Ook de meest duurzame tomatenteler van Nederland – Ted Duijvestijn – ontkomt niet aan het nemen van extra energiebesparende maatregelen op zijn bedrijf in Pijnacker. Zo wordt op een vijfde deel van het bedrijf minder intensief belicht en gewerkt met een aangepast temperatuurregime. “De subsidie op aardwarmte is afhankelijk van de gasprijs. Met deze extreme gasprijs is die subsidie minimaal. Dat helpt de energietransitie natuurlijk niet verder.”

Wat heb je aan de teeltstrategie veranderd voor deze winter?

Wij belichten op 5 ha, de overige 20 ha is onbelicht. Die tomaten hebben we in september geplant. De 5 ha belichten we nu alleen met 167 mmol LED, SON-T hebben we helemaal niet gebruikt. Omdat we minder licht hebben zitten we ook op een veel lager temperatuurregime. De stengeldichtheid bedraagt in die kas 2,7 in plaats van 4. Dat kost natuurlijk productie. We zijn sinds begin december aan het oogsten, maar de kwaliteit is gewoon heel goed. De vruchtbelasting is wel wat aangepast: twee weken geleden zaten we op vijf vruchten per tros in plaats van zes. Er is dus wat meer weggesnoeid. We willen ongeveer 7 joules per vrucht hebben. Nu hebben we wel weer een vrucht erbij gedaan. Ons teeltschema is verder ongewijzigd.

Hoe voorzie je in je energiebehoefte?

Wij draaien grotendeels op geothermie, die warmte kunnen we nu volledig inzetten in de belichte teelt, dat scheelt wel. We hebben natuurlijk nog WKK’s die we erbij kunnen zetten. We kunnen dus zelf stroom maken; soms trekken we die uit het net, dat wisselt per dag. In het weekend zet ik de netstroom aan, doordeweeks kun je nog wel een beetje uren maken met de WKK. Het is gewoon een beetje handelen, net hoe je met de kostprijs uitkomt. In het weekend is elektriciteit goedkoper, de sparkspread is dan natuurlijk minder. Dan nemen we meer van het net af, dat is voor ons goedkoper. Nu we die LED-belichting hebben zie je wel dat het energieverbruik gunstiger is. Natuurlijk kost het belichten geld, je moet altijd blijven rekenen, maar er zitten wel meer mogelijkheden in.

Is je kostprijs voor energie veel gestegen?

De subsidie op aardwarmte is afhankelijk van de gasprijs. Met deze extreme gasprijs is die gewoon nul. Dat helpt de energietransitie natuurlijk niet verder.

Je hebt onlangs de nieuwe LNV-minister Henk Staghouwer op bezoek gehad, heb je het daar nog met hem over gehad?

De eerste vraag die hij aan ons stelde was: raakt het jullie ook? Ja, natuurlijk, het raakt iedereen. Iedereen zal zich opnieuw moeten aanpassen. Eigenlijk weet de tuinbouw zich altijd vrij snel aan te passen, maar dit is natuurlijk extreem: een gasprijs die zes keer zo hoog is als normaal.

Wat heb je tijdens het bezoek van de minister laten zien?

We hebben onder meer naar de kas met LED-belichting gekeken. We hebben verteld over aardwarmte om de transitie voor elkaar te krijgen, het WKK-verhaal daarin. Verder hebben we het gehad over opslag van regenwater, biowaste verpakkingen en een plukrobot. Hij was nog nooit in de tuinbouw geweest, het was zijn eerste werkbezoek. Vanuit het ministerie krijgt hij natuurlijk wel informatie, maar het is belangrijk om het ook te zien, te voelen en te ruiken. Wat gebeurt hier nu.

Wat wilde hij van je weten?

Zitten jullie nou bij de pakken neer of zoeken jullie ook naar oplossingen. Wij zoeken natuurlijk altijd naar oplossingen. Vaak moet je strategisch denken. Wat kunnen we daarvan leren. Waterstof werd ook genoemd als energiedrager. Die ontwikkelingen gaan zo snel, als tuinder moeten we daar positie in nemen. Dat verdienen we niet alleen, dat kunnen we ook. Toen we veertien jaar geleden met geothermie begonnen, zei men ook: dat gaat toch niet. En kijk waar we nu staan. Als we ons met verschillende energiestromen wat verder van fossiele brandstoffen kunnen houden, dan word je minder afhankelijk en minder kwetsbaar. Het is aan ons om die elektrificatie verder handen en voeten te geven. Maatschappelijk wordt dat wel een steeds moeilijkere discussie. Dat had ie wel door.

En verder?

