Anjers De Nijs uit Erpe-Mere start dit jaar de bouw van een nieuwe kas van 1,1 ha. De nieuwbouw betekent een verdubbeling van het bestaande areaal. “De anjerproductie in Nederland en Vlaanderen loopt achteruit en de vraag is goed”, verklaart Koen De Nijs de nieuwbouwplannen.
Koen De Nijs is al lange tijd het gezicht van Anjers De Nijs, een anjerbedrijf uit Erpe-Mere in Oost-Vlaanderen dat 42 verschillende soorten anjers teelt. Sinds vorig jaar wordt de Vlaming op het bedrijf geassisteerd door zijn oudste zoon Louis die nu 19 jaar oud is. De bedrijfstoetreding van Louis verklaart mede de uitbreidingsplannen.
Voorbereidingen uitbreiding getroffen
“Om met twee gezinnen een langdurige kostwinning uit het bedrijf te halen, is een uitbreiding nodig”, vertelt De Nijs die in 2004 samen met zijn vrouw Marian naast het bedrijf van haar ouders begon met anjers te telen. Bij de start was het bedrijf 5.000 m2 groot, met 5 variëteiten anjers. Sindsdien is de huidige kas van 1,2 ha in drie fases tot stand gekomen.
Eind maart staat de bouw van een nieuwe kas van 1,1 ha op de planning, zodat de teler nog meer verschillende anjerkleuren kan aanbieden. “Deze winter is het terrein geëgaliseerd en het nieuwe waterbassin aangelegd”, vertelt de teler, die van april tot november in productie is. Hij hoopt dat de nieuwe kas in het najaar wordt opgeleverd. “In september begint het plantseizoen voor volgend jaar.”
Dalend areaal
Behalve de toetreding van zijn zoon, ziet de teler ook volop marktmogelijkheden voor de afzet van extra bloemen. “De vraag naar anjers is stabiel en goed en het aanbod neemt steeds verder af.” De Vlaming schat de anjerproductie bij onze zuiderburen op zo’n 2 ha. “En in Nederland staat er ook niet meer dan 5 hectare grootbloemige anjerteelt.”
Tekst: Jerom Rozendaal














