Zomer 2018 ging de boeken in als een van de warmste ooit. Zes weken aaneen hoge temperaturen. Zomer 2019 is ook een recordzomer met twee hittegolven in een paar weken. Dit jaar al drie weken met week etmaaltemperaturen buiten van meer dan 19ºC. Volgens het KNMI gaan dit soort perioden komende jaren in de zomer vaker voorkomen. We zien de gevolgen in de praktijk van dit klimaat. Weliswaar is het kasklimaat op hele hete dagen nog niet zo beroerd; vaak is de temperatuur in de kas lager dan buiten en blijft het gewas best vitaal. Dit zien we in gerbera maar ook in alstroemeria.

Uiteraard heeft het gevolgen voor de kwaliteit. De bloemstelen worden dunner en slapper, de bloemdiameter kleiner maar het gewas zelf komt er vaak wel aardig doorheen. Dit zijn de korte-termijneffecten; versnelde afbloei en een korte dip in de productie in de 1-2 weken na de warmte.

Wat veel belangrijker is echter, is het lange-termijneffect. We zien grote rasverschillen in de tolerantie op warmte ten aanzien van de knopaanleg en vorming van nieuwe scheuten. Bepaalde rassen vertonen ook na de warmte nog een constante scheutaanleg en knopvorming, andere rassen worden juist behoorlijk geremd hierin.

Meer onvoorspelbare productie en kwaliteit

Verstoring van de plantbalans door klimaatverandering is een veel groter probleem voor een teler dan een kortstondig versnelling van de aanwezige bloemproductie. Een langdurige verstoring van de plantbalans betekent een meer onvoorspelbare productie en kwaliteit in de weken na de warmte. Voor de arbeidsplanning van een teler niet handig maar ook niet voor zijn directe klanten waarmee vaak afspraken zijn gemaakt voor levering van aantallen en bepaalde kwaliteit in de weken na de zomer.

Verstoring van plantbalans is niet zomaar te herstellen door een ander voedingsrecept of andere strategie voor belichting of daglengte. Het is namelijk sterk genetisch bepaald. Voor de komende jaren gaat het bij de rassenkeuze dan ook veel meer om, hoe is de warmtetolerantie van nieuwe rassen? Daarvan is niet veel bekend en vaak worden nieuwe rassen maar kortstondig geteeld alvorens telers besluiten zo’n ras te kiezen en aan te planten.

Warmtetolerantie

Ik pleit er dan ook voor dat veredelaars en telers meer aandacht gaan schenken aan de warmtetolerantie van bestaand en nieuw sortiment. Hiervoor is het misschien nodig rassen langer te testen alvorens de keuze kan worden gemaakt. Jonge gewassen reageren immers ook weer anders dan overjarige gewassen. Dit is een aandachtspunt waar we de laatste tientallen jaren niet zo mee bezig zijn geweest maar dat nu echt actueel is geworden.

Tekst: Marco de Groot, FloriConsultGroup    Beeld: Jan van Staalduinen