We hebben ook gesproken over robotisering, automatisering, gewasbescherming, alles is zo’n beetje gepasseerd. Uiteindelijk ging het meer over de rol van de tuinbouw in alle maatschappelijke uitdagingen. Dat we ook een antwoord hebben, en veel betere posities kunnen bewerkstelligen op gezondheid, op welbevinden. Daarin was hij wel geïnteresseerd.

Het is dus geen vakminister?

Henk is natuurlijk wel een ondernemer, hij vraagt wel door. Hij is geïnteresseerd in de vraag achter de vraag. Als je antwoord geeft graaft hij nog verder: hoe zit dat. Daar ben ik wel heel positief over. Het viel me op dat hij heel snel een werkbezoek bij de tuinbouw deed. Dat zegt ook wel iets. Dat hij dat toch wel belangrijk vindt of in ieder geval serieus wil nemen.

Hoe kwam het verzoek binnen, via Glastuinbouw Nederland?

Uiteindelijk is het verzoek via het ministerie gekomen. Het ministerie wilde ook graag Adri Bom aan tafel hebben. We hebben het in de ochtend samen over de sector en het energiemanifest gehad. Hoe zij dat aanvliegt, echt petje af. Ik ken haar al wat langer. Een goede vertegenwoordiger, met verbindende skills. Dat is ook wel nodig in deze tijd, een andere manier van belangenbehartiging. Zo van: zo staan wij ervoor en we willen het probleem gewoon aankaarten en oplossen.

Wat verwacht je van de nieuwe minister?

Er liggen natuurlijk mega-uitdagingen, maatschappelijke uitdagingen. Het is allemaal megacomplex. Ga er maar aan staan. Verder hebben we het ook gehad over warmtenetten, dat soort zaken. Daarin zal de overheid volop moeten participeren. Als je de circulaire economie voor elkaar wil krijgen, zul je die netten voor mekaar moeten krijgen. Zodat de economische motor wel blijft draaien.

En wat als de extreme energieprijzen langer aanhouden?

Onze bezorgdheid daarover hebben we natuurlijk wel gedeeld. Maar je moet ook weer door. Voor bedrijven die nog niks gedaan hebben aan energietransitie wordt het wel lastig. Voor de bedrijven die al langer hierop hebben geanticipeerd is het ook nog wel lastig, maar dan kun je er in ieder geval mee verder. Misschien dat het niet voldoende is, maar je moet strategisch blijven nadenken of er ook kansen in zitten. Misschien is het nu niet haalbaar, maar je moet blijven nadenken hoe je de weerbaarheid van je bedrijf of sector kunt vergroten.

Richard Hartensveld vreesde een paar weken terug voor alle belichte teelten in Nederland. Hoe denk jij daarover?

Natuurlijk krijgen we een ander evenwicht: er wordt wel minder belicht. We zullen meer LED-belichting gaan gebruiken. Het rendement van die lampen wordt ook steeds beter. Misschien gaan we niet meer maximaal voor het beste product, maar moeten we gaan kijken wat het meest efficiënt is qua strategie. We zullen naar een nieuw evenwicht toe moeten, met energie, met meststoffen, met alles.
Gaan we in Nederland het hele jaar rond telen of gaan we ook in andere werelddelen productie organiseren. Gaan we meer doen met vertical farming, waarin de ontwikkelingen ook megasnel gaan. Dat is misschien voor tomaten nog niet helemaal relevant, maar voor heel veel groenten wel. Dan krijg je ook weer een nieuwe werkelijkheid. Het moet wel duurzaam, want uiteindelijk zul je ook de milieukant terug moeten verdienen. We moeten zorgen dat je een goed product hebt, het verhaal klopt, de logistiek klopt, en alles goed is afgestemd op de vraag. En we moeten voldoende jonge mensen aantrekken, om alle veranderingen te kunnen realiseren. We hebben ‘talenten van buiten’ nodig om de slag naar de toekomst te kunnen maken.

Wat die vraag betreft: staan supermarkten wel open voor prijsonderhandelingen, of gaan ze straks elders goedkopere tomaten shoppen?

Dat verschilt per supermarktketen, maar er zit ook maar een bepaalde prijselasticiteit in. Bij te hoge prijzen wordt er gekeken naar product vanuit andere landen. Hier kunnen voor hen risico’s aan zitten, maar er zit kwalitatief ook heel goed product tussen. De verschillen zijn groot. Er zit naar mijn smaak wel ruimte voor prijsonderhandelingen in de markt. Als de consument zegt: wij willen toch gezond blijven eten, dan zitten wij aan de goede kant met groenten en fruit.

Tekst: Mario Bentvelsen, beeld Jan van Staalduinen