk dan een complete teelt van snijbloemen op water. De teelt van tulp is met vijf weken ook een stuk korter dan die van Matricaria. Die duurt negen tot tien weken. Hoe langer de teelt, hoe meer problemen er kunnen optreden, alhoewel de ervaring leert dat de fase kort na het planten de meest bepalende is voor het eindresultaat.”
De kwaliteit van de Matricaria’s die op water zijn geteeld, ziet er goed uit. Het blad is zelfs wat sterker, merkt de teler. Wel zijn de takken zo’n 10% lichter van gewicht dan die van de grondteelt. “De teelt gaat wat sneller dan in de grond. Dat lijkt een voordeel, maar je levert daardoor wel gewicht en lengte in. En dat wil je niet. We zullen dus meer moeten gaan remmen in volgende rondes. Ook is het belangrijk om in de eerste vier weken zonlicht weg te houden door goed te schermen. Daardoor rem je de groei, geef je het gewas de gelegenheid om alle voedingsstoffen goed op te nemen en treedt er minder of geen vergeling op.”

Tekst: Astrid Zoumpoulis, beeld: Marjolein van Woerkom